Ik mis jullie (vanachter mijn laptop)

Door Thomas de Bruijn

Ik mis jullie. Ok, het hoge woord is er uit. Ik dacht dat ik mijn identiteit als leraar ontleende aan mijn ervaring, vakkennis, didactische en pedagogische kwaliteiten en humor (smaken verschillen), maar niets blijkt minder waar. Nu we gedwongen thuisonderwijs verzorgen en krijgen met z’n allen, besef ik dat het element waarvoor ik in de eerste plaats in het onderwijs werk, het directe contact met leerlingen is.

Natuurlijk, we hebben Microsoft Teams en Itslearning en een werkende webcam, maar dat is toch niet hetzelfde. Het leerlingcontact is er niet minder om; de inhoudelijke vragen stromen binnen. Welke boek past, naast Biefstuk van Judith Eykelenboom, bij het thema ‘ontwrichte gezinssituatie’? (antwoord: Het smelt – Lize Spit, Zoon uit Spanje – Tessa de Loo, De helaasheid der dingen – Dimitri Verhulst, Zomervacht – Jaap Robben enz.) Mag ik Mazzel tov van Margot Vanderstraeten lezen? (Antwoord: absoluut. Dit boek neemt je echt mee in een andere cultuur waarover je heel weinig vooraf weet én het is prachtig geschreven).

Zelfs het mondeling literatuur havo 5 gaat gewoon door. We hadden als sectie al voorgesorteerd op mogelijke sluiting van de scholen, dus nu moeten leerlingen hun presentatie opnemen en opsturen via WeTransfer. Bij ons op school lezen ze in de tweede helft van havo 5 drie boeken met een inhoudelijke of thematische overeenkomst. Leerlingen doen onderzoek naar de overeenkomsten en verschillen en gebruiken een zelf geformuleerde hoofdvraag als kapstok. Enkele voorbeelden: ‘Welk verband zit er tussen het inkomen en het gedrag van de personages uit het boek?’ Of ‘Welke rol heeft theater in de drie gekozen boeken?’

De eerste video’s druppelen binnen en wat opvalt is hoe makkelijk leerlingen omgaan met de beperkte mogelijkheden. Strijkplanken worden gebruikt als laptopsteun, schemerlampen zorgen voor een goede belichting en na de eerste aarzelende zinnen, spreken ze als een volleerd vlogger recht in de camera. Nadat ik de video heb bekeken en vragen heb genoteerd, start ik op een afgesproken tijdstip een chat in Teams en dan begint de vragenronde van vijf minuten. Ik hoop voorzichtig dat, nu de leerling de regie over het mondeling volledig in eigen handen heeft, er nóg beter wordt nagedacht over analyse van de boeken aan de hand van de hoofdvraag, hetgeen de kwaliteit zeker ten goede komt.

En toch komt dit hele thuisonderwijs niet eens in de buurt van de heerlijke hectiek (alliteratie!) in een klaslokaal om, bijvoorbeeld, woensdag het zevende uur (vwo 5). Stiekem mis ik de halflege zakken chips die snel voor binnenkomst in de tas worden gefrommeld, de grapjes bij de deur over de telefoontas (‘gelukkig is elke leraar lekker consequent daarmee’), het zeuren over ‘weer een les leesvaardigheid’. Maar vooral mis ik het tempo van een les. Vraag hier, opmerking daar, stijgend volume op tijd de kop in drukken, oog houden op de volgende vinger, de leerling het werk laten doen zonder dat hij/zij het zelf doorheeft. Nu de snelheid en dynamiek uit de lesdag zijn gehaald, valt er voor mij een groot deel van het ‘spel’ dat lesgeven heet, weg. Dat is even wennen, maar ik ben me al aan het beraden op een alternatief. Ik ga havo 4 volgende week vragen om tijdens de les in Teams ‘gewoon normaal te doen’. Ik ben benieuwd hoe snel ik de muteknop moet zoeken.

Dit stukje verscheen eerder op het blog van Radboud Pre-University College of Society