Close reading, distant reading en niemand die een roman begrijpt

Door Marc van Oostendorp

Hugo Brandt Corstius was de eerste digitale geesteswetenschapper van Nederland. Hij had een bekend adagium: ‘Wat je ook doet, de semantiek gooit roet.’ Welke taak je een computer ook liet uitvoeren, uiteindelijk loopt het altijd spaak omdat je een computer niet krijgt uitgelegd wat een tekst betekent. Zelfs een ogenschijnlijk eenvoudige taak als het verdelen van woorden in lettergrepen loopt daarop vast: bedoel je lood-spet of loods-pet?

Dat is inmiddels al enkele decennia geleden, en de ambities zijn verschoven van het afbreken van woorden naar het duiden van alle romans die in een bepaald jaar voor de LIbrisprijs op de shortlist zijn geplaatst. Maar het probleem is hetzelfde: de computer kent geen betekenis.

Kwadraat

In zekere zin kun je vrijwel alle bijdragen aan het themanummer over ‘Theorie en de digitale geesteswetenschappen’ van TNTL in dit teken zien. Het is een heel dik nummer waaraan allerlei vooraanstaande Nederlandse en Vlaamse auteurs hebben meegedaan, zoals Karlien Franco, Karina van Dalen, Nicoline van der Sijs, Els Stronks, Marjo van Koppen, Melina De Dijn, Eline Zenner en Tanja Temmerman. Voor sommige – bijvoorbeeld de meeste taalkundige – auteurs doordat ze simpelweg gaan over van allerlei verschijnselen behalve over semantiek, maar bijvoorbeeld de verandering van woordvormen of de verdeling van syntactische structuren over dialecten.

Voor de letterkundigen is er wat dit betreft geen hoop, Er zijn geen literatuurwetenschappers (meer) die menen dat je alleen maar de vorm van een werk hoeft te bestuderen (lettergrepen tellen, of kijken hoeveel vreemde woorden er in een tekst staan) om een werk te begrijpen. Je moet de inhoud ook kunnen vatten, en literaire inhoud vatten, dat is een soort roet in het kwadraat.

Leunen

Heel veel van de letterkundige bijdragen gaan over de oppositie tussen close en distant reading. Close reading is het nauwkeurig lezen van een tekst om er een (eerder min of meer verborgen) betekenis aan te ontlokken, het wordt door veel geleerden als het handwerk van de literatuurwetenschap beschouwd, en ook door de auteurs in deze bundel kennelijk als een soort gouden standaard van het achterhalen van betekenis gezien. Distant reading is een term die in de literatuur geïntroduceerd is door de Italiaanse marxistische literatuurwetenschapper Franco Moretti en die inmiddels wordt gebruikt voor alle vormen van ‘met kwantitatieve methoden verkregen analyses en interpretaties van teksten en teksteffecten’ (de definitie komt uit het artikel van Els Stronks).

Er is af en toe behoorlijke polemiek gevoerd tussen close en distant readers. De distant readers vonden dat de close readers te weinig wetenschappelijk waren en wilden vooral mooie tools en modellen bouwen. Sommige lui van close aarzelden dan weer niet om te melden dat distant reading ‘fascistisch’ is omdat teksten in een stramien worden geduwd.

Veel auteurs in TNTL slaan een verzoenende toon aan: er ruimte voor close en distant, met ieder zijn eigen opgave, of we kunnen komen tot een mix van de twee, of ze hoeven elkaar helemaal niet zo te bijten. Dat klinkt allemaal heel redelijk, these-antithese-synthese is een toverwoord in iedere wetenschap, maar het gaat geloof ik een beetje voorbij aan het – ook door veel auteurs wel degelijk genoemde – feit dat distant reading en de digitale geesteswetenschappen in het algemeen heel zwaar leunen op de methode, terwijl close reading in zekere zin een antimethode is: je moet iedere tekst op de eigen merites lezen, en bovendien neemt iedere lezer zijn eigen materiaal mee: de betekenis die ik uit Awater haal in mijn close reading is ongetwijfeld een andere dan waarmee jij komt.

Spraakorganen

Niet dat er een andere methode is om wel tot een betekenis van een tekst te komen (laat staan tot ‘de’ betekenis). Dat is dus het dictum van Brandt Corstius: betekenis ontsnapt aan de wetenschappelijke blik. In TNTL staat een curieus artikel van de Leuvense onderzoekers Freek Van de Velde, Karlien Franco en Dirk Geeraerts die suggereren dat hun favoriete taalkundige theorie, de ‘cognitieve taalkunde’, hard op weg is om het raadsel van de betekenis te ontsluieren, maar het lijkt me niet voor niets dat ze zwijgen over de vraag waar dat sluier dan zit en hoe ze het denken weg te trekken.

Het valt me ook in de bundel Human Language onder redactie van de Nijmeegse hoogleraar Peter Hagoort die ik aan het lezen ben. Daarin wordt taal vooral behandeld als iets dat in de menselijke hersenen zit: de verstandigste dingen vallen te vertellen over zaken zoals het aansturen van spraakorganen of het omzetten van geluid in woorden, maar over betekenis valt ook vanuit die hoek nog heel weinig te melden.

Controleren

Dat wil niet zeggen dat er helemaal nooit iets over betekenis te zeggen valt, en dat de wetenschap altijd met haar handen in het haar moet zitten, maar op dit moment hebben we de sleutel nog niet gevonden. En als we die sleutel gevonden hebben, kunnen we, neem ik aan, een computer ook zo programmeren dat hij kan doen wat onze hersenen kunnen: betekenis toekennen aan een tekst.

Kunnen wij dat dan? Ik lees Zwarte schuur, maar hoe weet jij dat ik het ook begrijp? Ik zit te genieten in mijn kelderkamer, maar jij hebt geen rechtstreekse toegang tot het diepe begrip dat zich in mij vormt. Je kunt dat eigenlijk alleen afleiden uit mijn gedrag, over of wat ik zeg over dat boek zelf weer iets betekent dat je in verband kunt brengen met hoe jij zelf dat boek begrijpt. Je kunt betekenis alleen controleren door andere betekenis.

Er is niets wat buiten die betekenis ligt, waardoor je die betekenis kwantificeerbaar kan maken.

Ultieme vraag

Behalve dat je dus gedrag kunt nemen. En het maken van een analyse door middel van close reading is een vorm van gedrag.

In die zin zou het me logisch lijken wanneer distant reading de close reading niet tot vijand, en niet aanvullende methode, maar tot object van studie zou nemen: wat voor relaties zijn er tussen een tekst en wat andere mensen over die tekst schrijven? Kun je een computer bouwen die een close reading maakt van een tekst en zo laat zien dat hij die tekst begrepen? Dat zou geloof ik de ultieme vraag moeten zijn die de digital humanities stellen. We zijn er nog ver van af, maar dat betekent niet dat we er nooit zullen komen.

Afbeelding: Pxhere