Wa zedde nou?

Door Roland de Bonth

Het heeft niet mogen baten. Ondanks pogingen van een Amsterdamse erfgoedvereniging om snackbar ’t Pleintje ondergebracht te krijgen in het Nederlands Openluchtmuseum, ging op 30 januari 2020 de beroemde friettent uit de comedyserie New Kids tegen de vlakte. Kennelijk was niet iedereen gevoelig voor het argument dat de snackbar voor veel dertigers een ‘iconisch gebouw’ is.

De snackbar stond in Maaskantje, een dorp met nog geen tweeduizend inwoners, dat behoort tot Sint-Michielsgestel, ten zuidoosten van ’s-Hertogenbosch. Door de serie New Kids kreeg Maaskantje landelijke bekendheid en werden plaatsnaamborden door fans op grote schaal ontvreemd. 

New Kids

In de 35 afleveringen van de serie, die tussen december 2007 tot december 2011 werden uitgezonden, worden vijf, niet al te brave hangjongeren uit het dorp gevolgd. Jongeren konden de belevenissen van Richard Batsbak, Rikkert Biemans, Gerrie van Boven, Barrie Butsers en Robbie Schuurmans en hun voorliefde voor geweld, bier en vette snacks wel waarderen. Ook het veelvuldig vloeken en schelden in de serie zal aan de populariteit van de serie in belangrijke mate hebben bijgedragen. De scheldwoorden ‘verrekte mongol’ en ‘verrekte koekwaus’ waren niet van de lucht en het favoriete woord om een mededeling af te sluiten was een drieletterig schuttingwoord: “’t Is dinsdag, kut!”. Over het taalgebruik van New Kids en met name koekwaus schreef Ewoud Sanders deze column

Vier van de vijf hoofdrolspelersacteurs uit New Kids zijn geboren in Oost-Brabant. Dat wil nog niet zeggen dat het dialect uit die streek hun moedertaal is, maar de kans dat zij het in hun omgeving hebben horen spreken is levensgroot. In elk geval zullen zij vertrouwd zijn met de klanken, de woordenschat en morfo-sytactische verschijnselen van het (Oost-)Brabants. Daardoor konden zij hun rol met meer overtuiging spelen dan acteurs die een dialect moeten aanleren.  

Draadstaal 

De hoofdrolspelers uit New Kids zullen voor een komisch effect (en voor de geloofwaardigheid) het Brabants iets sterker hebben aangezet. Dat is ook het geval in het satirische televisieprogramma Draadstaal. De acteurs en cabaretiers Jeroen van Koningsbrugge en Dennis van de Ven geven daarin als Theo en Victor een cursus Brabants met de voor beginners onuitsprekelijke naam “Hedde gij da gezeet gehad min de da werkluk woar Hoe doe de gij da Hoe doe de gij da Hoe hedde gij da gedoan”. In een reeks korte filmpjes van 2 à 3 minuten leren ze je onder andere hoe je in het Brabants iemand kunt versieren, hoe je gelooft en hoe je iemand kunt bedreigen. Dat de voorbeeldzinnen worden uitgesproken door Van Koningsbrugge is trouwens geen toeval. Hij is geboren in het West-Brabantse dorp Nispen, qua grootte vergelijkbaar met Maaskantje, terwijl Dennis van de Vens wieg in Weert stond.  

Wetenschappelijk onderzoek

Naar het Brabants dialect en de invloed daarvan op de identiteit van zijn gebruikers wordt uitvoerig onderzoek gedaan aan Tilburg University. De Tilburgse hoogleraar Jos Swanenberg publiceert al jaren over diversiteit in taal – met name Brabantse dialecten – en cultuur. De dialectsprekende jongeren uit Maaskantje maakten de zachte g stoer, schreef hij eind 2010 in de Volkskrant naar aanleiding van de verschijning van de film New Kids Turbo. En vorig jaar publiceerde hij nog over een stuk over de taal en cultuur van New Kids

Recentelijk publiceerde Swanenberg met onderzoeker Yoïn van Spijk een bijdrage over de vele vormen van het dialect in de Langstraat. Trouwe lezers van Neerlandistiek zullen Yoïn van Spijk kennen van zijn nog altijd groeiende reeks filmpjes over het Langstraats. Centraal in de eerste afleveringen stonden de klanken van de Midden-Brabantse Langstraatdialecten. In de recentste afleveringen komen ook andere boeiende dialectkenmerken aan bod, zoals ‘naam-naamvallen’ en de ‘spook-t’. Van Spijk weet deze complexe verschijnselen helder uit te leggen. Wat zijn video’s bovendien aantrekkelijk maakt, zijn de illustratieve geluidsfragmenten van authentieke dialectsprekers, voorzien van een leesbare transcriptie.

Van Spijk heeft bij het samenstellen van zijn video’s onder andere gebruikgemaakt van de Nederlandse Dialectenbank van het Meertens Instituut. Daar worden 2710 geluidsfragmenten bewaard met opnames van dialectsprekers uit het hele Nederlandstalige gebied (Nederland, België en Frans-Vlaanderen in Frankrijk). Bij het beluisteren van verschillende fragmenten blijkt dat de opnamekwaliteit én de verstaanbaarheid van de fragmenten sterk uiteenloopt. Sommige gesprekken zijn voor niet-dialectsprekers lastig te volgen. Gelukkig zijn er van 772 geluidsopnames transcripties beschikbaar, handgeschreven in fonetisch schrift of keurig uitgetikt op ouderwetse typemachines. 

Dialecten de klas in 

Tijdens de lessen Nederlands staat van oudsher het Standaardnederlands centraal. Begrijpelijk. Om volwaardig deel te kunnen nemen aan de maatschappij is een goede beheersing daarvan onontbeerlijk. Toch kan het zeker geen kwaad aandacht te schenken aan en stil te staan bij het dialect dat gesproken – of tenminste waargenomen – wordt door leerlingen van een school. Kennis van taal, taalvariatie en taalgeschiedenis vormen een waardevolle inhoudelijke verrijking van het huidige curriculum. Taal bepaalt namelijk in belangrijke mate je identiteit en laat zien wie je bent. 

In deze bijdrage ging het alleen over het (Noord-)Brabants, maar ook over andere dialecten en regiolecten in het Nederlandse taalgebied is op internet voldoende informatie te vinden. De Nederlandse Dialectenbank van het Meertens Instituut is daarbij een prima vertrekpunt. Een interessant introductie op het onderwerp is deze zeer recente bijdrage van Marc van Oostendorp, waarin hij uitlegt waarom je dialecten zou moeten onderzoeken. De video is oorspronkelijk bedoeld voor bachelorstudenten Nederlands maar zeker ook toegankelijk voor bovenbouwleerlingen.

Lesmateriaal

Aan welke opdrachten zou je kunnen denken als je hebt besloten dialecten een plaats te geven in het curriculum Nederlands? Hieronder staan een paar suggesties die leerlingen voor een (profiel)werkstuk kunnen uitvoeren:  

  • Stel een lijst samen met woorden die volgens jou alleen begrijpelijk zijn voor dialectsprekers bij jou uit de buurt, zoals deze van Beautify of deze van Glamour. Maak deze lijsten via sociale media openbaar en ga na of de keuze inderdaad exclusief is voor jouw dorp of stad. 
  • Verzamel karakteristieke dialectwoorden en maak daar een quiz van, vergelijkbaar met deze van Brabants Erfgoed
  • Maak net als Theo en Victor uit Draadstaal een cursus voor een dialect naar keuze. Je kunt daarbij de onderwerpen uit de cursus Brabants als inspiratiebron gebruiken. Neem de cursus op met je mobiele telefoon.
  • Schrijf een verhaal in dialect of hertaal een literair verhaal naar dialect. Welke klanken zijn problematisch om weer te geven met het Latijnse alfabet? Hoe kun je dat ondervangen?
  • Leg het dialect van jouw dorp of stad vast. Laat – precies zoals het Meertensinstituut vorige eeuw deed – dialectsprekers vrijelijk praten over een onderwerp en maak vervolgens van die gesprekken een transcriptie. Vergelijk jouw transcriptie met die van hetzelfde (of een naburig) dorp uit de Nederlandse Dialectenbank. Zijn daarbij verschillen aan te wijzen? Kun je die verschillen verklaren? 
  • Laat een transcriptie uit de Nederlandse Dialectenbank voorlezen door iemand die dat dialect nog – enigermate – spreekt. Beluister daarna het originele geluidsfragment van het Meertens Instituut. Vallen er veranderingen op en zijn die te verklaren? 

Afbeelding: cafetaria ’t Pleintje in Maaskantje, bron: Wikimedia Commons