Een niet te onderschatten probleem is niet te overschatten

Door Ronny Boogaart

Het zijn niet de minsten die deze fout maken. Afgelopen vrijdag werd op de voorpagina van ‘misschien wel de beste krant van Nederland’ emeritus hoogleraar Leen Hordijk geciteerd. Hij is de voorzitter van een adviescollege dat in opdracht van minister Carola Schouten onderzoekt hoe het nu precies zit met de stikstofcijfers. Het RIVM had toch gelijk, dat was de boodschap, maar Hordijk werkte zelf ooit voor het RIVM en had dat rekenmodel voor stikstof daar helpen ontwikkelen. Dat roept dus kritische vragen op. 

Hordijk weerspreekt de aantijgingen. “Er zitten hier acht mensen aan tafel. Wie denkt dat ik zoveel invloed heb op de uitkomsten, onderschat de invloed van een voorzitter. Mijn werk voor het RIVM is van bijna dertig jaar geleden.”

Trouw, 6 maart 2020

Hordijk heeft twee argumenten tegen het idee dat hij bevooroordeeld zou zijn: zijn werk voor het RIVM is lang geleden en hij heeft als voorzitter van dat adviescollege helemaal niet zoveel invloed op de uitkomst van het onderzoek. Mensen die denken dat dat wél zo is, onderschatten dus niet de invloed van de voorzitter, ze overschatten die.

Dat zeg ik, het zijn niet de minsten die deze fout maken. Op de dag van haar mooie oratie schreef de eerste Multatuli-hoogleraar van de VU, Jacqueline Bel, op 1 maart in NRC:

Het belang van leesonderwijs, en dan doel ik op het lezen van literatuur, kan moeilijk worden onderschat.

NRC, 1 maart 2020

Maar het is helemaal niet zo moeilijk om het belang van leesonderwijs te onderschatten. Sterker nog, dat gebeurt volgens Bel vermoedelijk maar al te vaak. Nee, leesonderwijs is juist zó belangrijk dat het belang ervan niet overschat kan worden. (Zowel Trouw als NRC hebben op hun website de fout intussen verbeterd. Trouw doet dat stilzwijgend, NRC vermeldt de correctie onderaan het stuk van Bel.)  

De  betekenis van onderschatten en overschatten lijkt niet zo ingewikkeld en het is ook duidelijk dat die betekenissen aan elkaar tegengesteld zijn, dus waarom vergissen mensen zich daarin dan zo vaak? Om dat te begrijpen moeten we iets verder kijken dan alleen die twee losse werkwoorden, naar de contexten waarin die werkwoorden meestal worden gebruikt. Gek genoeg bestaan er namelijk wel degelijk gevallen waarin de twee werkwoorden, met hun tegenovergestelde betekenissen, min of meer inwisselbaar zijn. 

De modale infinitief

Zo’n typische context voor de werkwoorden onderschatten/overschatten is de modale infinitiefconstructie. Die komt ‘predicatief’ voor met het werkwoord zijn (en opvallend genoeg ook wel met het werkwoord vallen):

  • De ernst van het coronavirus is niet te onderschatten/overschatten

En ook wel ‘attributief’, voor een zelfstandig naamwoord, zoals wanneer je het hebt over:

  • Het niet te onderschatten/overschatten coronavirus

In de citaten van Hordijk en Bel kun je onderschatten niet vervangen door overschatten (of andersom) zonder betekenisverschil, maar in deze constructie is het verschil zo subtiel dat je ze allebei kunt gebruiken. Dat heeft te maken met de betekenis van de modale infinitiefconstructie, die behoorlijk ingewikkeld is. 

Om te beginnen is het een soort lijdende vorm (net zoals het medium), maar daar hoeven we het nu niet over te hebben. Wat hier van belang is, is dat de constructie ook een modale betekenis heeft.  We gebruiken die term ‘modaal’ meestal voor zinnen die niet zomaar beschrijven wat er aan de hand is, maar die weergeven wat er aan de hand zou kunnen of moeten zijn. Ze drukken dus ‘mogelijkheid’ of ‘noodzakelijkheid’ uit. In het Nederlands  kun je dat bijvoorbeeld bereiken door de werkwoorden kunnen en moeten te gebruiken, maar je kan daarvoor ook de modale infinitief gebruiken. Zo bijvoorbeeld:

  • Ook de modale infinitief is daarvoor te gebruiken

Als je dat doet, maak je niet automatisch een keus voor ‘mogelijkheid’ of ‘noodzakelijkheid’, dus voor de kunnen- of moeten-betekenis. Die komen allebei voor. De modale infinitief is modaal, daarom heet-ie zo, maar daar is alles mee gezegd. Meestal wordt de constructie gebruikt om een mogelijkheid te presenteren. De interpretatie van de bovenstaande zin is goed te parafraseren als (‘kan goed geparafraseerd worden als’):

  • Ook de modale infinitief kan daarvoor gebruikt worden

Maar in andere gevallen is duidelijk een moeten-interpretatie bedoeld, zoals in:

  • Er is nog veel te doen  (‘Er moet nog veel gedaan worden’)

In België is die moeten-lezing van de modale infinitief iets frequenter dan in Nederland. Als je daar zegt dat de toegang tot een museum niet te betalen is, betekent dat niet per se dat het museum onbetaalbaar is (‘kan niet betaald worden’). Integendeel, het kan ook betekenen dat het museum gratis toegankelijk is (‘hoeft niet betaald te worden’).

Inwisselbaar

Als we aannemen dat de modale infinitief soms ‘moeten’ en soms ‘kunnen’ uitdrukt, dan zijn er voor de zinnen over het coronavirus in principe twee mogelijke lezingen.

1, De ernst van het coronavirus is niet te onderschatten:

  • De ernst van het coronavirus kan niet onderschat worden
  • De ernst van het coronavirus moet niet onderschat worden

2, De ernst van het coronavirus is niet te overschatten:

  • De ernst van het coronavirus kan niet overschat worden
  • De ernst van het coronavirus moet niet overschat worden

In de praktijk wordt zin 1 meestal geïnterpreteerd als een moeten-geval (interpretatie b), terwijl zin 2 eerder als een kunnen-geval wordt opgevat (interpretatie a). Maar die twee lezingen komen min of meer op hetzelfde neer: 

1b: het coronavirus is zó ernstig dat je het niet moet onderschatten.

2a: het coronavirus is zó ernstig dat je het niet kunt overschatten.  

Je moet het niet onderschatten want je kunt het niet overschatten. Het verschil is subtiel en beide zinnen kunnen gebruikt wordt om de ernst van het virus te benadrukken. De consequenties die je aan de mededelingen moet verbinden, zijn in beide gevallen precies dezelfde (oppassen, handen wassen). Ja, onderschatten en overschatten hebben op zichzelf een tegenovergestelde betekenis maar dat geldt niet per se voor de grotere, modale patroontjes waar ze in voorkomen. Die kunnen dus wel eens een vergelijkbare betekenis hebben of in elk geval met dezelfde bedoeling gebruikt worden.  

Niet inwisselbaar

Als twee werkwoorden in bepaalde contexten inwisselbaar zijn zonder veel betekenisverschil, dan bestaat natuurlijk het gevaar dat je ze ook gaat verwisselen in gevallen waarin dat niet kan. De zin van Hordijk uit Trouw is helemaal niet modaal, dus daar gaat het hele verhaal over de mogelijke inwisselbaarheid van deze werkwoorden sowieso niet op. De zin van Jacqueline Bel is ingewikkelder:

  • Het belang van leesonderwijs, en dan doel ik op het lezen van literatuur, kan moeilijk worden onderschat.

In die zin zit wel degelijk een element dat modaliteit uitdrukt (kan) en ook nog een soort ontkenning (moeilijk), waardoor je de betekenis als het ware ‘uit moet rekenen’. Dat is complex en dat kan dus makkelijk een keer misgaan. Bel vindt natuurlijk dat het belang van leesonderwijs niet onderschat moet worden, maar als je eenmaal voor het werkwoord kunnen hebt gekozen zit je daarna vast aan overschatten.

Dat is niet altijd zo. Zo’n zin met het werkwoord kunnen en onderschatten laat ook nog een andere interpretatie toe, die meer overeenkomt met de bedoeling van Bel. Je kunt dat kan niet! namelijk ook gebruiken in de betekenis ‘dat mag niet’ of ‘dat zou niet moeten mogen’. Je zou dus een soort morele verontwaardiging uit kunnen drukken met:

  • Je kunt het belang van leesonderwijs toch niet onderschatten!

Die lezing van kan past natuurlijk wel in het algemene betoog van Bel, maar op deze plek in haar verhaal zou die een beetje gek zijn. Bovendien is die niet zo makkelijk te combineren met moeilijk

In 2006 betoogde ik dat de Taaladviesdienst het verkeerde advies gaf over de keuze tussen onderschatten en overschatten maar dat advies is in de tussentijd aangepast en glashelder.