Iets over (et)wuk

Door Anne-Sophie Ghyselen & Roxane Vandenberghe

Terwijl de hele wereld met man en macht probeert om de verspreiding van het COVID-virus te bedwingen, zijn in West-Vlaanderen twee andere – gelukkig minder schadelijke –  fenomenen subtiel aan een opmars bezig: de taalvarianten wuk (‘wat’) en etwuk (‘iets’). Dat blijkt althans uit een onderzoek van de vakgroep Taalkunde aan de Universiteit Gent, waarbij 10.000 West-Vlamingen bevraagd werden. 

Wuk for the win

In 1939 schrijft taalkundige P. Peeters dat er over het zelfstandig vragend voornaamwoord voor niet-personen in de dialecten “niet veel valt mee te deelen”. In Nederland zou iedereen wat zeggen, in Vlaanderen zou wa de plak zwaaien. Enkel in West-Vlaanderen zijn volgens hem “eigenaardige vormen” te vinden, namelijk wuk (wuk zeg je?), wiene (wiene zeg je?) en wadde (wadde zeg je?). Die bijna 80-jaar oude observatie van Peeters is nog niet achterhaald; ook recenter observeren dialectologen Magda Devos en Reinhild Vandekerckhove dat de drie vormen wuk, wiene en wadde nog steeds gebruikelijk zijn in de traditionele West-Vlaamse dialecten. Volgens Devos en Vandekerkchove is de vorm wat (en uitspraakvarianten als watte en wadde)het ruimst verspreid in West-Vlaanderen: wat komt voor inde Polders en het Houtland ten oosten van de IJzer. De vorm wiene is beperkt tot de streek van Veurne-Ambacht, en wuk is typisch voor Zuid-West-Vlaanderen, met de zuidoostrand als uitzondering. In onder meer Waregem, Deerlijk, Vichte en Zwevegem zou men namelijk ook wat zeggen, zoals in het noorden van de provincie en in de rest van Vlaanderen (zie het kaartje hierboven). 

Nu blijkt uit recent onderzoek dat die territoria op hun grondvesten daveren; wuk is namelijk aan een stevige expansie bezig. Voor het onderzoek werd aan 10.000 West-Vlamingen gevraagd om een online enquête in te vullen. Ze moesten voor 13 zinnen neerpennen hoe ze die zinnen zouden uitspreken “in gesprekken met vrienden en familie uit de eigen streek (=dorp/stad waar u opgroeide)”. Enkele zinnen in de enquête bevatten een vragend voornaamwoord, van het type “Wat doen we nu?”. En wat (of ja, wuk) blijkt nu uit de antwoorden? Ten eerste bevestigen ze in grote lijnen de regionale wuk-wat-wiene-patronen in het traditionele dialect, zoals beschreven door Magda Devos en Reinhild Vandekerckhove. Tegelijkertijd echter zien we dat de antwoorden heel sterk leeftijdsafhankelijk zijn (zie de grafiek hieronder). Over heel West-Vlaanderen neemt het gebruik van de oorspronkelijk zuidelijke vorm wuk toe, ten koste van de vormen wat en wiene. Hoe jonger de respondenten, hoe meer ze wuk gebruiken. Als we de resultaten per gebied bekijken, is de expansie van wuk en de regressie van wiene en wat nog opvallender. In Veurne-Ambacht bijvoorbeeld is de oorspronkelijke vorm wiene bij de generatie jonger dan 30 bijna verdwenen. Ook in de Polders moet de oorspronkelijk dominante – en bovendien standaardtalige – variant wat plaats ruimen voor het zuidelijke wuk. Een vergelijkbare ontwikkeling speelt zich af in het Houtland en het zuidoosten van de provincie: wat gaat achteruit ten koste van wuk. In Ieper-Poperinge, hét uitvalsgebied van wuk, stabiliseert het gebruik van wuk min of meer in de laatste drie generaties. 

Etwuk als populaire nieuwkomer

In de online enquête werd aan de informanten ook gevraagd om een aantal zinnen te ‘vertalen’ met het onbepaald voornaamwoord iets, zoals “Ja maar, je moet toch iets eten!”.  Het is uit eerder onderzoek bekend dat onbepaalde voornaamwoorden en bijwoorden in de West-Vlaamse dialecten opgebouwd worden door een vraagwoord te combineren met het voorvoegsel e(n)t. Dat zien we bijvoorbeeld in etwien (et + wie: ‘iemand’), etwat (et + wat: ‘iets’), etwaar(sen) (et + waar: ‘ergens’), ethoe (et + hoe: ‘op de een of andere wijze’) en ethoeveel (et + hoeveel ‘een zeker aantal’). Uit oudere dialectbeschrijvingen blijkt bovendien dat voor het onbepaald voornaamwoord ‘iets’ de vorm etwat de gangbare is in bijna heel West-Vlaanderen. De meeste West-Vlamingen zouden dus zeggen: “Ja maar, je moet toch etwat eten!”. Dat er maar één onbepaalde vorm bestaat in West-Vlaanderen, is opvallend, aangezien er wel verschillende varianten bestaan van het vragend voornaamwoord, namelijk wat, wuk en wiene. Toch werden vormen als etwuk en etwiene nooit vastgesteld in oude dialectstudies.  

Het nieuwe onderzoek levert ook in dat opzicht verrassende resultaten op. In plaats van één vorm van het onbepaalde voornaamwoord, namelijk etwat, zijn er maar maar liefst acht verschillende varianten opgetekend, namelijk etwat, etwuk, iets, iet, wat, wuk, ieks, etwiene, hieropgesomd in graad van afnemende populariteit. De data tonen dus aan dat er in West-Vlaanderen nieuwe dialectvarianten naast de oude vorm etwat zijn komen te staan. De aanwezigheid van de vormen iets, ieks, iet en wat is vermoedelijk te verklaren door invloed van de standaardtaal. Het nieuwe onbepaalde voornaamwoord etwuk is echter de grootste uitdager voor de traditionele vorm etwat. De variant blijkt namelijk in de enquête vermeld te worden door informanten verspreid over de hele provincie. Wel staat ze niet overal even sterk. De vorm etwat wordt vooral in het noorden van West-Vlaanderen gerapporteerd, de vorm etwuk komt frequenter voor inde streek van Ieper-Poperinge, de varianten iet en iets worden vooral aangetroffen bij West-Vlamingen uit het zuidoosten van de provincie (de streek van Waregem)en de hoogste kans op wat loop je in het uiterste oosten van de provincie. Het voornaamwoord etwiene ten slotte komt enkele keren voor in Veurne-Ambacht.

De regionale verspreiding van de varianten hangt opnieuw nauw samen met de leeftijd van de respondent, net zoals de verspreiding van wuk. In de figuur hieronder valt ongetwijfeld het meest op dat de vorm etwuk frequenter gerapporteerd wordt naarmate de informanten jonger worden, en dat vooral ten koste van de traditionele variant etwat. Etwuk is dus net als wuk aan het ‘oprukken’ in het taalgebruik van West-Vlamingen. Dat leeftijdseffect doetzich het sterkst voor in de regio Ieper-Poperinge, dat dus een voortrekkersrol speelt bij de opmars van etwuk. Dat is op niet zo verrassend, aangezien daar ook wuk het sterkst staat als vragend voornaamwoord. In de andere regio’s wint etwuk ook aan populariteit, maar is de trend iets minder sterk dan in Ieper-Poperinge. 

Markers van West-Vlaamse identiteit

De pronomina wuk en etwuk lijken zich dus allebei vanuit de streek van Ieper-Poperinge en Kortrijk te verspreiden naar het noorden en het westen toe, wuk als bestaande vorm en etwuk zelfs als geheel nieuwe vorm. Een intrigerende vraag is waarom net die niet-standaardtalige voornaamwoorden zo goed boeren in West-Vlaanderen. Die sterke progressie is immers opmerkelijk in tijden van algemeen dialectverlies en daaruit volgende uniformisering. We vermoeden dat de ontwikkeling een teken is van wat talige glocalisering wordt genoemd: terwijl lokale dialectwoordenschat snel verdwijnt ten voordele van een algemener inzetbare informele omgangstaal, vinden sprekers het toch belangrijk aan de hand van regionale elementen (zoals de voornaamwoorden etwuk en wuk) hun regionale identiteit in de verf te zetten. Dat geldt zeker in informele gesprekken met vrienden, de context waarop we in onze enquête focusten. Het bestaan van een West-Vlaamse regionale identiteit blijkt bovendien ook uit het gegeven dat onze enquête, verspreid met als onderwerp ‘West-Vlamingen gezocht’, in slechts twee weken tijd 10.000 reacties oogstte en ook grotendeels ongevraagd opgepikt werd door allerlei media (sociale media, maar ook kranten en zelfs radioprogramma’s). De in oorsprong zuidelijke voornaamwoorden etwuk en wuk lenen zich beter tot regionale identiteitsmarkering dan etwat en wat, aangezien ze duidelijker afwijken van de standaardtalige, algemener verspreide voornaamwoorden wat en iets. Bij etwuk is er natuurlijk ook sprake van analogiewerking; de groeiende populariteit van wuk heeft naar alle waarschijnlijkheid de ontwikkeling van de afgeleide vorm etwuk getriggerd, net zoals ook de vorm wiene geleid heeft tot de vorm etwiene. Die evolutie hoeven we niet per se als een ‘verderf van het West-Vlaamse dialect te zien: in een tijd waarin dialectwoorden steeds vaker plaats moeten ruimen voor standaardtalige alternatieven, is het veeleer hoopgevend voor de dialectliefhebber althans dat er ook nog nieuwe dialectwoorden gevormd worden. De verspreiding van de voornaamwoorden hoeft wat ons betreft dan ook niet met social distancing en mondmaskers bestreden te worden. 

Meer weten? 

Wie meer wil weten over deze studie, vindt een uitgebreider verslag in volgende artikels:

Ghyselen, A.-S., & Vandenberghe, R. (2018). Wuk ister goande? De sociogeografische determinanten van het West-Vlaamse zelfstandig vragend voornaamwoord onder de loep. In T. Colleman, J. De Caluwe, V. De Tier, A.-S. Ghyselen, L. Triest, R. Vandenberghe, & U. Vogl (Eds.), Woorden om te bewaren. Huldeboek voor Jacques Van Keymeulen (pp. 67-82). Gent: Universiteit Gent.

Ghyselen, A.-S., & Vandenberghe, R. (2019). Over etwat, etwuk en iets: geografie en dynamiek van het onbepaald voornaamwoord voor zaak in West-Vlaanderen. Taal & Tongval, 71(1), 31-60. Gratis raadpleegbaar via: Ingenta.