Zo gek is het niet om ‘in Nederland’ als gezegde te benoemen

Door Henk Wolf

  • De paus is in Nederland.

Heel wat leerlingen benoemen in de bovenstaande zin ‘(is) in Nederland’ als naamwoordelijk gezegde. Fout, zeggen we dan, want een naamwoordelijk gezegde is altijd te bevragen met wat of wie en nooit met waar. Maar is er toch niet iets voor die ontleding te zeggen?

Onderwerp en mededeling

Veel zinnen zijn te beschouwen als korte verhaaltjes: ze hebben een onderwerp en over dat onderwerp wordt een mededeling gedaan. In de onderstaande zinnen krantenkoppen is het onderwerp in hoofdletters geschreven en de mededeling (of: het gezegde) onderstreept:

  • “BRUINS treedt af
  • “EMMA’S IJSSALON failliet

We verdelen de mededelingen of gezegdes traditioneel in twee groepen. Als er voor de mededeling een werkwoord wordt gebruikt, dan noemen we die werkwoordelijk gezegde. Als de mededeling met andere woordsoorten wordt gedaan, dan noemen we die naamwoordelijk gezegde.

Werkwoordelijke en naamwoordelijke mededelingen

De tweede krantenkop hierboven heeft een echt naamwoordelijk gezegde: de mededeling over Emma’s ijssalon wordt helemaal zonder werkwoord gedaan. Ze bestaat uit het bijvoeglijk naamwoord failliet.

Als we ons Nederlands in volzinnen spreken, dan kunnen we de centrale mededeling van de zin niet uitdrukken zonder werkwoord. Zelfs in naamwoordelijke gezegdes moeten we dan een werkwoord toevoegen (‘Emma’s ijssalon is failliet’). Dat noemen we een koppelwerkwoord.

Koppelwerkwoorden

De noodzaak om een koppelwerkwoord toe te voegen, is taalspecifiek. In het Russisch hoeft een naamwoordelijk gezegde geen werkwoorden te bevatten. Soms kan het niet eens. Letterlijk vertaald zeggen sprekers van het Russisch dingen als ‘Hij dokter’, ‘Mijn buurvrouw ziek’, ‘Ik erg blij’.

In ingekorte zinnetjes zoals krantenkoppen kan een betekenisloos koppelwerkwoord wegblijven, maar de woorden die je nodig hebt om de mededeling te doen, moeten natuurlijk wel worden gebruikt. Kun je een woord zonder problemen weglaten, dan heb je dus vermoedelijk niet te maken met een stuk van de centrale mededeling – het ‘echte’ gezegde.

Mededelingen die we geen ‘gezegde’ noemen

Kijk nu eens naar deze krantenkoppen:

  • “PAUS in Nederland
  • “G7-LEIDERS naar Catshuis

Dat zijn volmaakt begrijpelijke zinnen, zonder werkwoord. Ze bevatten een onderwerp en een werkwoordloze mededeling daarover. Alle reden dus om de onderstreepte stukken naamwoordelijk gezegde te noemen.

In het Russisch zou de woordelijke vertaling van ‘Paus in Nederland’ een welgevormde volzin zijn. In het Fries kun je in een bepaald type bijzin de G7-zin ook zonder werkwoord vormen. Letterlijk vertaald: ‘(Het is een goed idee van de G7-leiders om) naar het Catshuis’. En in het Nederlands kun je gaan ook weglaten als je een modaal hulpwerkwoord gebruikt, bijvoorbeeld: ‘De G7-leiders willen naar het Catshuis’.

Toch benoemen we mededelingen van het type ‘in Nederland’ en ‘naar het Catshuis’ nooit als gezegde. We noemen ze bijwoordelijke bepalingen. Dat doen we vanuit de redenatie dat de echte mededeling toch in een werkwoord zit. Omgezet naar een volzin zouden de laatste twee krantenkoppen er zo uitzien:

  • De paus is in Nederland.
  • De G7-leiders gaan naar het Catshuis.

Het idee is dat het woordje is in de paus-zin zoiets betekent als ‘zich bevinden’ en dat de paus dat ‘doet’. Voor de G7-zin geldt volgens de traditionele redenatie dat de echte mededeling is dat de G7-leiders iets doen, namelijk gaan (en wel naar het Catshuis). Maar de weglaatbaarheid ervan in krantenkoppen en in Russische, Friese en Nederlanse volzinnen maakt dat je je best kunt afvragen of dat wel de meest voor de hand liggende redenatie is.

Best wat voor te zeggen

Voor een benoeming van ‘in Nederland’ en ‘naar het Catshuis’ als bijwoordelijke bepaling is best veel te zeggen. Bovendien is deel van de ontleedtraditie dat we alleen zinsdelen als gezegde benoemen die vertellen dat onderwerp ‘iets doet’ of ‘iets is’. Maar je kunt ook anders redeneren. En het is zeker niet vreemd dat leerlingen in het basis- en voortgezet onderwijs soms iets gezegde-achtigs zien in zinsdelen waarvan wij hebben geleerd dat we dat er niet in mogen zien.

Alleen staan die leerlingen daar ook niet in. Er zijn allerlei taalkundigen die de mededelingen over de locatie of het reisdoel van het onderwerp met dezelfde vakterm benoemen (meestal predikaat) als mededelingen over wat dat onderwerp doet of wat het is – en die een woord als is in ‘de paus is in Nederland’ als koppelwerkwoord benoemen (zoals hier en hier).