Gedicht: Alfred Schaffer • Wat ooit gruwelijk was is één grote grap

Uit Wie was ik, ondertitel strafregels, de nieuwe bundel van Alfred Schaffer.

Wat ooit gruwelijk was is één grote grap

rennend de cassaveheuvel af.
in het begoochelende laatste beetje licht.

met mijn toverstok van hout waarmee ik joelend
klein gevogelte de stuipen op het lijf jaag.

suikerdiefjes kieviten en musduiven.
een tumultueuze kluwen die hysterisch op de vlucht slaat
voor mijn eenpersoonsmilitie.

dat ik mijzelf niet bijhoud door mijn vaart.
dat ik met scherp schiet als ik mij onzichtbaar waan.

hoe ver nog voor ik thuis ben en ik alles kan verklaren.

wil ik de striemen op mijn lijf vergeten
moet ik mij in twijfel trekken.

daar ligt het dal met het riviertje en de kleine huizen.

buiten adem val ik stil.


Alfred Schaffer (1973)
uit: Wie was ik (2020)


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.