Kettingbrief op SKUT over Arnon Grunberg en herdenken

De toespraak die Arnon Grunberg op 4 mei hield in de Nieuwe Kerk in Amsterdam tijdens de Nationale Dodenherdenking kon op veel lof rekenen. Hij werd alom geprezen, misschien wel juist doordat hij in zijn toespraak benadrukte dat herdenken méér zou moeten zijn dan een uitgehold ritueel: het zou ‘een verlangen naar kennis’ in zich moeten dragen. 

Esther Edelmann plaatst desalniettemin kritische kanttekeningen bij Grunbergs toespraak, in de vorm van een open brief. Haar brief vormt het beginpunt van een kettingbrief, met de titel ‘Over herdenken’, die zal verschijnen op het online literatuurplatform SKUT

In de briefketen zullen schrijvers, dichters, academici en critici met elkaar in dialoog treden over de vraag welke vorm herdenken zou moeten aannemen in deze tijd, of er eigenlijk wel herdacht moet worden, en zo ja, wie we dan eigenlijk zouden moeten herdenken. En hoe verhoudt dit herdenken zich tot de kampliteratuur die er ook gedeeltelijk op gericht is de herinnering aan de gruwelen van het nazisme over te brengen op volgende generaties?

 ‘Over herdenken’ verschijnt in navolging van de kettingbrief over het oorlogsverleden van Lucebert, die in 2018 op SKUT verscheen en in 2019 werd gepubliceerd in Door de schaduwen bestormd.  De brieven in de reeks over herdenken zullen de komende weken verschijnen op tijdschriftskut.nl. Esther Edelmann schreef brief #1 en geeft de pen door aan Frans-Willem Korsten, die het op zich neemt te reageren op Grunberg en Edelmann, en de pen vervolgens doorgeeft aan Çağlar Köseoğlu.


Brief #1, een kleine greep

Onderstaand volgt een kleine greep uit de polemische openingsbrief van Edelmann, waarin ze onder meer stil staat bij Grunbergs keuze om een citaat op te nemen uit de getuigenis van Filip Müller, over zijn ervaringen in Auschwitz. In de door Grunberg aangehaalde passage smijt een moeder haar doodgeschoten kind in het gezicht van een Oberscharführer. 

Wat zouden we dus volgens Grunberg precies kunnen leren uit het feit dat het warme bloed van de dode baby over het gezicht van Oberscharführer Voss loopt? Het oproepen van deze gruwelijke plaatjes zou toch wel iets meer teweeg moeten brengen dan het simpele griezelen zoals men dat gewoonlijk bij horrorfilms doet. Het antwoord van Grunberg is dat we dienen in te zien dat het ooit allemaal met woorden is begonnen. 

Nu wordt het pas echt spannend zou men denken: nu komen de relevante citaten uit Mein Kampf; of misschien uit een toespraak van Hitler, Goebbels, Himmler of Heydrich – in elk geval iets concreets dat voor enige opheldering zorgt en inzichtelijk maakt wat de nazi’s dachten en deden, en waarom. Niets ervan (…). Daarvoor is de Nationale Herdenking op 4 mei immers niet bedoeld.