Blauwdruk voor een ideale universiteit

Door Marc van Oostendorp

Floris Cohen is een man naar mijn hart. Hij schrijft dat zijn boekje De ideale universiteit “allerminst de status van een blauwdruk” heeft, en vult dat boekje vervolgens met pagina’s over de cao van die ideale universiteit en welke ethische code er precies zou moeten gelden.

Maar vooral is zijn boekje een waardevolle aanvulling op de discussie van de afgelopen jaren: zo’n beetje iedereen die over de hedendaagse universiteit schrijft, doet dat kritisch. Hoe moet het dan wél? Dat is dus de vraag die Cohen probeert te beantwoorden.

Hij noemt de kern van zijn idee dat de universiteit een ‘waardegemeenschap’ moet worden van mensen die samen op zoek zijn naar de waarheid. In zijn uitwerking ligt op het eerste gezicht het accent elders, namelijk bij het onderwijs. Hij stelt voor om hbo en universiteit ‘van onderop’ samen te voegen (dus in het geval van Nederlands, neem ik aan om universitaire afdelingen Nederlands samen te voegen met lerarenopleidingen, scholen voor journalistiek en misschien een schrijfacademie). De voordelen daarvan zijn menigvoud: het praktische en het theoretische onderzoek komt dichter bij elkaar te staan, studenten kunnen makkelijker overschakelen van het ene niveau naar het andere, het hbo-onderwijs kan een wetenschappelijke impuls krijgen (deel van het plan is dat hoogleraren ook minstens eenmaal per jaar onderwijs geven in de hbo-stroom). Fijn voor ons neerlandici is dat Cohen bovendien zegt dat Nederlands – als ik het goed zie als enige – op iedere universiteit vertegenwoordigd moet zijn.

Dat laatste heeft ermee te maken dat aan ieder onderwijsprogramma een derde stroom moet worden toegevoegd – die van het ‘academisch onderwijs’, een breed georiënteerd programma voor alle studenten van alle faculteiten, een opgewaardeerd Studium Generale dat hen leert breder te denken dan in het eigen specialisme, en waarin de geesteswetenschappen een centrale plaats zouden krijgen. (Je krijgt de indruk dat Cohen, die lang historicus was aan de Technische Universiteit Enschede, die centrale plaats misschien wel belangrijker vindt voor de geesteswetenschappen dan een eigen programma.)

Natuurlijk is dat onderwijsprogramma van drie lagen, een academische, een vakgericht wetenschappelijke, en een hogere beroepsopleiding, uiteindelijk ook niet in tegenspraak met Cohens doelstelling, al ligt in die uitwerking de nadruk dus meer op de waarde van het delen dan op het vergaren van kennis. Cohen benadrukt overigens wel dat hij de traditionele band tussen onderzoek en onderwijs weer wil aanhalen, door NWO op te heffen én door het onderwijs zo in te richten dat iedereen zich tussen mei en september uitsluitend nog op het onderzoek hoeft te richten.

Het zijn sympathieke ideeën, en het bediscussiëren zeker waard. Juist het feit dat Cohen wel degelijk een blauwdruk heeft gemaakt, zorgt ervoor dat je concreet over de plannen kunt nadenken. Helaas wordt de discussie nu een beetje doodgeslagen doordat na de verschijning van De ideale universiteit ineens alle hens aan dek moesten om van de bestaande universiteit te redden wat er te redden valt.

Dat is jammer, want precies nu is die discussie belangrijker dan toen het boekje in februari verscheen. We dreigen af te drijven naar een universiteit die nóg minder ideaal was dan hij al was – waarin bijvoorbeeld het surrogaat dat online onderwijs is ineens voor the real thing wordt aangezien. We moeten het hier dus toch hoognodig over hebben.

Floris Cohen. De ideale universiteit. Ontwerp van een uitvoerbaar alternatief. Amsterdam: Prometheus, 2020. Bestelinformatie bij de uitgever.