De Blinde Vlek

Over de nieuwe canon van de KANTL

Door Martijn Benders

Ik zie een hele kleine versie van mezelf, een miertjesmartinus
voor een hele schattige minipiramide staan, en uit het raam
van verdieping 45 steekt een minimiertje het kopje met pet,
een poortjeswachter, en hij zegt we hebben een blinde vlek
die jij zelf in mag vullen, mierenmartinus.

En ik ervaar
een heel mooi klein stukje mierengeluk,
iedereen kan naar het topje, zelfs mierenmartinus zelf.
Dankjewel! Maar leun niet zo uit dat raampje.
U heeft zo’n schitterende pet.

Wanneer het over een canon gaat hoor je vaak de ‘waarom’ vraag maar eigenlijk nooit de ‘wie’

Toch is precies dat voor mij juist de meest belangrijke vraag. Ik heb enorme interesse in de muzieksmaak van bijvoorbeeld David Bowie, en nul komma nul interesse in de muzieksmaak van Ambtenaar X die een opleiding deed bij Instituut Y. In bovenstaand gedicht probeer ik dat perspectief uit te drukken: het gaat niet om de canon, maar om de personen die je zoiets laat maken. De blinde vlek is hier bijna Diogeniaans het zonlicht zelf, bemiddeld door de pet van de poortwachter. Voor mij is niet de blinde vlek van de poortwachters het probleem, maar de poortwachters zelf, omdat ik in hen doorgaans geen grote talenten ontwaar. Of een canon überhaupt nodig is kan ook een legitieme vraag zijn, maar is voor mij een vraag die pas daarna volgt.

Dan zou ik zeggen: enkel in perspectief. Want we willen geen kleine piramide meer, we willen iets wat zich weet verhouden naar de andere literatuur die over de grens wordt geschreven.

Wanneer ik de huidige canon bekijk zie ik zowel aan Belgische als aan Nederlandse kant een nogal belegen lijstje boeken, die ik goeddeels allemaal wel las, maar die voor mij niet het leven en de sprankeling bevatten die literatuur de moeite waard maken. Ik las een of ander regeltje dat de auteur dood moet zijn om op de leeslijst te mogen komen. Dat doet me denken aan de kunstwereld, waar de schilder dood moet zijn voor zijn schilderijen geld waard mogen worden. Het lijkt me een kenmerk van dode cultuur, en de hamvraag is maar of dat het beeld is wat je nu echt jonge mensen in zou willen prenten. Vernieuwing lijkt me dus een prima idee, maar alleen een blind vlekje gaat het verschil niet maken.

Wat ik ook zie als ik de huidige canon bekijk is een enorme, bijna dystopische luiheid. Het aantal schrijvers is door de eeuwen heen namelijk exponentieel gestegen, ontploft bijna, maar die exponentialiteit zie je in de canon totaal niet terug. Sterker nog, die canon laat eerder het omgekeerde beeld zien, hij doet het lijken alsof er juist eeuwen geleden veel meer schrijvers waren, veel meer goede schrijvers, en dat doet sterk denken aan een dystopie, die de boodschap uitdraagt dat waar je vroeger met vijftig concurrenten van doen had en tegenwoordig met vijfduizend, al die concurrentie om niet is, want de poortwachters zitten te slapen op hun stoel, en presenteren dat eufemistisch naar het publiek toe als een ‘blinde vlek’. Kortom, ook hier zou ik toch graag zien dat men eens flink zijn best deed de ontwikkelingen daadwerkelijk te representeren.

Ik zie in de canon het aristocratische bildungsideaal van de negentiende eeuw terug, en ik vind het wonderlijk dat dit wist overleven tot in de huidige tijd. Een exponentieel model dicteert juist dat je, zeker in catastrofale tijden, waar mensen in het perspectief leven dat de hele menselijke cultuur ten einde zal lopen – precies juist in zulke tijden kunnen we het ons niet veroorloven alles in de schoenen van de nazaten te schuiven, maar dat is wel wat hier gebeurt: men gaat er klakkeloos vanuit dat die poortwachters van de toekomst het allemaal wel zullen kunnen bijbenen, die enorme groei, en dat is in het huidige tijdsbestek eigenlijk een asociaal idee. De hele opzet heeft bijna ‘boomers’ op het voorhoofd gekalkt staan, en ook nog in een potsierlijk gotisch font. Enkel een grondige vernieuwing is in de huidige tijd op zijn plaats. Draai de piramide om, zodat de punt in het verleden staat en hij een brede basis heeft in het heden. Het is namelijk helemaal niet erg dat jonge mensen huidige schrijvers lezen.

Maak een einde aan deze institutionele dystopie, en u zult zien dat de literatuur weer kan opleven. Want Gombrovicz maakte al in 1937 middels Ferdydurke korte metten met het bildungsideaal, en wie meent daarmee in 2020 nog goede sier te kunnen maken laat zich toch echt voornamelijk als fossiel kennen.