Voer voor filologen: “ere sire amien” (Floris ende Blancefloer, r. 675)

Door Willem Kuiper

Iedereen die Floris ende Blancefloer gelezen heeft, weet dat daarin een beker beschreven wordt, vergeleken waarbij de championsleaguecup verschrompelt tot een bekertje uit de koffieautomaat. Deze beker was gemaakt door Vulcanus en rondom beschilderd met de schaking van Helena door Paris, de achtervolging door Menelaus, de tocht van de Grieken over zee en de belegering van de stad Troje.
Op het deksel van de beker was afgebeeld hoe Paris een oordeel moest uitspreken over wie de mooiste was van de drie godinnen Juno, Pallas en Venus. Geen van drieën durfde erop te vertrouwen dat zij als mooiste gekozen zou worden, en daarom probeerden zij Paris om te kopen. Het bod van Venus beviel hem het best: Kies mij en je krijgt de mooiste vrouw ter wereld! En daarom vond Paris Venus de mooiste.
De kers op de taart was een karbonkelsteen boven op het deksel van de beker. Karbonkelstenen gaven licht in de Middeleeuwen en waren onvoorstelbaar handig in donkere ruimten zoals een kelder, waar onder andere wijn bewaard wordt. Probeer de goede fles maar eens te vinden in het donker. Welnu, daar was die deksel met karbonkelsteen geknipt voor (mijn editie):

660    Opten scedel stont .i. carbonkel steen.
           Ens kelre so donker ne geen,
           al eiser in licht no vier,
           daerne in die hant hout die bottelgier,
           hi maket so licht daer binnen
665    dat men daer bi moge bekinnen
           so wat haven soet moge sijn,
           moraet, clareit ochte wijn,
           penninge van zilvere of van goude
          of so wat men kiesen woude.

Die laatste twee regels heeft P. Leendertz jr. uit zijn overigens prachtige editie (Leiden 1912) geschrapt. Hij vermeldt dat in een voetnoot, maar zonder argumentatie waarom. De meest gangbare editie nu is die van J.J. Mak, derde druk 1970. Die staat op de CD-ROM Middelnederlands en is overgenomen door de DBNL. De editie Mak is een versimpelde herdruk van de editie Leendertz, zonder dat dit expliciet medegedeeld wordt. Ook de editie Mak mist deze twee regels, maar zónder voetnoot, en zo raakte de Middelnederlandse letterkunde twee versregels kwijt. Waar Leendertz de tekst van het handschrift zijns inziens verbeterde en dat verantwoordde in een voetnoot, nam Mak de verbeteringen over zonder voetnoot. Wie de editie Mak citeert, doet er goed aan het handschrift LTK 191-2 te raadplegen, voor zover dat nog leesbaar is.

Omdat Floris ende Blancefloer een vertaling / bewerking is van een Franse roman, Floire et Blanceflor, is het een filologische noodzaak om te kijken wat er in de brontekst staat (mijn diplomatische editie van hs. A met de versnummering van de online editie van J.L. Leclanche):

           Li coupiers ert ciers et vaillans
           Descarboucles resplendissans
           Nest soussiel si orbes celiers
           Sil I estoit li boutilliers
495    Ne peust sans autre clarte
           Cler vin connoistre dysope

Op zulke momenten prijs ik mij gelukkig dat ik een beroep kan doen op mijn romanistieke collega Jelle Koopmans. Na wat heen en weer gezoek kwamen wij tot de conclusie dat met “dysope” wijn bedoeld zal zijn die gearomatiseerd is met hysop, waardoor die wijn ietwat troebel wordt. Waarom Diederik dit hysop in zijn vertaling verzweeg en verving door andere wijnen, weet ik niet. Het moet een bekend woord geweest zijn, want het staat in de Bijbel. Ook in het MNW:

ISOP (ysope, ispe), znw. vr. Mhd. isope, ispe. Eene lipbloemige sierplant, die rijk is aan etherische olie en in de rotsachtige streken van Zuid-Europa thuis behoort (Van Dale 627 op hysop). Het woord is vooral bekend door het gebruik, dat van het woord in den bijbel gemaakt wordt (Joh. 19, 29; Hebr. 9, 19; Ps. 51, 9). Vaak wordt met het woord hysopolie bedoeld. Van lat.-gr. hyssopus. Diut. 2, 220: ispe, isopus. || Isope is hert unde droge … is gut der bosen lungen, Geneesk. Handb. 101r. Savie, yspe ende petercelie, Reg. 48b. Besprai mi, Here, met ysope, so werdic suver, Ps. 51, 29. Du salte mi besprenghen, here, met ysopen, Ned. Get. 1 138 (Ned. Get.89a). Twee dragma en half ysope, Scep v. W. 24d. — Vgl. isepe.

Bovenop dat deksel staat als klap op de vuurpijl een voor het oog levende vogel, die de karbonkelsteen in zijn klauwen vasthoudt. Kortom, het gaat hier om een artefact dat zijn weerga niet kent. Later in de roman zal Floire met deze beker de haremwachter van Babilonien (Caïro) omkopen, want met geld alleen lukte dat niet.

Deze oogverblindende beker werd door Eneas meegenomen uit het brandende Troje naar zijn nieuwe vaderland Italië, en daar gaf hij hem, als wij Mak mogen geloven, aan een vriendinnetje: “675 Nadien schonk hij hem aan een liefje van hem.” Nou, dan moet dat liefje wel heel erg lief voor hem geweest zijn, dat zij daarmee deze moeder van alle bekers van hem cadeau kreeg! Terwijl u uw fantasie de vrije loop laat, geef ik u eerst de tekst van Diederik:

         Het brachtene uut Trojen Eneas
         doe die stat te storet was.
675  Sint liet hine ere sire amien
         in dat land van Lombardien.

Op het eerste gezicht lijkt het er inderdaad te staan. Maar klopt dat wel? Ging Eneas écht zo nonchalant met die wereldcup om? En wat staat er in het Frans? Als je Middelnederlandse teksten die vertaald zijn, wilt begrijpen dan moet je óók kijken naar wat er in de brontekst staat. Niet af en toe of hier en daar, maar altijd en overal! Zie hier de bladzijde in het laat 13e-eeuwse handschrift A. Halverwege de tweede kolom leest u:

1       Li rois eneas lemporta
         De troies quant il sen ala
         Si le dona en lombardie
4       A la vine qui fu samie

In een ander 14e-eeuws handschrift, handschrift C van Floire et Blanceflor, staat het er zo (linker kolom, iets onder het midden):

1       Li rois eneas lemporta
         De troie quant il sen ala.
         Si la donna en lombardie
4       A la uine qui fu samie

Het is daarom acceptabel te veronderstellen dat Diederik dezelfde versregels onder ogen kreeg.

De kopiist van handschrift A zal, denk ik, gedacht hebben dat “la” in regel 4 een lidwoord was, liet daarom een spatie vallen en begon het volgende woord met een “v”. Diederik werd, denk ik, hierdoor op het verkeerde been gezet en las ‘la vne’, combineerde dat met wat volgde tot ‘la vne qui fu s’amie’ en begreep dat als: een die zijn vriendin was: “ere sire amien” (“ere” is ‘eenre’). Maar zoals u al lang al gezien heeft, staat er: ‘A Lavine qui fu samie’: aan Lavinia, die zijn vriendin en geliefde was (en zijn toekomstige echtgenote). Dus niet zo maar een scharrel.
Eigennamen leveren meer dan eens problemen op in middeleeuwse handschriften, omdat zij niet gemarkeerd zijn met een hoofdletter. (Her)Ken je de naam niet dan zie je niet dat het een eigennaam is.
Eerder deed Diederik het omgekeerde toen hij in regel 433 “sante” als een eigennaam interpreteerde in plaats van als ‘s’ante’ voluit ‘sa ante’: zijn tante. Zulke dingen gebeuren. Vergissen is menselijk. Het lezen van een 13e-eeuws Frans handschrift, geschreven in een kleine letter en wemelend van de afkoringen, waarin de kopiist nu eens een woord opsplitst en dan weer aan een ander woord vastschrijft, zal ook voor een ervaren Middelnederlandse vertaler lang niet altijd gemakkelijk geweest zijn. Zo lang hij begrijpt wat er staat, is er niets aan de hand. Maar zodra de betekenis van de zin onduidelijk is, ligt een verlezing naar een woord dat binnen de context lijkt te passen, op de loer.

Ter verdediging van Mak kan verwezen worden naar het abel spel Lanseloet van Denemerken (mijn editie):

        Lanseloet:

        O, scone maghet van herten reine,
85   al dadi den wille mijn,
        wt vercoren Sanderijn,
        en bleue u onver gauden niet,
        want messelike dinge sijn ghesciet.
        Ghi mocht noch werden wel myn vrouwe …
90   Sijt mijns ghenadich ende blijft getrouwe
        ende comt met mi in dit casteel.
        Ic sal u gheuen een yuweel.
        Ic wane ghi noit des ghelike en saeght!

Hier vraagt Lanseloet in niet mis te verstane woorden aan Sanderijn om hem seksueel ter wille te zijn, en in ruil daarvoor belooft hij haar een sieraad zoals zij nog nooit gezien heeft.