De negerhut van oom Tom is dezelfde als de plaggenhut van omke Gurbe

Door Abe de Vries

Sociale media veranderen de wereld. We kunnen onszelf presenteren, onze vreugde of boosheid bekendmaken op een schaal als nooit tevoren. Maatschappelijke misstanden worden sneller gesignaleerd, krijgen eerder aandacht en mensen komen veel sneller in beweging om ergens tegen te protesteren of iets te eisen. De wereldwijde acties tegen racisme in het kader van Black Lives Matter zijn ondenkbaar zonder sociale media. De keerzijde is dat ook onbegrip en onwil zich vrijelijk kunnen manifesteren. Sociale media kunnen door allerlei onjuiste voorstellingen en onderbuikgevoelens te verspreiden, bijdragen aan onderdrukking, discriminatie en het instandhouden van overleefde sociale praktijken.

Vloek of zegen? De dystopische roman Brave New World van Aldous Huxley is de beroemdste waarschuwing voor rampen die dreigen als technologische vooruitgang wordt misbruikt en niet op tijd wordt ‘ondervraagd’. De maatschappij die Huxley schetst is gebaseerd op discriminatie. Iedere baby komt ter wereld in een kastensysteem, op een plek toegewezen door de almachtige Staat. Iedere foetus krijgt een speciale medische behandeling die haar alvast op het functioneren als mens in de aangewezen kaste toesnijdt en voorbereidt. ‘Perfecte’ kinderen in de hogere kaste wordt geleerd dat ze superieur zijn aan kinderen met een ‘defect’ uit de lagere kaste. Dat alles om het de hegemoniale Staat makkelijker te maken de samenleving strikt onder controle te houden.

Iets vergelijkbaars doen bijna alle nationale staten, ook Nederland, in hun onderwijssystemen. Het onderwijs in Nederland brengt kinderen kennis en vaardigheden bij die ze nodig hebben om zich volwaardig te kunnen ontplooien als mens, maar vooral in relatie tot hun toekomstige maatschappelijke functioneren als economisch actieve burger in de nationale staat. Niets mis mee, zou je zeggen. Tenminste, als alle kinderen zonder aanziens des persoons gelijkwaardig worden behandeld, gelijke kansen krijgen en er geen kasten bestaan waar je al vanaf je geboorte toe behoort.

Dus: als niet je huidskleur bepalend is voor je sociale status. Als niet je religie je carrièreperspectieven bepaalt. Als niet de baan van je ouders het leven al voor je uitstippelt. Als niet je politieke overtuiging je in de gevangenis doet belanden. En als daarbij niet de afwijkende taal waarin je bent opgegroeid, waarin je denkt en leeft, beschouwd wordt als een hinderlijke sta-in-de-weg, die misschien nét nog mag bestaan, maar beslist niet teveel aandacht moet krijgen.

Ook dat is discriminatie. En in Fryslân vindt die discriminatie op grote schaal plaats, zónder dat er op sociale media veel heisa over wordt gemaakt. Laat de technologie dan speciaal de inwoners van Fryslân in de steek? Welnee: de ongemakkelijkheden vliegen je niet zelden om de oren als je laat blijken dat je ‘Fries’ bent door Fries te spreken. De negerhut van oom Tom is wat dat betreft dezelfde als de plaggenhut van omke Gurbe.

U vindt dat waarschijnlijk een overdreven vergelijking. De Nederlandstalige bevolking van onze provincie vindt namelijk dat Friestaligen helemaal niet worden gediscrimineerd, en de meeste Friestaligen zijn zich er maar half van bewust. Nederland is er de afgelopen paar honderd jaar in geslaagd veel mensen ervan te overtuigen dat de hegemonie van de Nederlandse taal een normale zaak is. Dat het vak Fries in het onderwijs bijzaak moet zijn, en dat Friestaligen, vooruit, dan misschien wel een beetje les moeten krijgen in hun spreektaal, maar dat het leren lezen en schrijven ervan eigenlijk niet de moeite waard is.

Al bijna twintig jaar wordt getracht het vak Fries zodanig vorm te geven dat Friestalige kinderen in overwegend Friestalige plattelandsregio’s ‘beter’ les krijgen in hun taal – maar nog lang niet op het niveau waarop het Nederlands wordt onderwezen – dan Friestalige kinderen in de overwegend Nederlandstalige grotere steden van de provincie. Net als bij Huxley wordt door de overheid ongelijkwaardigheid niet bestreden maar planmatig veroorzaakt.

Concreet: de nieuwste onderwijsplannen voor het Fries tasten de status van nationale minderheid van de Friezen aan door hun schrifttraditie te willen beëindigen. Ze zetten bovendien Friestalige kinderen vanaf hun geboorte op achterstand – in een ‘kaste’ – door hen het recht te onthouden zich tot mondige volwassenen te ontwikkelen in hun eigen taal. En ze ‘etniseren’ het onderwijs in de Friese taal, door het niet algemeen te verklaren, maar door het in te richten op basis van demografisch en geografisch beargumenteerd opportunisme.

Onlangs werd weer eens een filmpje op Omrop Fryslân over het recht van Friezen om in de openbaarheid hun eigen taal te spreken, getrakteerd op een stroom verwensingen van Nederlandstaligen die het niet eens zijn met het bestaan van het Fries, of geen moeite willen doen om het te kunnen verstaan of te lezen. Friezen gebruiken daarom hun taal slechts aarzelend: ze krijgen er last mee. U vindt dat misschien zwaar aangezet en overdreven. Maar professor Goffe Jensma, hoogleraar Friese taal- en letterkunde in Groningen, schreef het nog onlangs op Facebook in reactie op een Omrop-column van Nynke van der Zee: ‘Do fielst presys wat ik ek faak fiel, Nynke! As bist melaatsk ast Frysk praatst.’

Te weinig wordt herkend dat juist het onderwijssysteem deze discriminatie voortbrengt, bestendigt en zorgt dat ze geaccepteerd en geïnstutionaliseerd wordt. Rookgordijnen moeten dat aan het oog onttrekken. In het nieuwe lesprogramma voor het schoolvak Fries, dat door Cedin in Drachten wordt ontwikkeld, staat dat leerlingen wordt verteld dat het Fries belangrijk voor ze is. Maar er blijkt ook uit dat het leren van het vocabulaire en de grammatica van die taal niet echt hoeft. Leerlingen leren dat het Fries politieke en sociale waarde voor de ‘mienskip’ heeft. Maar die leerlingen zijn niet gek: hoe kan een taal waarvoor een half uurtje videokijken per week overschiet, politiek en sociaal belangrijk zijn? Ze leren ook te ‘experimenteren’ met de taal, maar wat moet dat opleveren als beheersing van die taal geen rol speelt? De Friese taal kan wel worden geleerd in ‘buitenlessen’, dat vinden immers de Nederlandstalige kinderen ook nog wel aardig.

In het ‘meertalig’ onderwijs dreigt het vak Fries beperkt te worden tot de spreektaal. Van wat ooit de tweede rijkstaal was, met een imposante literaire traditie, moet een verzameling alleen nog verbaal gepraktiseerde regiolekten worden gemaakt.

En bevordert niet juist zo’n lesprogramma, zo’n onderwijssysteem, precies wat het wil bestrijden, namelijk discriminatie? Wordt leerlingen in deze provincie al niet vanaf hun eerste schooljaar duidelijk gemaakt dat het Fries géén belangrijke taal is, dat het níet nodig is om die taal goed te beheersen, dat ze er dus beter aan doen om die taal maar te vergeten, want ze ‘hebben er immers niets aan’ in hun verdere leven? Is dat niet de echte boodschap van ons meertalig onderwijs? Je hoeft geen psycholoog te zijn om te begrijpen dat dat zo werkt.

Dat de onderwijsmedewerkers het niet zo bedoelen – zie het enthousiasme waarmee bij Afûk en Cedin en op vele scholen wordt geprobeerd om er maar het beste van te maken – staat buiten kijf. Anderzijds is de beleving dat discriminatie altijd ergens anders plaatsvindt naïef. Op wereldschaal proberen mensen in de Verenigde Staten en Europa zich te ontworstelen aan de blanke hegemonie. En op regionale en lokale schaal in Fryslân begrijpen steeds meer mensen gelukkig dat ook zij rechten hebben. Het mensenrecht om niet te worden gediscrimineerd op basis van taal. Vooral: het recht om goed onderwijs te krijgen in hun moedertaal. Ik ben benieuwd of de alerte sociale media ook hier kunnen meehelpen.

Dit stuk verscheen gisteren in het Friesch Dagblad