vriend / kameraad

Verwarwoordenboek Vervolg (157)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

vriend / kameraad    157     

De woorden verschillen heel subtiel in gevoelswaarde.

vriend            iemand met wie je verbonden bent in bijzondere genegenheid, empathie, interesses, opvattingen en levenshouding.

  • Ik heb veel familieleden, en een paar ervan zijn echt mijn vriend geworden.
  • Pas als je iemand hebt die met je lacht en met je grient, dan pas kan je zeggen: ik heb een vriend. (Toon Hermans)

kameraad      ouderwets woord voor een (mannelijk) persoon, met wie je ook lief en leed gedeeld hebt; ook partij- of clubgenoot.

  • Ik ontmoette toevallig een oude kameraad, met wie ik tijdens mijn dienstplicht veel heb meegemaakt.
  • Het lied ‘Hand in hand, kameraden, voor Feyenoord één’ is ook door andere clubs overgenomen.

Aspecten die horen bij vriendschap, komen ook voor in huwelijk en gezin. Maar een broer of zus héb je, en een vriend of vriendin kíés je. En in vriendschap speelt seksualiteit geen rol. Wel kun je in een homofiele relatie spreken over mijn vriend in plaats van mijn partner. Heel intrigerend is dat in heterofiele relaties het verkleinwoord lichamelijke aantrekkingskracht verraadt:

Dat is mijn vriend. – Je bedoelt ‘je vriendje’? – Nee echt niet hoor, gewoon een vriend.

Ook in huwelijken of partnerrelaties is er sprake van kameraadschap (gedeeld lief en leed).
Vandaar dat een volgende zin heel begrijpelijk is:

U behoeft op uw leeftijd toch niet te gaan scheiden, u kunt toch ook genieten van de in jaren gegroeide kameraadschap?

In de literatuur over vriendschap worden nog tal van andere aspecten genoemd, maar de meeste zijn terug te voeren tot de hier genoemde. Bijvoorbeeld ‘een zelfde gevoel voor humor’ dat te herleiden is tot levenshouding.

Het woord kameraad kent nog drie synoniemen: maatje, makker en kornuit. Verhelderend voor de betekenis van kameraad en deze synoniemen is de etymologie. Die valt gemakkelijk te achterhalen via etymologiewoordenboeken. In kameraad zit het woord ‘kamer’, dus iemand met wie je samen onder één dak leeft, een kamergenoot met wie je eet en slaapt. In oude soldatentermen dus een ‘slapie’. Vandaar ‘het lief en leed delen’ in de betekenisomschrijving  van dit woord. Moderner dan kameraad is maatje, waarin het woord ‘maaltijd’ verscholen zit net als in ‘maatschap’. (In het Noors bestaat dit woord nog: ‘mat’ voor ‘voedsel’). Een maatje is dus van oorsprong een tafelgenoot, en met zo iemand ga je vaak net iets intiemer om in het leven van alledag dan met een vriend. Een maatje is iemand met wie je heel goed kunt samenleven of samenwerken. In makker zit het woord ‘maken’, in de betekenis ‘iets passend maken’, dus een makker is een kameraad die goed bij je past. In kornuit zit het Latijnse ‘cornus’ voor ‘hoorn’. Een hoorndrager was vroeger iemand met slechte bedoelingen. Een kornuit was dus oorspronkelijk een makker in het kwaad. Maar tegenwoordig wordt niet het slechte benadrukt maar eerder het kwajongensachtige. Van al deze woorden wordt alleen maatje nog redelijk frequent gebruikt als modernere variant van kameraad.

Afbeelding van Bessi via Pixabay