Paleis van de taal

Door Marc van Oostendorp

Als ik een sprookje voor kinderen zou componeren, zou het natuurlijk gaan over taal, en ik zou denken dat het zich zou afspelen in de Paleisstraat 9 in Den Haag.

Uw verslaggever moest er gisteren zijn, het is een bastion van de Nederlandse taal: de Nederlandse Taalunie, het Genootschap Onze Taal én de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek gevestigd. In mijn sprookje zou een griezelige heks – die van Netflix of die van het Engels, of die van de Algehele Verwildering der Zeden, vul zelf maar in – dat gebouw bedreigen, en als die bedreigingen uit zouden komen zou er geen Nederlandse taal meer bestaan.

In de werkelijkheid buiten mijn sprookje – ja, die schijnt ook te bestaan – zou het zo’n vaart niet lopen en z0u iedereen ook na een lokale aardbeving in de Paleisstraat waarschijnlijk nog steeds Nederlands spreken. Maar een belangrijk deel van de infrastructuur zou wel wegvallen.

Taalmensen zijn heel vaak aardige mensen en dat geldt in ieder geval voor alle drie de clubs in de Paleisstraat. Ik was er gisteren – onder andere – om Kris Van de Poel te interviewen, de nieuwe Algemeen Secretaris van de Taalunie; dat interview gaat dan weer verschijnen in het blad van Onze Taal.

Iedereen die weet dat ik haar nu gesproken heb, vraagt wat voor iemand ze is. Welnu, ze is een heel innemende persoon die tegelijkertijd een heel competente indruk maakt en eigenlijk al heel veel weet van het soort werk dat de Taalunie doet: de neerlandistiek buiten Nederland steunen, de mensen in Nederland en Vlaanderen steunen die zich het Nederlands meer eigen moeten maken. Ze is, denk ik, van alle Algemeen Secretarissen tot nu toe degene die bij voorbaat inhoudelijk het best is voorbereid op haar nieuwe functie.

Ze komt te huizen in de kamer onder het balkonnetje op de foto hierboven. In mijn sprookje zou dat een kwetsbare plek zijn, maar zou vandaaruit uiteindelijk ook het recept komen tegen de gemene heks.

Afbeelding; Google Maps