Gedicht: Lucebert • Aan Lesbia

Over Lucebert’s meepse barg.

Aan Lesbia

De oude meepse barg ligt
nimmermeer in drab
maar voorgoed op zachte kussens onder – uitgerekend –
de weelderigste boom Ons rest
slechts een schaduw dun als een dasspeld
om af te koelen Lesbia
Sinds je moeder goede zaken maakt
met de montage van haar
geldzucht en jouw schaamteloos lichaam
zijn je lippen – nu als in steeds
modieuzer gewaden gehuld zo
gewaagder lijkend dan ooit – mij toch
armelijk mager geworden

Maar al werden je fraaie lokken plots
walgelijk rattenhaar of baarde je
onder mijn ogen een geslacht van
veelpotig of kruipend gedierte
ik verliet je niet want waar
zou ik nog rust kunnen vinden? In het zuiden
op brandende bergen soms of
onder de altijd bloedige barbaren in het noorden?
O ik moet er niet aan denken hoe in den vreemde
een van heimwee bezetene mij toefluistert:

‘Alle vlinders van dit voorjaar slapen op Lesbos’


Lucebert (1924-1994)

Foto: Bert Verhoeff /Anefo


Abonnees van Laurens Jz. Coster ontvangen iedere werkdag een gedicht per mail.