Het ging er bij hen niet in dat iemand die zó kon schrijven, een ordinaire leugenaar of bedrieger was

De Multatulileescursus (79)

Door Marc van Oostendorp

– Ik heb het idee dat ik het Volledig Werk met het lezen van deze biografie van Van der Meulen weer helemaal herbeleef.

– En dat terwijl we nu alleen de eerste helft hebben gelezen, waarin de schrijver eigenlijk nog bijna niets geschreven heeft, en al helemaal niets gepubliceerd: de eerste 40 jaar van zijn leven.

– Dat is toch wel een van de wonderlijke aspecten van dit schrijverschap – hoe iemand zo ineens op het podium kan springen en het helemaal in zijn vingers lijkt te hebben, terwijl hij in de decennia daarvoor nauwelijks iets uit zijn handen kreeg.

– Volgens Van der Meulen had Multatuli het voor zijn schrijverschap nodig dat hij ernstig in de problemen zat. En kennelijk was hem dat pas na veertig jaar echt goed gelukt.

– Vandaar misschien dat hij in de jaren tachtig juist weer stil valt? Hij krijgt het te goed?

– Originele gedachte! Zegt Van der Meulen dat?

– Ik heb nog niet zo ver gelezen.

– Hoe dan ook, het lezen van Van der Meulen is een groot genoegen. Hij weet toch weer allerlei nieuwe perspectieven op de man te werpen die we eerder niet hebben gehad. Bijvoorbeeld naar aanleiding van Douwes Dekkers eerste werk, het toneelstuk De eerloze, en de hoofdpersoon Hol:

Zegt Holm iets over Eduard Douwes Dekker zoals hij in Padang en de jaren daarna had willen zijn, het toneelstuk in zijn geheel zegt iets over hoe hij was. Zo had hij een onverbloemde voorkeur voor wat toen nog ‘hogere standen’ heette – dat wil zeggen: mensen van adellijke geboorte. Het is geen toeval dat Holm, die niet van adel is, aan het slot van Carolines oom een grafelijke titel cadeau krijgt. Het blijkt ook uit de wending die zijn leven nam toen hij terugkeerde naar Batavia. Hij ontmoette daar een vrouw die dan wel geen Caroline heette, maar, althans in naam, wel van adel was.

– Ja, die fascinatie met de adel. Daar valt inderdaad ook wel een studie van te maken. Van der Meulen wijst er ook op dat dat dubbele Douwes Dekker misschien ook wel bewust in stand is gehouden door de familie om een zekere stand te suggereren. Ik vind het alleen moeilijk om dat nu te verbinden aan het werk.

– Je zou kunnen zeggen dat nobless oblige een levensmotto van Dekker was. Maar daarvoor had hij dan eigenlijk meer noblesse nodig dan hem gegeven was.

– Weet je, ik vind Van der Meulens toon een verademing. De neutraliteit die hij eigenlijk voortdurend betracht. Het is duidelijk dat hij zich op de feiten wil richten en alleen op de feiten. Hij wil niet oordelen, niet positief en niet negatief – zeker als niet duidelijk is wat er nu precies aan de hand was – en dat is in deze vroege periode voor vrijwel alles wat enigszinss van belang was het geval:

Velen die Dekkers rekesten na zijn dood lazen, konden maar niet geloven dat hij in Natal gefraudeerd had, dat hij een oplichter was. Het was eenvoudig niet de toon van iemand die een greep in de kas heeft gedaan. Dat was de mening van de latere pleitbezorgers van Multatuli, zoals E. du Perron en Garmt Stuiveling. Het ging er bij hen niet in dat iemand die zó kon schrijven, een ordinaire leugenaar of bedrieger was.

– Ja, die neutraliteit gaat zo ver dat de enkele keer dat hij wel ineens met een oordeel je komt, je als lezer meteen geneigd bent te denken ‘tut, tut’.

– Geef eens een voorbeeld?

– Nou op een bepaald moment geeft hij commentaar op een beschrijving waarin staat dat Eduard als jongen zo verlegen was. Hij zegt dan dat dit onwaarschijnlijk is omdat de man nu toch alles behalve verlegen was. Ik denk dan: oh ja? Waar blijkt dat uit?

– Uit zijn onbescheiden gedrag?

– Ja, maar dat kan toch ook zijn voortgekomen uit de neiging de eigen verlegenheid te overschreeuwen? Er wordt juist ook vaak gezegd dat hij zachtjes sprak en zo.

– Nog even over die neutraliteit, Van der Meulen schrijft iets heel vreemds dat ik moeilijk te duiden vindt:

Het zou te ver voeren hier een uitputtende analyse te geven van de eindeloze woordenstrijd en zelfs persoonlijke ruzies over het gelijk of ongelijk van Eduard Douwes Dekker als bestuursambtenaar. Bovendien: de kwestie is zonder twijfel van historisch belang – maar of het er voor zijn levensbeschrijving toe doet?

– Wat begrijp je daar niet aan?

– Nou, om te beginnen, als iets over een persoon gaat en het is ‘zonder twijfel’ van historisch belang, dan doet het er toch toe voor de levensbeschrijving van die persoon? De biografie is toch een historisch genre?

– Ik denk dat Van der Meulen het primair zag als een literair-historisch genre. Het doet er niet zoveel toe of Douwes Dekker gelijk had in de interpretatie van zijn literaire werk.

– Maar dat kun je toch ook niet zeggen als je net een half boek hebt geschreven over het leven van iemand die helemaal geen schrijver is, en daarbij allerlei details hebt proberen achterhalen die misschien nog wel veel minder van belang zijn.

– Overdrijf je nu niet een beetje?

– Op een bepaald moment bezoekt Eduard zijn broer Jan. In de kranten werd in die tijd bericht wanneer mensen aankwamen in een bepaalde plaats, en verschillende kranten noemen nu verschillende data waarop Eduard en/of Jan zouden zijn aangekomen. Van der Meulen wil dan om de een of andere reden per se ophelderen waarom die kranten elkaar tegenspreken:

De volgende aankondiging, dat de familie Douwes Dekker op 9 december hotel Montoft betrok, kan het gevolg zijn van het niet dagelijks verschijnen van het Soerabayasch Nieuws- en Advertentieblad. Het is natuurlijk mogelijk dat ze toen pas in het bewuste hotel trokken (en daarvoor bijvoorbeeld in het Java Hotel hadden gelogeerd), maar een vergissing is waarschijnlijker, vooral door de laatste mededeling, van 20 december.

– Ja, zo bezien is zijn gebrek aan interesse in de waarheid van de Lebak-zaak dus eerder een afkeer van polemiek, of een uiting van vermoeidheid over die eindeloze discussie. Met dat laatste kan ik wel meevoelen.

– En ik met dat eerste.

– Nee, ik vind dat toch écht raar. Je kunt als biograaf eventueel zeggen dat de zaak onbeslist is, maar niet dat het ondanks het historische belang geen gewicht heeft voor de biografie. Als nu blijkt dat Douwes Dekker volkomen ongelijk had, dan werpt dat toch een ander licht op zijn de rest van zijn leven volgehouden wrok?

– Zullen we het daar volgende week over hebben? Als we de biografie allemaal hopelijk uit hebben?