Het maakt hem vertrouwd met… kletsen!

De Multatulileescursus (73)

Door Marc van Oostendorp

– We zijn nu toch wel duidelijk in de laatste jaren van Multatuli aanbeland, de jaren van bitterheid en wrok.

– Hoe bedoel je? Hij schrijft juist af en toe enorm enthousiast en warm. Ik zou juist zeggen: de mildheid is ingetreden! Dat briefje dat hij aan de schrijver Vosmaer schrijft als deze aankondigt met zijn gezin langs te willen komen in Duitsland!

Uw brief is met gejuich ontvangen. Jammer dat men in Duitschland geen kalveren mest, dat ge niet verloren zyt en m’n zoon niet. Op die kleine verschillen na, zal uw komst ’n vernieuwde opvoering zyn van Mattheus zooveel. Wel zeker, wachten wy Uwe vrouw. Zy zal hartelyk welkom wezen. ’t Spyt me al genoeg dat ge zoons en dochter geëlimineerd hebt. Mocht het U nog schikken ’n paar hunner mee van de party te doen zyn, heel graag! Bedden en ruimte hebben wy, en gister heeft Mimi zes nieuwe servetjes gekocht. Wat wil je meer?

– Ja, en zo biedt hij Domela Nieuwenhuis als die in de ellende zit, aan dat diens kinderen wel een tijdje bij Multatuli kunnen komen wonen. Zulke ‘random acts of kindness’ bleven deze man, wat je ook verder over hem zeggen kunt, toch wel zijn leven lang kenmerken.

= De man van Lebak die zich verheugt over nieuwe servetjes!

– Maar was zijn punt niet altijd al dat een genie zich ook met de schijnbaar onbeduidende zaken moet bezig houden?

– Waarbij hij natuurlijk nog altijd niet zelf de servetjes kocht, maar dit door Mimi liet doen.

– Maar zulke zaken zitten toch ook al in de Havelaar?

– Wil je dat niet meer zeggen? Dat boek heet Max Havelaar? De Havelaar suggereert een soort intimiteit met de Nederlandse literaire cultuur die al helemaal niet meer bestaat.

– Dit lijkt me trouwens ook een goede samenvatting van Multatuli’s kijk op het leven. Het zijn de details die ertoe doen, het zijn niet de grote lijnen, het zijn de talloze kleinigheden die het leven kleur geven én kunnen verpesten:

Hoe men op ’t idee komt iemands ‘leven’ te beschryven is my ’n raadsel, tenzy men als uitgemaakt beschouwt dat zoo’n werk onwaar wezen mag. Het leven immers bestaat uit ’n aaneenschakeling van zoogenn kleinigheden die toch inderdaad door den invloed dien ze uitoefenen op ’t geheel, blyken géén kleinigheden te zyn. Men hangt er van af. En als men begint ze te noemen zou er geen eind komen aan ’t lystje van gelyksoortige dingetjes die even veel aanspraak op vermelding zouden hebben. Maar aan den anderen kant, wie ze niet noemt, stelt zich bloot aan onrechtvaardige beoordeeling. Wie heel uit de verte de steenen niet ziet waarover ’n wandelaar struikelt, meent ’n wys vonnis te slaan als hy den struikelenden man voor dronken uitmaakt.

– Is dat niet ook gewoon waar? Hoeveel dichter zijn we nu eigenlijk bij de persoon Douwes Dekker gekomen na anderhalf jaar vlijtig Multatuli lezen

– Hij klaagt er ook voortdurend over dat hij niet kan uitleggen wat hem dwarszit omdat het uit te veel te kleine ‘kleinigheden’ bestaat.

– Vandaar dat zijn werk wel uit Ideën moest bestaan, de enige manier om aan die verbrokkeling een vorm te geven.

– Hij blijkt daarbij ook in de correspondentie van deze laatste jaren details te zien in zijn naaste omgeving die je nog steeds kunt opmerken. Bijvoorbeeld over het schoolsysteem, dat eigenlijk alleen nog maar gaat over het schoolsysteem en niet over het onderwijzen van kinderen:

Na uw vertrek heb ik Dirk’s schoolboekjes ingezien. (Hy zelf noemt zich: Dirrêêêk.) Ze zyn naaaaar! Al die leerboekjes van deze dagen rieken naar ’t examen dat men van onderwyzers vordert. Het is alsof men met miliciens die marcheeren moeten leeren, zou gaan redekavelen over dynamica en anatomie, of ’n scheepsjongen bezig houden met meteorologische beschouwing der cyclonen. Het blyft de vraag of veel van tgeen thans in leerboekjes behandeld wordt (en hoe!) wel eens dienstig is voor den beginsel onderwyzer (ik zeg: neen!) maar al ware dit ànders, den leerling dient die valsch-wetenschappelyke inzichten der leerboeken zéker niet. Het maakt hem – in plaats van vermeerdering van z’n kennis – vertrouwd met… kletsen!

– Leuk vind ik die verlenging van de aa in naaaaar. Dat is iets dat weleens als een moderne vorm van verloedering in de jongerentaal wordt gezien.

– In ieder geval heeft hij over de opvoeding van de jeugd allerlei praatjes, nu zijn biologische kinderen een beetje uit zicht zijn en Mimi vooral de verantwoordelijkheid voor het pleegkind op zich neemt:

Opvoeding is ’n moeielyke taak. Uit boeken heb ik zelden daarover iets bruikbaars geleerd. Daarin staan gewoonlyk de dingen vermeld die vanzelf spreken, byv. ‘men moet het kind gewennen aan’… alle mogelyke deugden, o ja. Maar de vraag hoe?

(Van gelyke soort is m’n bezwaar tegen sommige socialistische stellingen. Dàt, dàt, dàt moet zóó zyn. Best! Maar… hoe kryg je’t zoo? Ziedaar de vraag!

– Nu ja, dit zit toch vooral in dezelfde lijn als zijn idee over leven: Grau, teurer Freund, ist alle Theorie und grün des Lebens goldner Baum.

– Om een van de vele schrijvers maar eens te citeren aan wie Douwes Dekker een grondige hekel had.

– Hij had trouwens zelf soms ook een andere kijk op al die details en kleinigheiden: het waren juist manieren om te ontsnappen aan de grote worsteling die het leven was, en de grote, belachelijke woede die andere details juist weer opwekken:

Sedert lang, en vooral na den afloop van dat Huldeblyk – waardoor me voor goed in cyfers m’n plaats is aangewezen! – is m’n heele leven een worsteling tegen m’n eigen stemming. Als hulpmiddelen gebruik ik: wiskunstige oefeningen, schaken, kinderspelen, maar tot nog toe te-vergeefs. Telkens weer vlieg ik op in machtelooze woede die vernederend, ontzenuwend en – in de oogen van anderen ten minste – belachelyk is! Wat zou m’n oude confrère Van Rees er in groeien, als hy me driftig zag! Om nu niet te spreken van ’t jongentje dat ze minister van Kolonien hebben gemaakt.

– Ik sprak laatst met iemand die alleen de Havelaar…

– … Max Havelaar…

– … de Havelaar gelezen had en op grond daarvan beweerde dat Multatuli een ADHD’er was. Dit bevat misschien wel een voorbeeld.

– Hebben wij voldoende zitvlees om ook de rest van deel 23 volgende week nog te lezen!

– Dat voorstel wordt met gejuich ontvangen!

Illustratie: Robert Kruzdlo