Lucas Pater (1701-1781): Bitter Regret

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (8)

Door Cornelis W. Schoneveld

Bitter Regret

In a renownèd Hall, the city’s adoration,
Where riches prudently are staying out of sight;
Where Justice dwells, nor bows for gold or might,
And fosters laws which help the people’s restoration;

Where noble Hymen opens up his choir for celebration 
Of hearts that suffer from that little amorous wight;
That noble Court, which sponsors wealth through right,
When virtue overcame all tyrannous dictation.

Where infidelity is tried, simplicity passed by;
Where wide and high a dome portrays an open sky; 
Where ’s chiseled work, for everybody to adore it;

Where marble creates echoes, from the noises all; 
In the eighth’s wonderwork: The Amsterdam Town Hall
I lost my handkerchief, O I ‘m so sorry for it!

Lucas Pater (1702-1752)

Bittere spijt

In een vermaard Paleis, de roem der stadgenoten,
Waar rijkdom, wijs bezorgd, haar schat verbergt voor ’t licht;
Waar Themis op haar stoel voor goud noch bede zwicht,
En dierb’re wetten geeft, die ’t heil de volks vergroten;

Waar d’ edele Trouwgodin haar koordeur heeft ontsloten
Voor harten, diep gewond door ’t kleine minnewicht;
In ’t achtbaar praalgebouw, dat welvaart heeft gesticht,
Toen dwingelandij door deugd werd van ’t gezag verstoten;

Waar d’ ontrouw wordt gestraft, de onnozelheid verschoond;
Waar ’t hoog en ruim gewelf een open hemel toont;
Waar bouw- en beitelkunst elks ogen kan bekoren;

Waar ’t marmer echo’s vormt, op ’t volks herhaald gedruis;
In ’t achtste wonderstuk, in ’t Amsterdams Stadhuis
Heb ik (o bittere spijt) mijn neusdoek laatst verloren.