Levie de marskramer (1841)

Jeugdverhalen over joden (91)

Door Ewoud Sanders

Auteur: Gijsbertus van Sandwijk (1794-1871)


Illustratie uit het Prenten-magazijn voor de jeugd (1841). De naam van de illustrator is niet bekend.

Het verhaaltje over Levie de marskramer werd in 1841 gepubliceerd in het Prenten-magazijn voor de jeugd. Dat tijdschrift verscheen tussen 1841 en 1852 en stond onder leiding van Gijsbertus van Sandwijk, een hoofdonderwijzer uit Purmerend. Van Sandwijk schreef het tijdschrift zelf vol.

         Levie de marskramer figureert in een vertelling in de rubriek ‘Hulpvaardigheid’. Doordat de riem van zijn mars breekt, valt Levie’s handel – linten, kant, mutsen, doeken – op straat. De jonge Toon schiet te hulp. Dat getuigt van christelijke naastenliefde, stelt Van Sandwijk. Toon ‘behoort niet tot die ondeugende kinderen, die oude, arme of gebrekkige lieden dikwijls uitjouwen of verachtelijk behandelen’.

            Dat ‘eene goede daad ook altijd hare belooning vindt’, ondervindt Toon als hij kort daarop in het water valt. Vanwege de woeste stroom durven omstanders niet te water te gaan. Maar Levie, die toevallig langsloopt, aarzelt geen moment. ‘Naauwelijks hoort hij, dat het Toon is, die in het water ligt of hij zet zijn marsje neder, springt in het water en redt, met groot levensgevaar, den hulpvaardigen Toon van een’ wissen dood’.