Koester de vertalers

Door Marc van Oostendorp

‘Als een uitgever een boek als een “typisch Nederlandse roman” promoot, maar de Italianen hebben geen flauw idee van wat “typisch Nederlands” is, gebruikt die een verkeerde marketingstrategie’, zegt een Italiaanse vertaler van Nederlandse literatuur in een artikel van Paola Gentile in het nieuwe nummer van Internationale neerlandistiek.

Je zou zeggen dat de Italianen inmiddels dankzij minister Hoekstra wél een beeld hebben van wat typisch Nederlands is, maar of dat veel extra exemplaren van de romans van Arnon Grunberg over de toonbank doet gaan, kun je je afvragen.

Het is een interessant artikel, waarin Gentile laat zien dat een vertaler, of in ieder geval een vertaler in een niche als de Nederlandse roman voor de Italiaanse markt, veel meer doet dan boeken vertalen. Ze geven ook advies aan uitgevers over welke boeken het best vertaald zouden kunnen worden. Een vertaler vertelt bijvoorbeeld dat hij of zij had geadviseerd tegen Een vloer van confetti van Franca Treur omdat het Italiaanse lezerspubliek waarschijnlijk niet zou weten wat aan te vangen met het protestantse milieu waarin dat boek zich afspeelt.

Met Vlaanderen is het overigens nóg moeilijker gesteld, zij het om net een andere reden: de gemiddelde Italiaan heeft totaal geen beeld bij België en dus al helemaal niet bij Vlaanderen:

Ik denk dat Italianen Nederland associëren met een reeks min of meer culturele symbolen (Van Gogh, tulpen, klompen, kaas, drugs…). België wordt nergens mee geassocieerd. Sommigen zeggen ‘Europese Unie’, sommigen zeggen ‘chocolade, bier’, maar er is geen duidelijk beeld. Als je een Italiaan vraagt ‘wat komt er in je op als je aan België denkt?’, dan is het antwoord ‘helemaal niets’. Om nog maar niet te spreken over wat Vlaanderen is en waar het ligt. Afgezien van een bepaalde elite die de Vlaamse schilders kent, weet de gemiddelde Italiaan er niets van. Als iemand me zegt ‘Ah, Flanders, Rubens!’, feliciteer ik hem.

Wat ook niet meehelpt is dat er enigszins hapsnap vertaald wordt uit, en dat het werk van sommige schrijvers bij verschillende uitgevers verschijnt, waardoor het nog lastiger is voor de gemiddelde Italiaanse lezer om een beeld te krijgen. Bij Scandinavische literatuur kun je denken aan thrillers, maar bij Nederlandstalige literatuur denk je nergens aan. Gentile spreekt van een ‘verward beeld van de Lage Landen’.

De vertalers proberen dit probleem op te lossen door twee soorten Nederlandse boeken te kiezen: ofwel boeken die gaan over klassieke thema’s die eenvoudig met Nederland te associëren zijn, zoals de Gouden Eeuw; ofwel boeken die ‘universeel’ zijn, en die verhalen vertellen.

Hoe dan ook zijn de vertalers bij dit alles onmisbaar: niet alleen vertalen ze en selecteren ze, maar ze zijn ook verder in het algemeen actief als ambassadeurs van de Nederlandse literatuur: ze organiseren evenementen en proberen op allerlei manieren ervoor te zorgen dat Italianen in ieder geval een beeld krijgen van onze letterkunde.

Zonder vertalers zou onze letterkunde in Italië, en vermoedelijk veel andere landen, helemaal onbekend zijn – en niet alleen omdat ze niet in de lokale taal beschikbaar zou zijn.

Hoe zit het andersom? De Italiaanse literatuur is in Nederland in ieder geval sinds In de naam van de roos van Umberto Eco redelijk bekend. Voor die tijd, schreef vertaalster Patty Krone me toen ik met haar over het artikel van Gentile correspondeerde, was er hier ook niet veel te vinden: “Afgezien van wat boeken over ‘La bella Italia’ en het ‘Italiëgevoel’ (denk bijvoorbeeld aan de boeken van Frances Mayes) was er hier niet bijster veel te krijgen.”

Maar een belangrijker verschil is volgens haar de beloningscultuur: “In Nederland bestaat het standaardcontract, er zijn werkbeurzen en je krijgt als vertaler betaald voor het schrijven van een voor- dan wel nawoord. De vergoeding voor Italiaanse vertalers is zeer belabberd; ze krijgen meestal pas een jaar of langer na verschijning van ‘hun boek’ betaald, én de beloning is stukken lager dan in Nederland (heb even de cijfers niet opgezocht), én ze krijgen nooit royalty’s. Ik weet van een bevriende vertaler Nederlands-Italiaans (ze vertaalde Benali, Bordewijk, Grunberg, Kellendonk, Nooteboom, Wolkers, Slauerhoff, Hermans…) dat het écht louter en alleen liefdewerk oud papier is. Ja, zo komt de promotie en verspreiding van Nederlandse literatuur in Italië natuurlijk ook niet echt op gang!”