Hoe kom ik de dag door?

Door Marc van Oostendorp

Een van de goede dingen van crises als deze is dat je merkt wie je werkgever is. Ik heb er twee en ze blinken allebei uit in menselijkheid. (‘Ja, jongen, dat moet ook wel, als ze jou in dienst houden.’) Uit bepaalde hoeken van de academische wereld klinken allerlei gruwelverhalen, maar zowel op het Meertens Instituut als aan de Radboud Universiteit pikt iedereen het allemaal heel menselijk op.

Ik heb mijn bazen op beide plaatsen beter leren kennen, en dat waren aangename lessen.

Nu is een kernaspect van het bestaan natuurlijk dat mensen zo verschillend kunnen reageren op zelfs alledaagse gebeurtenissen – en dus al helemaal op zoiets onverwachts als een quarantaine.

Vorige week publiceerde Daniël Wigboldus, de voorzitter van het Nijmeegse College van Bestuur, bijvoorbeeld een column waarin hij beschrijft hoe hij de afgelopen weken ontdekte hoe belangrijk ‘rust, reinheid en regelmaat’ voor hem zijn: hoe hij een heel strak schema heeft, Ook schrijft hij:

Tip: blijf een helder onderscheid maken tussen werken en vrije tijd. Met al dat thuiswerken wordt het wel heel makkelijk om continu met werk bezig te zijn. 

Dat lijkt wel een aardige tip, maar in ieder geval kan ik er in mijn huidige leven niets mee. Dat komt doordat er, behalve een vrouw die óók vanuit huis college geeft, een zesjarige in mijn huis rondloopt.

Dat betekent in de eerste plaats dat er behalve werk en leven ineens ook sprake is van school, want in groep 2 leren kinderen nog niet heel veel vanzelf uit een boek. De balans bestaat dus niet uit 2 maar uit 3 elementen.

Mijn oplossing is dus veeleer om het hele idee dat rust of reinheid of regelmaat gevonden kunnen worden, volkomen los te laten, en alle drie die factoren zoveel mogelijk in elkaar te laten overlopen. Te werken zodra het kan en te accepteren dat dit werk ook op ieder moment gestoord kan worden. Er is misschien enige regelmaat voor het schoolgedeelte (dan en dan kijken we naar een filmpje van de juf, dan en dan doen we die en die oefeningen) en er zijn wat afspraken over wanneer een van ons moet zoomen of teamsen, maar verder heerst bij ons de totale chaos.

En ik vaar er wel bij. Ongetwijfeld is de kwaliteit van wat ik presteer nóg lager dan ze gewoonlijk al is – maar ik amuseer me eigenlijk wel.