Drie stukjes in ‘speelgoeddoos’

Nene leert Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Nene is zes jaar en inmiddels ongeveer een jaar in Nederland. Ze spreekt alleen nog maar Nederlands, ook als ze alleen speelt, tegen haar poppen. Ze verstaat trouwen ook behoorlijk veel Italiaans, want dat spreekt haar moeder vaak tegen haar. De laatste tijd vindt ze het leuk om bij het kwartiertje tv-kijken voor het slapengaan vertrouwde kinderprogramma’s op Netflix ook te bekijken in heel andere talen, zoals français of Deutsch.

Die laatste tijd zitten we natuurlijk opgesloten, net als iedereen. De hele scholing ligt nu ook in onze handen, van de juf van groep 2b krijgen we om de paar dagen nieuw materiaal en we hakken ons daar een pad door.

Ongeveer alles wat je moet leren in groep 2 is taal; ook rekenen is vooral taal: vooruit tellen, achteruit tellen, en zelfs de sommetjes zijn geloof ik nog voor een belangrijk deel taal, bijvoorbeeld omdat ze ook worden opgelost door te tellen.

Het eigenlijke taalonderwijs is ‘voorbereidend lezen’ en dat is enorm fascinerend. Nene vertoont het ene mirakel na het andere. We hebben eerst een paar weken oefeningen gedaan om klanken van elkaar te onderscheiden, Dat kon ze allemaal! En ze blijkt op de een of andere manier ook al veel letters te herkennen! En te begrijpen dat aap eindigt op een p!

Het mooist vinden zij en ik de lettergrepen. Hoeveel lettergreppen heeft opruimen? Of speelgoeddoos? Dat is iets dat een kind kennelijk binnen de kortste keren onder de knie heeft, iets wat wel van nature lijkt te komen. Die lettergrepen zijn echt! Ze kan daar geen genoeg van krijgen, in ieder woord dat haar oorschelp bereikt de lettergrepen tellen.

In een vervolgoefening moet je die stukjes ook kunnen herkennen. Je hoort eerst speelgoeddoos en vervolgens krijg je zes lettergrepen voorgeschoteld waaronder je er drie moet aanwijzen die in dat woord staan. Dat blijkt een stuk lastiger, of eigenlijk: speel en doos herkent Nene dan meteen, maar goed helemaal niet. En zo voor alle onbeklemtoonde lettergrepen, zeker als ze binnenin een woord staan. Ze is dus al afgericht om vooral te letten op de klemtonen en de onbeklemtoonde lettergrepen te negeren. Hoewel ze correct telt dat speelgoeddoos uit drie ‘stukjes’ bestaat, denkt ze bij de vervolgoefening soms dat ze klaar is als ze speel en doos heeft aangewezen.

Dat lijkt me eigenlijk een teken dat haar taalsysteem inmiddels Nederlands geworden is. In het Hongaars heeft ieder woord een volkomen voorspelbare klemtoon op de eerste lettergreep, en speelt dat verschil tussen beklemtoond en onbeklemtoond niet zo’n belangrijke rol. In het Nederlands wel – daar zijn haar verwachtingen op gebaseerd.