Gedicht: L. Th. Lehmann • Bekentenis

Bekentenis

Van aard zó ongeschikt triomf te vieren,
dat nederlaag een sport geworden is,
verbluf ik de bourgeois met mijn manieren;
ik weet dat dit een laatste toevlucht is.

Ik ben mij welbewust van veel gemis,
maar daarop hoef ik mij niet blind te staren:
het air van man, die niet begrepen is,
is ’t heerlijk recht der onberekenbaren.

Want wat belet de dwaas die toe moet kijken,
te zeggen dat hij een toeschouwer is:
de vis opt droge noemt zich hoogtoerist.

Men kan in deze houding veel bereiken,
mits men de kunst kent recht vooruit te kijken,
niet ziende hoeveel grond verloren is.

L.Th. Lehmann (1920-2012)

Foto: Joop van Bilsen


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.