Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733): Commemoration

Nederlandse sonnetten voor de Engelssprekende wereld (6)

Door Cornelis C. Schoneveld

Commemoration

The west wind whispered, and the sultry summer bended 
Towards the happy universe with blushing face; 
The wood was freed of every dark grey winter trace;
When I with Rosalind to flimsy herbs attended:

This was accomplished not when there our feet just tended; 
The flowers also made us our soft bed. Ah, what a grace!
Ah, in high feather knocked my burning heart apace!
It jumped from happiness, while down there she now ended.

We knew nor hate nor spite, nor cross resentment:
So Saturn’s age returned, but with the strong contentment
That in the Golden Age no love would hurt the lover

With torch, or bow and arrow, and, as I was told,
The Orange daybreak from the East came sooner over
Than long before, in that first age of purest gold.

Hubert Korneliszoon Poot (1689-1733)

Herdenking

De westenwind blies zacht; de zwoele zomer bukte
Met zijn gebloosd gelaat de blijde wereld toe;
Het woud was lang verlost van ’s grijze winter roê;
Toen ik met Rozemond de tere kruidjes drukte:

Niet met de voet alleen aan wie dit slechts gelukte,
`t Gebloemte spreidde ons een bed. Och, mijn gedachten hoe!
Och, hoe was in die nacht mijn branderig hart te moe!
Dat sprong van blijdschap op, terwijl zij neder hukte.

Wij kenden haat noch spijt, noch nijd noch wrevelheid:
Saturnus’ eeuw kwam weer, doch met dit onderscheid,
Dat in de gulden tijd de min geen minnaars plaagde

Met toorts en boog en schicht, en dat, naar mijn onthoud,
d’ Oranje Auroor in ’t oost voor ons veel vroeger daagde
Dan ze oudtijds was gewend in d’ eerste eeuw van klinkklaar goud.