Twee woorden, negen letters: één taalgemeenschap, twee antwoorden

Door Sterre Leufkens

Wie net als ik veel quarantainetijd op sociale media doorbrengt heeft ‘m vast langs zien komen: de burgerlijkheidstest. Hilariteit alom, om deurmatten en een kaasschaaf als taartschep, maar de vraag die in mijn tijdlijn de meeste reacties opriep was deze:

Twee woorden, negen letters: …???

Wat is daarop úw antwoord, lezer? De antwoorden die ik kreeg op mijn twitter-poll laten iets superinteressants zien: dat we in de hypergeglobaliseerde, voortdurend verbonden, sociaal kleffe anderhalvecentimetersamenleving van een paar weken geleden minder vernetwerkt zijn dan we misschien wel dachten.

Poll

Eerst maar even die poll. Er circuleerden twee mogelijke opties, die ik natuurlijk verwerkte, en het kon natuurlijk nog wat anders zijn. Ziehier het resultaat:

Bijna tweederde van de twitteraars antwoordt net als ik uit volle borst: duurt lang! Ik weet toevallig zeker dat ik dit van mijn vriendin heb geleerd, want ik herinner me de eerste keer dat we ergens stonden te wachten, ze me veelbetekenend aankeek en zei: twee woorden negen letters!? Ik dacht nog even dat we een cryptogram gingen doen maar inmiddels weet ik beter.

Een kwart der twitterandi denkt er echter heel anders over, en beantwoordt de voorzet met ‘bier halen’. En dan zijn er nog best wat mensen die iets drankgerelateerds invullen (meter bier, hertog jan, wijn graag, happy hour) of iets compleet anders (lekker gek, twee negen, huis kopen). Vooral bij die laatste antwoorden kun je je afvragen of mensen dat echt zeggen, of dat het verzonnen is om toch maar iets te antwoorden op de vraag.

Studententaal

Ik vermoed dat alle échte varianten zijn ontstaan in mensen hun studententijd. Dat suggereert de test ook: trouwe volger @rndngs ontdekte dat je met beide antwoorden mínder burgerpunten haalt, dus kennelijk ben je volgens de quizmasters een lekker ongebonden vrijbuiter als je überhaupt een antwoord hebt – en een ongebonden vrijbuiter is wat je vooral in je studententijd bent. Trouwens, mensen zeggen ook gewoon dat ze ‘dit altijd zeiden in de kroeg’, of ‘van een mede-student hebben overgenomen’, etc. Iemand op feestboek noemt de hele quiz zelfs ‘een heel Delfts testje’.

Nu zou ik zeggen: studenten vormen een grote sociale groep. Natuurlijk kent niet iedere student alle andere studenten, en zijn er subgroepen per stad, per vereniging, per faculteit, per jaar, en weet ik wat. Maar om het even bij de taal te houden (dit is tenslotte een taalblog): ik zou denken dat studenten op elkaar lijken qua taalgebruik, en dat als ergens een groepje studenten een nieuw woord begint te gebruiken, dat makkelijk kan worden overgenomen door andere studenten. Ik denk dan aan woorden als atten, grondpizza, pandapunten, SOG’gen – concepten die vast niet bij alle, maar toch bij veel studenten bekend zijn. 

Schisma

Wat nu zo spannend is aan het twee-woorden-negen-letters-verhaal is dat er dus zeker heel veel mensen zijn die in hun studententijd met deze grap kennis hebben gemaakt, maar 1. dat er variatie is en 2. dat niemand op de hoogte lijkt te zijn van die variatie. Mensen (mezelf incluis) zijn totaal verrast wanneer blijkt dat er andere antwoorden mogelijk zijn. Kennelijk is er tussen de studentencafés waarin deze grap gemaakt en doorgegeven wordt ooit een enorm schisma ontstaan. Er zijn duurt-lang-studenten, en er zijn bier-halen-studenten, en die ontmoeten elkaar blijkbaar niet. Social distancing avant la lettre, in de studentenkroegen.  

Hoe kunnen we dit nou verklaren? Was het antwoord vroeger altijd ‘duurt lang’, maar is er ergens in Groningen (om maar even een relatief geïsoleerde studentenstad te noemen) opeens een innovator geweest die met ‘bier halen’ begon, waarna 23% van de populatie de oorspronkelijke reactie nooit heeft geleerd? Kan een taalkundig RIVM de data misschien in een taalmodel stoppen, en de besmettingsgraad van de diverse varianten berekenen? 

Noem het pandemieparanoia, maar ik zie hier een schisma van patat-friet-achtige proporties opdoemen. Testen dit, voor het te laat is. 

Dit stuk verscheen eerder op De Taalpassie van Milfje Meulskens