Ik heb goed geluisterd, ik begrijp de vraag heel goed en het eerlijke antwoord is

Door Siemon Reker

Het debat over de ontwikkelingen rond het coronavirus van gisteren (01.04.2020) was nog niet afgerond toen ik dit schreef, maar in de antwoorden van de minister-president kwamen drie elementen bij herhaling terug:

  • Ik heb goed geluisterd
  • Ik begrijp de vraag heel goed
  • Het eerlijke antwoord is

Dat is Nederlands en het lijkt ook normaal Nederlands, maar deze stukjes komen wel erg vaak langs in de plenaire zaal. Altijd als taal in de Kamer frequent gebruikt wordt, is er reden om op te letten – terwijl de luisteraar juist door de hoeveelheid keren in slaap gesust wordt.

In het hele kalenderjaar 2019 horen we niet alleen van MP Rutte “Ik heb goed geluisterd” maar we vernemen dit cliché ook uit de mond van een aantal mede-bewindslieden: Grapperhaus (geregeld), Ollongren, De Jonge, Knops, Slob, Van Veldhoven en Blok.

“Ik heb goed geluisterd” is ook iets wat nogal wat Kamerleden zeggen, in 2019 het meest Bram van Ojik (GroenLinks) maar hij allerminst als enige.

Veel meer bewindslieden vallen de premier bij in de uiting “Ik begrijp de vraag heel goed” te weten Hoekstra, Dekker, Schouten, Koolmees, Grapperhaus, Bruins, Ollongren, Van Engelshoven, Van Ark, De Jonge, Knops, Kaag. Zijn er Kamerleden die het zeggen? Jazeker, niet bij uitsluiting maar vooral leden uit de coalitiefracties.

Niet zo gebruikelijk uit ministeriële mond is dat over “het eerlijke antwoord”, maar ik noteerde desondanks Koolmees, Blok (diverse malen), Bruins, Hoekstra (eveneens geregeld), De Jonge, Van Engelshoven en Dekker. Kamerleden stellen vragen aan het kabinet of aan elkaar en van die zijde valt dat “eerlijke antwoord” zelden te horen.

De drie stukjes taal van Mark Rutte vanmiddag staan in de ongecorrigeerde Handelingen van 2019 alle drie ook bij één en niet meer dan één bewindsman, vice-premier Hugo de Jonge.

Wat betekent het wanneer iemand zegt “Ik heb goed geluisterd, ik begrijp de vraag heel goed en het eerlijke antwoord is”? Natúurlijk luistert een bewindsman goed naar het parlement, uiteráard is deze voldoende ingevoerd om vragen te begrijpen en vanzelfsprékend gaan we uit van eerlijke antwoorden van de kant van het kabinet.

Het betekent dus niets, driemaal niets ben ik geneigd te beweren.

Tóch wat nieuws gehoord vandaag, uit de mond van zowel de premier als de eerste vice-premier: iets onder schot hebben. Dat is een andere omschrijving voor ‘iets in het vizier hebben’ maar klinkt wat onprettiger.

Dit stukje verscheen gisteren op het eigen blog van Siemon Reker