De minister als sluipmoordenaar: kan dat?

Door Siemon Reker

De omschrijving in Van Dale luidt: “iem. die een sluipmoord pleegt” bij het trefwoord sluipmoordenaar. Gelukkig werd er vandaag bij het Kamerdebat niet naar Het Woordenboek gegrepen want dan was de plenaire zaal misschien wel te klein geweest. Iemand die een sluipmoord pleegt, de minister! En, aangifte gedaan?

Thierry Baudet (FvD) begon zijn bijdrage in het Stikstofdebat aldus (volgens de ongecorrigeerde Handelingen): “Daar zit ze, de sluipmoordenaar van de agrarische sector.” Voorzitter Arib moest even slikken en onderbrak de Fvd-woordvoerder: “U gaat toch niet de minister een sluipmoordenaar noemen? (…) Nee, dat kan niet! Neem het terug. Dit kan echt niet. Dit gaat te ver!”

Baudet nam het niet terug en nam kennis van de mening van de voorzitter dat dit stuitend was en niet kon, de minister een sluipmoordenaar noemen.
Ze kreeg bijval van enkele Kamerleden, William Moorlag (PvdA) wilde een schorsing voor overleg met collega’s en kreeg daarvoor steun. Prima, aldus Baudet. Maar Frank Futselaar (SP) voorkwam dat: “Een kind dat voortdurend om aandacht schreeuwt, moet je niet belonen met die aandacht. Wat mij betreft gaan we gewoon door.” Dat vond Baudet ook prima en toen Esther Ouwehand zich bij Futselaar aansloot, ging het debat door en Baudet maakte een passieve constructie van zijn eerdere opening: “Er wordt een sluipmoord op de agrarische sector uitgevoerd, en de …”

De voorzitter:
Nee, nee, nee. De vraag is: neemt u dat woord terug? Want uw uitspraak was gericht op de minister als persoon, als minister, als mens. Als u dat niet terugneemt …

De heer Baudet (FvD):
Nee, ik neem dat niet terug.

De voorzitter:
Dat vind ik dan ontzettend jammer. Ik vind dat gewoon schofferend, in het parlement, maar ook naar de minister toe.”

De gebeurtenis kreeg buitengewoon veel aandacht in de media gisteren. Wie nazocht wat er gewoon is in het Nederlands, ontdekt allereerst hoe vaak het woord bijvoorbeeld alleen al deze maand in kranten gebruikt is. Het Jakobskruiskruid wordt sluipmoordenaar genoemd, corona, verzilting, de ziekte van Kahler, fysieke klachten (door geestelijk leed), hitte, onzinnige zorg, droogte, stikstof, koolmonoxide. Van alles, maar niet een persoon: een eerste zoeken in geschreven media wijst erop dat we de moordenaar in dit geval niet als een persoon moeten zien maar als een personificatie van iets.

Dat heeft mevrouw Arib vast niet geweten, net zo min als de aanwezige Kamerleden, Thierry Baudet incluis. Hij immers verwees met de gewraakte term wel degelijk naar een persoon, minister Schouten.

Wat zei die later, in haar termijn? “Ik heb geleerd dat juist in dit huis woorden ertoe doen. Woorden hebben impact. Woorden hebben effect. Ik betrek het altijd maar op mijzelf. Voor mij is het belangrijk dat ik weet, me realiseer, dat wat ik zeg niet heel betekenisloos is, integendeel. Ik denk dat dat gewoon voor iedereen in deze Kamer zou moeten gelden.

De heer Baudet (FvD):
Daar ben ik mij zeer van bewust. Daarom heb ik ook niet teruggenomen dat ik de minister een sluipmoordenaar van de agrarische sector heb genoemd.”

Dat was waar, de heer Baudet had niet teruggenomen, maar hij had zijn openingszin wél vervangen door eentje van de lijdende vorm. Dat kwam nogal wat dichter bij die hedendaagse gewoontes van het Nederlands dan de aanvankelijke ouverture: sluipmoordenaars zijn dingen, geen mensen.

Foto: Carola Schouten, Wikimedia