De regelmaat van regelmatige klankverandering

Door Marc van Oostendorp

Het is altijd fijn als mensen heel oud worden, maar bij William Labov (1927) is dat wel heel fijn. Labov is al zijn hele carrière geïnteresseerd in taalvariatie en in taalverandering – variatie en verandering horen bij de taal als veertjes bij volgeltjes. Er is geen taal die niet varieert en er is geen taal die niet verandert.

Labovs stelling is altijd geweest dat je door variatie in het heden te bestuderen veel te weten kunt komen over hoe taal precies verandert, en misschien ook wel waarom. Het is dan handig om heel oud te worden, want dan een beetje taalverandering doet er wel een mensenleven over, En Labov heeft zo in de periode tussen de vroege jaren zeventig en 2012 ieder jaar een groep studenten aan het werk kunnen zetten in Philadelphia om jaar na jaar een verandering in kaart te kunnen brengen.

Ik geloof dat dit zo intensief nergens ooit gebeurd is, en dat het onwaarschijnlijk is dat het snel weer ergens gebeurt.

Onregelmatigheid

In een nieuw artikel in het tijdschrift Language bekijkt Labov dit onderwerp uit het oogpunt van de vraag: hoe regelmatig is klankverandering? Er zijn op dit punt namelijk al letterlijk eeuwenlang twee theorieën. De eerste theorie zegt dat klankverandering regelmatig is: als het Poldernederlands doorzet en iedereen zegt aaj in plaats van ij, dan zal iedereen dat ook doen voor iedere [ij]-klank, in welk woord dan ook. Het zijn dus de klanken die veranderen. Deze theorie werd geïntroduceerd door de historisch-vergelijkende taalwetenschap en was een bouwsteen bij de reconstructie van het Indo-Europees en andere talen – een enorm succesvolle theorie, maar vooral op de macroschaal van eeuwen of zelfs millennia.

Er kwam ook al snel kritiek, vooral van mensen die naar taalverandering keken op een wat overzichtelijker termijn van bijvoorbeeld een eeuw. Zij stelden voor dat klanken veranderden in individuele woorden: mensen die Poldernederlands spreken zeggen bijvoorbeeld eerst wel vraajdag maar nog geen palaajs. (Dit is nooit in detail onderzocht voor het Poldernederlands, ik geef het nu maar even als voorbeeld.) De verandering springt vervolgens wel van woord naar woord, zodat uiteindelijk en op de langere termijn de verandering volkomen regelmatig lijkt. Maar volgens deze theorie is dat dus alleen een langetermijneffect; bovendien kan een verandering om wat voor reden op een bepaald moment tot stilstand komen, en dan ontstaat er onregelmatigheid.

Elegante stijl

Er is overweldigend bewijs voor die tweede visie. Vrijwel alle in de twintigste eeuw onderzochte veranderingen leken van woord naar woord te gaan (bijvoorbeeld eerst op de frequente woorden en dan naar de minder frequente), en niet voor allerlei klanken plaats te vinden. Maar Labov heeft altijd beargumenteerd dat er ook plaats moest zijn voor de ‘regelmatige’ klankverandering uit de eerste theorie, althans onder bepaalde condities, namelijk als het een langzame verschuiving in uitspraak kon zijn, en niet een plotselinge sprong van de ene klank naar de andere.

En in dit nieuwe artikel laat hij zien dat het werk van al die generaties studenten niet voor niets is geweest: er is een klankverandering gevonden in het dialect van Philadelphia die helemaal regelmatig lijkt: de [eej]-klank van made of main wordt steeds een beetje hoger in de mond uitgesproken (ongeveer als miid en miin). En die stijging gebeurt volkomen gelijkmatig voor iedere [eej], in welk woord dan ook. Dat is wat de verschillende lijnen hierboven laten zien. Bijna alle lijnen – die verschillende generaties weergeven – laten een stijging omhoog zien (alleen met de kinderen tussen 8-12 is iets bijzonders aan de hand: daar verandert heel weinig, volgens Labov omdat kinderen van deze leeftijd meestal nog ‘onder de invloed van hun conservatieve ouders’ staan: die ouders spreken extra netjes en kinderen nemen dat op deze leeftijd nog over).

Dat is een mooi resultaat, dat bovendien opgeschreven is in de elegante stijl die Labov eigen is. Moge hij ons nog vele jaren vergasten op zulk werk!