De virale verspreiding van een nieuwe voornaam

Voornamendrift 52

Door Gerrit Bloothooft

De populariteit van Kevin, nauwelijks zichtbaar na de eerste naamgeving in 1948. Gemodelleerd met (rood) een voorlopend golfje tussen 1972 en 1982 die tegelijk de grote populariteitsgolf van 50 jaar initieert die nu vrijwel is weggeëbd. De groene curve beschrijft het geheel.

Het viel me op dat er grote overeenkomsten zijn tussen de verspreiding van het corona virus en nieuwe voornamen. Het gaat in beide gevallen via menselijk contact. Het begint met een enkele besmetting, of ouders die een nieuwe naam introduceren, en die wordt overgedragen op, of geïmiteerd door anderen. Het verschil is wel dat wat voor een voornaam een jaar duurt, voor het virus ongeveer in een dag lijkt te gebeuren. Het zijn in mijn optiek in beide gevallen sociale netwerken waarlangs de voornaam of het virus zich verspreidt. Bij een voornaam zijn het de mensen die op de een of andere manier weten dat je een dochter Liselot hebt genoemd en daardoor geïnspireerd kunnen worden, bij een virus zijn het degenen waarmee je in fysiek contact bent geweest. Op 12 maart waren er 612 corona besmettingen in Nederland, we zitten dan op het niveau van het aantal mensen dat Toine, Jorinde, Myrte of Rocco heet. Maar voor je het weet zitten we, net als in Italië, op het niveau van Sandra, Kim of Kevin, en daar lopen er hier meer dan 20.000 van rond.

Aan de hand van de populariteitsontwikkeling van Kevin:

Fase 1.
Het duurt bij voornamen meestal vrij lang voordat er een doorbraak komt. De eerste Kevin werd in Nederland in 1948 geboren, maar de naam werd tot 1972 sporadisch gegeven, de imitatiekans was laag. Hoe het bij virussen zit weet ik niet, maar ik vermoed dat de allereerste overdrachten, anders dan bij naamgevingen, ook nauwelijks gedocumenteerd zijn.

Fase 2.
Na de voorlopers is er vervolgens vaak een eerste, maar beperkte golf van imitatie waarbij je moet veronderstellen dat de voornaam met een hogere imitatiekans van sociaal netwerk naar sociaal netwerk doorgegeven gaat worden. Voor Kevin is het een eerste golfje van 10 jaar tussen 1972 en 1982. Laten we in analogie zeggen dat iemand met het virus  vanuit China naar Italië reist, waarna de verspreiding daar snel gaat.

Fase 3.
De omzwervingen van die eerste golf Kevin’s leidt tot één of meer nieuwe beginpunten van verspreiding. Als het er precies één is kan die modelmatig via 17 sociale netwerken leiden tot meer dan  20.000 naamdragers. Maar deze verspreiding kan ook gemodelleerd worden met tientallen kleinere, synchrone golven. In analogie: als tientallen mensen met het virus uit Italië naar Nederland reizen, kan ieder daarvan een keten van besmettingen initiëren. Daarvoor zijn dan per keten minder stappen door sociale netwerken nodig om ook tot grote aantallen te leiden.

Hoe stop je nu zo’n proces.  Bij voornamen stopt de overdracht waarschijnlijk omdat ouders uitgekeken raken op de naam of omdat er concurrentie komt van andere aantrekkelijke namen. De imitatiekans neemt daardoor drastisch af en er worden geen nieuwe sociale netwerken meer aangesproken. Bij een virus moet de besmettingskans naar beneden zodat er geen nieuwe groepen meer worden geïnfecteerd. Flink handen wassen dus maar, en geïsoleerd werken.

Voor de liefhebber:
Een verspreidingsgolf met f(y) als aantal naamdragers/besmettingen per jaar, kan gemodelleerd worden als

waarin:
p is de imitatiekans/besmettingskans
y is jaar vanaf eerste naamgeving/besmetting (voor virussen wellicht dag)
k is het sociale netwerk, tot maximaal kmax netwerken
Δk is het aantal naamgevingen/besmettingen per sociaal netwerk,
waarbij voor voornamen geldt:  Δk = afgerond (0.76*1.76k)
De laatste term is een binomiale coëfficient.
In de figuur is F het totaal aantal naamdragers per golf.