Door gevaarlijke stijlfiguren omringd

Door Wouter van der Land

Het ergste jeukwoord van het afstandsonderwijs vond ik ‘thuissafari’, een terugkerende aanduiding voor de opdrachtjes in en om het huis die mijn zoon moet uitvoeren. Want wat heeft het op zoek gaan naar voorwerpen waarvan de naam in meervoudsvorm een dubbele medeklinker bevat, of het met de keukenweegschaal vaststellen dat zestien A4’tjes van 80-grams papier inderdaad tachtig gram wegen, te maken met het in zinderende hitte jagen op olifanten, leeuwen en ander exotisch wild? Ik maakte me er dagenlang boos over. Maar op de woedefase volgt de aanvaardingsfase.  Gisteren ging ik dan ook zelf op thuissafari. Een dag lang ging ik op jacht naar bijzondere merknamen en titels.

1 Kellogg’s

Ik start bij het ontbijt. Het logo van cornflakemerk ‘Kellogg’s’ knalt van het pak. Het is een kalligrafisch woordmerk met een zwierige hoofdletter ‘K’, twee lussen naar boven en twee lussen naar beneden. Het is onmogelijk om bijvoorbeeld ‘Brinta’ of ‘Wasa’ met dezelfde uitbundigheid te schrijven.

2 Fred & Ed

Wie is de koning van Wezel? Wat at Jacoba van Beieren? Wie zat er bij de germaantjes? Wat deed Rembrandt in plaats van zijn tijd te verkletsen? Er was een tijd dat een echoput een van de hoofdattracties bij schoolreisjes was en je dit soort zinnetjes naar beneden schreeuwde. ‘Fred & Ed’ broodbeleg bevat een soort echorijm. Net als het vergelijkbare voornamenkoppel ‘Ben & Jerry’s’ is de naam een knipoog naar traditionele oprichtersnamen.

3 Liquid Silk

In de badkamer sta ik oog in oog met een flacon ‘Liquid Silk’. Deze productnaam is een oxymoron, de spitse tegenstelling van ‘levend lijk’, ‘global village’, ‘Brandend zand’, ‘De feesten van angst en pijn’, ‘In the Dutch Mountains’, ‘Het stenen bruidsbed’ en ‘De kleine reus. ‘Silk’ verwijst hier niet naar de zachtheid van de shampoo, maar naar het beloofde effect ervan voor je haar. Het is dus indirecte verwijzing: een metonymische oxymoron of een oxomoronisch metoniem. Slick!

4 YKK
Ik kleed me aan. Een vrij obscuur stijlmiddel heb ik aan m’n gulp hangen: ‘YKK’. Merknamen trekken zozeer de aandacht dat de vorm van de letters relevant wordt. Een goed voorbeeld is tamponwereldmarktleider ‘OB’. De lettervormen zijn rond, wat past bij de handelswaar. In het logo zijn die ronde vormen nog eens extra rond gemaakt. Bij wereldritsmarktleider ‘YKK’ zijn juist alle letters puntig, wat past bij de puntige ritstanden. De ‘Y’ verbeeldt bovendien een openhangende rits.

5 Schrijfwijzer

Dan ga ik aan het werk in de kantoor geworden woonkamer. Een van de meest opvallende boeken in mijn boekenkast is ‘Schrijfwijzer’ van Jan Renkema. Dat komt echter vooral door het Granny Smith-groene omslag van mijn editie. De titel is een formuletitel; verderop in onze kast staan ‘Tekenwijzer’ en ‘Vormwijzer’ en er bestaat ook de ‘Redactiewijzer’. ‘Schrijfwijzer’ is de mooiste van deze serie. Als enige heeft hij een opvallende klankherhaling: ‘ij’-‘ij’. Hij is ook als enige dubbelzinnig: je kunt hem interpreteren als opdracht tot ‘wijzer schrijven’. Misschien is hij zelfs driedubbelzinnig. Jongere generaties kunnen denken dat hij in lijn is bedacht met moderne merknamen die gevormd zijn met het achtervoegsel -‘er’, zoals ‘Hypotheker’ en ‘Ticketer’. In dit geval dus: ‘schrijfwijze’ + ‘-er’.

6 De donkere kamer van Damocles

Ik hou zelf meer van titels als ‘Vaarwel Krokodil of de Prijslijst van het Geluk’, maar als er een verkiezing van beste literaire titels zou worden gehouden, zou  deze van WF Hermans ongetwijfeld in de top 100 komen. Het is een toespeling die is ontstaan door de uitdrukking ‘zwaard van Damocles’ te verbouwen. Het resultaat is een interessant contrast tussen nieuwe techniek en antieke cultuur. Het woord ‘donker’ zorgt ervoor dat het dreigende van het zwaard behouden blijft.

Ik denk dat het de bedoeling is dat je hem uitspreekt met drie dactylen, dus: ‘de DONkere KAmer van DAmocles’. Maar lange titels wil je snel uitspreken en dan wordt het iets als: ‘de DONk’re KAAM van DAmocles.

De titel is een feest van klank- en letterherhalingen. Het belangrijkste geluidseffect is het beginrijm ‘d’-‘d’. Hermans had net als Willy Vandersteen een voorkeur voor allitererende titels: ‘Het behouden Huis’, ‘Homme’s hoest’, ‘Een heilige van de horlogerie’, ‘Moedwil en misverstand’, ‘Klaas kwam niet’ , ‘Drie drama’s’, ‘Vijf Verhalen’, ‘Boze brieven van Bijkaart’, etc.

7 Pluk van de Petteflat

Er zijn weinig voorbeelden van merknamen of titels die tongbrekers zijn. Heel begrijpelijk, want je wilt niet dat een koper zich bij het bestellen verspreekt. Een uitzondering is ‘Peter Piper’s Practical Principles of Plain & Perfect Pronunciation’ het boek waarmee in 1838 het breken van tongen werd verheven tot een kunstvorm (te lezen op Archive.org). Een test voor een echte tongbreker is dat je zo’n zin niet gemakkelijk vijf keer achter elkaar foutloos kunt opzeggen. De truc is om medeklinkers en medeklinkerclusters die dicht bij elkaar zitten af te wisselen. Zoals in: ‘Teun uit Twente telt twintig tenten’, ‘Cindy slurpt sinas, maar Charles slempt Sherry’ en ‘De knappe kappersknecht kapt alle knapen die niet zichzelf knippen’. Over vijf maal ‘Pluk van de Petteflat’ struikel ik één keer.

8 De grote Bosatlas

Tijdens mijn safari ontmoet ik geen groot wild, maar wel ‘De Grote Bosatlas’. Deze titel bevat ten eerste een hyperbool, tenzij je 25 x 34,5 cm groot vindt. Daarnaast is hij dubbelzinnig: elk kind bedenkt een keer dat het boek heel weinig over het bos gaat. Hij is ook een schoolvoorbeeld van een ‘syllabengezwel’: de titel bestaat uit woorden met een oplopend aantal lettergrepen.

9 A Smile in the Mind

‘A Smile in the Mind’ heeft een stijlaspect dat hier op lijkt: deze titel bestaat uit vijf eenlettergrepige woorden van 1, 2 ,3, 4 en 5 letters. Op de cover van dit boek over spitsvondig-humoristisch grafisch ontwerp is de ‘D’ een kwartslag gedraaid, waardoor het een toepasselijk lachebekje is geworden. De titel bevat verder een al even toepasselijke metafoor en een herhaling van de ai-klank. Ook de inhoud is fantastisch, maar met zo’n titel doet dat er niet eens toe.

10 Omo

Tijd om de was te doen. ‘Omo’ is nog net iets korter dan het aan Vondel toegeschreven kortste Nederlandse gedicht ‘U, nu!’ Deze wasmiddelnaam is bovendien een palindroom en in hoofdletters een ambigram (omdraaibaar of spiegelbaar woord). Verder is de merknaam een anagram van het leesplankjeswoord ‘oom’. Kinderen die het pak op de wasmachine zien staan zullen dat herkennen en zo de naam er al jong bij zichzelf instampen. Onderzoek heeft aangetoond dat merken die je uit je jeugd kent ook later vaak je voorkeur hebben.

11 Swiffer

Nu we toch in het gootsteenkastje zijn beland: ‘Swiffer’ is een sterk voorbeeld van klanksymboliek. De naam klinkt door de wrijfklanken ‘s’ en ‘f’ als het geluid van de reinigingsdoekjes die over de vloer zeilen, net als het schip in ‘The Rime of the Ancient Mariner’: ‘the white foam flew (…) into that silent sea’. Het begincluster ‘sw’ roept verwantschap met bewegingswoorden als ‘sweep’ en ‘swing’ op. En de ‘i’ suggereert lichtheid. Dat wil zeggen: ‘Swoffer’ zou zwaarder overkomen; dat zou eerder een naam zijn voor zo’n wagen met bezems eronder die na de vuilnisophaal door de straat gaat.

12 Easyfiets

Tijdens het luchtje scheppen loop ik langs fietsverhuurbedrijf ‘EasyFiets’. Deze naam heeft net als ‘Swiffer’ de wind in de rug door fricatieven en bevat een herhaling van drie ‘ie’-klanken. Maar het opvallendst is de combinatie van twee talen. Voor dat stijlmiddel bestaat er vreemd genoeg nog geen standaardnaam. Ik noem het meestal  ‘talenmix’, omdat dat een voorbeeld van de betekenis geeft. Claes en Hulsens suggereren in hun Groot retorisch woordenboek de term ‘macaronisme’, een benaming voor literatuur met gemengde talen, ontleend aan het Carmen macaronicum’ van Tifi degli Odasi. Die term is veel leuker en doet denken aan de ‘wet van Panini’.

13 My Diarrhe

‘WhatsApp’,’ Het Ledikant van Lady Cant’, ‘L’Oréal’, ‘The Naming of the Shrew’, ‘L’Eau d’Issey’, … in alle hoeken kom ik vandaag dubbelzinnige en woordspelerige namen tegen. Ook een boek over woordspelingen heeft natuurlijk een woordspelerige titel: ‘The Pun Also Rises’, van John Pollack. Een nog grappiger voorbeeld is ‘Buyology’ van Martin Lindstrom. Het woord klinkt hetzelfde als ‘biology’, betekent hetzelfde als ‘marketing’ en tovert daardoor een glimlach in de geest. Maar de winnaar in mijn boekenkast in deze categorie is het dagboek  ‘My Diarrhe’ van Miranda Sings. Dat boek kocht ik puur voor de titel.

14 Dat boek met die kuttitel

Dit werk van Erik Bindervoet en Robbert-Jan Henkes gaat over schelden en vloeken. De informele titel past bij het onderwerp, maar het is geen schelden of vloeken! Daarom is het inderdaad een kuttitel. Maar dat betekent dat de titel een geslaagde zelfverwijzing is. Dan is het dus toch geen kuttitel. Maar dat betekent dat de zelfverwijzing niet klopt. En dan is het toch weer wel een kuttitel. En dus toch weer niet.

15 De Klok

Een bijzondere vorm van klanksymboliek berust op kinesthesie, namelijk het waarnemen van de bewegingen van je lichaam tijdens het spreken. Bij de uitspraak van sommige woorden verbeeldt je al doende de betekenis. Bij het woord ‘hap’ neem je een hap lucht, bij ‘knik’ maakt je neus gemakkelijk een knikje en bij ‘pingpong’ schiet je tong heen en weer als een tafeltennisballetje. Het biermerk ‘De Klok’ in onze groentela verwijst niet alleen naar het naderende borreluur, maar veroorzaakt ook mondmime voor het gulzig naar binnen klokken van het bier.

16 Grimbergen

Ik trek echter een tripel open. Het voordeel van ‘geografische’ merknamen is dat deze vaak al door de volksmond zijn verbijzonderd. De oude Brabantse plaatsnaam ‘Grindbergen’ werd door de tandpasta des tijds gepolijst tot het prachtige ‘Grimbergen’. Door het ‘grim’ aan het begin en het angstaanjagend hoge percentage medeklinkers zou de plaats een goede locatie zijn voor een griezelig verhaal. Bram Stoker, waarom koos je voor Transsylvanië? De naam heeft ook een mooie omgekeerde herhaling van ‘gr’.

17 Toppits

Wat is de gemakkelijk afscheurbare huishoudfolie van ‘Toppits’ toch een geweldige uitvinding!, roep ik tijdens het koken. Hoe die merknaam is ontstaan, weet ik niet. Net als bij popgroepnamen als ‘Limp Bizkit’ en ‘Def Leppard’ zou het kunnen gaan om een spellingscorruptie, van in dit geval ‘tophits’. Een andere mogelijke verklaring is dat het een lettergreepverwisseling is van de autosportterm ‘pitstop’, vergelijkbaar met de artiestennamen ‘Paul Celan’ en ‘Stromae’ (van ‘Antschel’ en ‘maestro’).

18 Deliveroo

Het koken mislukt en ik laats iets brengen door ‘Deliveroo’. Elke vlindersoort wordt een keer in een netje gevangen en dit stijlmiddel heeft een speld in zijn rug gekregen van Dave Morice. Hij gaf het in zijn ‘Dictionary of Wordplay’ de naam ‘ooglification’: ‘the substitution af an OO-sound for another vowel sound to convert a non-slang word into a slang word, or to make a slang word even slangier.’

19 Comedy Central

Van ooglification naar oogalliteratie. ‘Comedy Central’ is een vrij vlakke metafoor, maar een mooi voorbeeld van deze tegenhanger van oogrijm, bedenk ik ’s avonds op de bank. De termen ‘oogalliteratie’ en ‘oogbeginrijm’ geven geen resultaten in Google. Een ondergewaardeerd stijlmiddel dus.

20 Jim Beam

Ik drink nog een glas bourbon en bedenk een interactieve afsluiting van mijn zoektocht. Probeer je een voorstelling te maken van een persoon genaamd ‘Jim Beam’. Is hij klein of groot? Gespierd of mager? Heeft hij een baard of is hij glad geschoren? Loop dan naar de gang en spreek de naam voor de spiegel uit. Je ziet, voelt en hoort hetzelfde kleine mondje als bij Mark Ruttes ‘witte wijn sippende elite’. Volgens de theorie van klanksymboliek is het daardoor waarschijnlijker dat je je ‘Jim Beam’ als een klein mannetje hebt voorgesteld. Maar er is een complicatie, want ook de betekenis speelt mee. Je kunt deze persoonsnaam vertalen als ‘Jaap Balk’. Dat lijkt me juist een stoere naam. Het zou een bikkelharde en deurbrede verdediger van het eerste elftal van Duckstad kunnen zijn. Ik maak er zelf een kleine man in een houthakkersshirt van.

Mijn pen is leeg. Pas nu dringt het tot me door dat ik mijn aantekeningen met een ‘Lamy Safari’ heb gemaakt. Wat een toepasselijke naam is dat eigenlijk! Morgen wacht me weer een nieuw avontuur.