Gezichten, gedachten en gesprekken

Quotatieven in het Nederlands van nu

Door Maarten Bogaards

Op 2 november 2018 deed de 21-jarige Maya Shanti auditie bij TV-talentenjacht The Voice of Holland. In dit televisieprogramma doen aspirant-zangers en -zangeressen auditie voor een vierkoppige jury, die ieder voor zich beoordelen of de kandidaat door mag naar de volgende ronde. Shanti’s zangkwaliteiten verdeelden de juryleden: rapper Lil Kleine stemde overtuigd voor, terwijl zangeres Anouk faliekant tegen was. Haar reden daarvoor, zo legde Anouk onomwonden aan Shanti uit: ‘dat stemmetje wat je opzet, met dat hoop gekreun … ik vind het echt vréselijk’. Bij wijze van sneer naar haar drie (allen mannelijke) mede-juryleden voegde Anouk nog toe dat ‘alle dicks die hebben gedraaid, zoals je ziet, zo gaat dat’ – oftewel dat de overige juryleden wél voor het ‘gekreun’ gevoelig zouden zijn geweest.

Dit fragment was niet alleen maar geestig, het leverde op Twitter ook taalkundig interessante reacties op. Twitteraar @xKITKATRINA postte het fragment met de interactie op het platform, waarop een andere twitteraar onder vermelding van de timestamp 0:42 reageerde. Die timestamp correspondeert met een shot van Lil Kleine, die Anouk aankeek terwijl zij haar snedige commentaar leverde. Dat shot zag er uit als hierboven en de twitteraar zei er het volgende over:

  • Lil Kleine echt zo van WTF? (@FeyzaKarer, 6 november 2018)

Ook werd getwitterd over Lil Kleines commentaar, dat weliswaar aanzienlijk positiever was, maar er ook blijk van gaf dat hij Shanti’s naam alweer was vergeten:

  • Hahaha hij is echt “wauw u cute, maar ik care niet genoeg om je naam te onthouden” (@EllisAkosua, 4 november 2018)

Deze twee tweets hebben iets opvallends gemeen. In beide wordt een directe-rede-achtige uiting aan Lil Kleine toegeschreven: ‘WTF?’ en ‘wauw u cute, maar ik care niet genoeg om je naam te onthouden’. Geen van beide uitingen is echter daadwerkelijk uit Lil Kleines mond gekomen. Tijdens het fragment dat de eerste tweet becommentarieert zei hij niets, laat staan ‘WTF’. En in zijn feedback als jurylid, waarop de tweede tweet reageert, zei hij noch dat hij Shanti ‘cute’ vond, noch dat hij ‘niet genoeg carede’ haar naam te onthouden.

Vandaar dat in deze tweets meer sprake is van toeschrijven dan van beschrijven – hoewel ze natuurlijk wel gemotiveerd zijn door Lil Kleines handelen, en op grond daarvan beoordeeld kunnen worden door de lezer. Toe- en beschrijving zijn hier op een complexe manier met elkaar verweven. Dit fenomeen wordt binnen de taalkunde wel ‘quotative’ genoemd (bv. Buchstaller & van Alphen 2012): quotatief.

Talige middelen

Ook opvallend zijn de talige middelen waarmee het quotatieve toe-/beschrijven in de tweets wordt aangepakt: ‘echt zo van’ in de eerste tweet, en ‘is echt’ in de tweede. In de taalkundige literatuur (bv. Foolen e.a. 2006; Coppen & Foolen 2012; Augustinus 2018) is het fenomeen van quotatieve toe-/beschrijving dat we in deze tweets zien, namelijk vooral gekoppeld aan het woordje van, in combinatie met werkwoorden als zeggen, denken en kijken. Dat van wordt dan wel het ‘quotatieve van’ genoemd en ziet er bijvoorbeeld zo uit (voorbeelden uit Coppen & Foolen 2012):

  • Papa zei van ‘ik ga de zolder opruimen en veel weggooien’
  • Dan denk je van ‘waar ben je nou mee bezig?’

De The Voice-tweets uit het begin bevatten daarentegen andere quotatieve markeerders (echt en zo naast en in plaats van van) en een ander werkwoord (zijn in plaats van zeggen, denken of kijken) dan de markeerders en werkwoorden die in de literatuur centraal staan. Dit roept de vraag op of die literatuur wel een up-to-date beeld geeft van quotatieven in het Nederlands. Een tweede reden voor die vraag is dat alle genoemde literatuur zich baseert op het Corpus Gesproken Nederlands (CGN), dat taalmateriaal van rond de millenniumwisseling bevat en dus alweer bijna twintig jaar oud is.

In dit stukje verken ik daarom het gebruik van quotatieven op Twitter, waar menig taalgebruiker actief is met een geboortedatum ná die van het CGN. Bovendien is het taalgebruik op Twitter informeel en spreektaal-achtig: de favoriete habitat van het quotatieve van en zijn soortgenoten. Het doel van dit stukje is om vast te stellen welke elementen allemaal quotativiteit markeren, met welke werkwoorden de quotatieve markeerders voorkomen, en hoe die werkwoorden qua vorm en betekenis van elkaar verschillen. Tot slot laat ik zien dat de Nederlandse quotatieven een sturend potentieel hebben, dat deels afhankelijk is van het werkwoord dat met de quotatief wordt gebruikt.

Echt helemaal zo van wtf

Laten we beginnen met de quotatieve markeerders: talige elementen zoals van, die aangeven dat er een uiting gaat volgen die deels als beschrijving en deels als toeschrijving moet worden opgevat. Wordt het quotatieve van naast echt en zo nog door andere woorden vergezeld? Ja, zo blijkt, en wel door ten minste drie mogelijkheden: gewoon, een beetje en helemaal. Elk van deze elementen komt regelmatig samen met echt zo van voor, wat een vierledige quotatieve ‘cluster’ oplevert:

  • In deze situaties denk ik echt gewoon zo van kerel hou je bek en geef gewoon toe dat je racistisch bent (@vemyrr, 20 maart 2019)
  • Ik ben echt een beetje zo van akljdksljflkjsf en ik weet niet wat ik daarmee moet. (@BeteBoe, 11 januari 2013)
  • dude ben net n beetje bijgekomen, was vandaag echt helemaal zo van wtf hoe kan n mens dit aan 😂😂😂😂 (@bastilledaan, 1 september 2016)

Hoewel gewoon, een beetje en helemaal wel ieder voor zich met echt zo van combineren, lijken ze niet allemaal samen voor te komen. Vijfledige clusters als ‘echt gewoon helemaal zo van’ komen we op Twitter namelijk niet tegen, laat staan zesledige. Voor een beetje en helemaal is dat wel te verklaren: door hun haast tegengestelde betekenis sluiten ze elkaar vermoedelijk uit. Bij gewoon ligt dat net anders; dat komt in vierledige clusters, bijvoorbeeld zonder echt, wél met een beetje of helemaal voor, zoals in de tweets hieronder. Waarschijnlijk is een opeenstapeling van vijf of meer quotatieven zelfs voor de meest uitbundige twitteraars een tikje té uitbundig.

  • dat precies ja, of gewoon snel kijken wat iemand anders doet en dat ook doen en gewoon helemaal zo van oh fuck yeah zitten. (@Ponk0tsu, 14 september 2014)
  • Ze kijkt gewoon een beetje zo van ‘mijn baarmoeder wordt nu geleegd via mijn vagina’ snap je (@wouter2702, 21 juni 2017)

De elementen echt, gewoon, helemaal, een beetje, zo en van komen in bepaalde combinaties dus wel samen voor, maar worden ze ook op zichzelf gebruikt in dit soort zinnen? Zo niet, dan hebben ze meer weg van modale bijwoorden, die het quotatieve van wat extra uitdrukkingskracht verlenen. Dat is hoe Coppen & Foolen (2012:265) zo analyseren, waarvan ze terecht opmerken dat het vaak met het ‘quotatieve van’samengaat. Maar zo wel, dus als deze elementen ook op zichzelf in quotatieve structuren voorkomen, dan moet het ‘quotatieve van’ misschien wel het quotatieve podium gaan delen met andere elementen, die nog niet als zodanig geanalyseerd zijn.

Wat blijkt? Behalve van gewoon en een beetje zijn van al deze taalmiddelen op Twitter solo quotatieve voorbeelden te vinden. In de volgende tweets lijken echt, helemaal en zo bijvoorbeeld op zichzelf de functie van het ‘quotatieve van’ te vervullen.

  • ja de enemy schiet met een sniper 5 km naast me en ik ga dood ik zat echt wtf is dit nou weer (@Thisisbrian01, 17 juni 2015)
  • OMG! Hij ging toen tegen mij praten omdat een vriendin zei van’omg ken je hem niet?!’ dus hij helemaal ‘schande echt waar’. (@vrouwhaverkampp, 13 februari 2013)
  • Kwas is als een van de eerste in de klas en de docent zei zo tegen mij “amai Sofie” ma kwas aant geeuwen, dus kzeg zo oei sorry en die was zo “nene, ge bent is op tijd!” nouuuu (@sofiestrgr, 28 november 2018)

Het lijkt er dus op dat van, in ieder geval in het taalgebruik dat we op Twitter tegenkomen, niet de enige quotatieve markeerder is. Vooral echt en zo komen regelmatig zonder van voor, en dan vaak samen, zoals in de volgende tweets.

  • Ja. Ik zat echt zo: ben ik echt zo ziek dan? Dat ik dit nodig heb? Au… maar het is wel zo denk ik (@WheelieNick, 19 november 2018)
  • Ik was naar iemand zn hond aan het kijken en dat baasje (40??) keek echt zo 😏 terug hallo je bulldog is leuk niet jij (@elinemariaaa, 30 september 2018)

Een voor de hand liggende verklaring hiervoor is dat elementen als echt en zo hun leven weliswaar als modale bijwoorden ter versterking van het quotatieve van zijn begonnen, maar zich door hun regelmatige samenzijn langzamerhand wat van de quotativiteit van dat van aan het toe-eigenen zijn. Wat concreter gezegd zou het kunnen dat jongeren (van wie we hier, via hun tweets, het taalgebruik zien) tijdens hun taalverwerving steeds meer elementen als quotatieven (her)analyseren. Taalverandering in actie dus. Deze hypothese zou voorspellen dat oudere taalgebruikers het bovenstaande gebruik van echt, helemaal en zo minder acceptabel vinden dan jongere taalgebruikers. Stof voor enquête-onderzoek!

Alle variatie ten spijt, blijft de frequentste combinatie van deze quotatieve elementen op Twitter echt zo van, dus met het goede oude ‘quotatieve van’ erbij. Hoewel van dus niet de enige Nederlandse quotatief (aan het worden) lijkt te zijn, is het vooralsnog wel de belangrijkste.

Twitter-corpus

De combinatie echt zo van is ook om een meer praktische reden interessant: de combinatie laat zich heel goed opsporen, in tegenstelling tot losse quotatieve voorkomens van echt, zo of van. Deze woordjes worden immers ook voor (heel veel) andere doeleinden gebruikt, waardoor een zoekopdracht met alleen echt of zo of van voor meer dan 99% niet-quotatieve voorbeelden oplevert — ga daar maar eens tussen zoeken.

Om kwantitatief vast te stellen welke werkwoorden op Twitter het frequentst met quotatieven samengaan, ben ik daarom op ‘echt zo van’ gaan zoeken. Voor de repliceerbaarheid heb ik één datum uitgekozen — 15 december 2018 — en de 500 laatste tweets met quotatief echt zo van tot die datum geselecteerd. Dat levert een mini-corpus aan voorkomens van ‘echt zo van’ op uit de periode april tot en met december 2018, dat ik hier toegankelijk heb gemaakt.

Welke werkwoorden komen we in die 500 tweets tegen? Zijn het vooral kijken, denken en zeggen, zoals we in de taalkundige literatuur konden lezen, of schept Twitter toch een ander beeld? De tabel hieronder toont de verdeling: zowel de absolute aantallen (n) als het percentage van het totaal (%). Voor het overzicht zijn de werkwoorden die minder dan vijf keer voorkwamen samengevoegd.


werkwoord n %
1 zijn 175 35%
2 zitten 101 20,2%
3 [geen ww] 87 17,4%
4 kijken 55 11%
5 denken 36 7,2%
6 staan 14 2,8%
7 zeggen 6 1,2%
8 gaan 5 1%
9 liggen 5 1%
10 [<5 voorkomens] 16 3,2%

totaal 500 100%

Wat valt er nu op: een aantal van de usual suspects uit de literatuur – kijken, denken en zeggen – staan wel in de top 10, maar ze vormen een betrekkelijk klein deel van het totaal (19,4%). Het koppelwerkwoord zijn en het houdingswerkwoord zitten zijn ieder voor zich al goed voor een groter aandeel (35% en 20,2%). En dat is interessant, want in de literatuur krijgt zijn in quotatief verband weinig aandacht, en zitten nog helemaal geen – op een zeer terloopse vermelding van mijzelf na (Bogaards 2019). Twitter laat dus een andere kant van de Nederlandse quotatieven zien dan tot nu toe is beschreven.

Gezichten, gedachten en gesprekken

Hoe worden zijn en zitten dan quotatief gebruikt? Bij kijken, denken en zeggen is dat veel duidelijker: daarmee kan een gezichtsuitdrukking, gedachte of gesproken uiting beschreven worden, zoals in de volgende tweets.

  • Kwam net iemand in een club tegen die ik al 10 jaar niet gezien had. Zegt ze ineens “HEEEY ROMY” en ik keek echt zo van “wie de fuuck ben jij” (@romykiszer, 22 augustus 2018)
  • altijd wanneer ik bepaalde chats terug lees dan denk ik echt zo van, wtf ik ben echt irritant ofzo (@crossingaline_, 29 april 2018)
  • ik gilde letterlijk door de klas en iedereen keek me aan en die docent zei echt zo van ANIEK!!!! (@tiredblueboy, 17 september 2018)

Wat zeker is bij zijn is dat het, net als in de tweets hierboven, een uiting toeschrijft aan het onderwerp van de zin. Maar of dat vervolgens gaat om een gezichtsuitdrukking, gedachte of gesproken uiting, is bij zijn niet gespecificeerd: dat is allemaal mogelijk, en het hoeft niet eens duidelijk te zijn waarvan precies sprake is. De volgende tweets laten dit zien: de eerste beschrijft een gezichtsuitdrukking, de tweede en derde (voor zover ik kan inschatten) een gedachte en een gesproken uiting.

  • Dat lachje naar de camera is echt zo van “i know I’m slaying” lmaoo (@demisxangel, 2 juni 2018)
  • Iedereen doet kerstkaarten en ik ben echt zo van “ik ga legit mijn geld niet verspillen aan kerstkaarten, kan diegene net zo goed een appje sturen.” (@Esmjeej, 3 december 2018)
  • Mijn moeder: heb je ‘nog’ zin in school (Ivm al het leren voor de pww) En ik was echt zo van ‘NOG?! Ik heb er nooit zin in gehad!’ (@Eva_DDG, 10 december 2018)

Of iets bij een gedachte bleef of daadwerkelijk werd uitgesproken, is hier niet zo eenvoudig vast te stellen. Wel maken deze tweets duidelijk dat zijn naar beide zou kunnen verwijzen. We kunnen quotatief zijn daarom opvatten als een abstractie over kijken, denken en zeggen. Dit levert zijn een breder gebruikspotentieel op dat op zijn beurt een verklaring kan bieden voor de hogere frequentie.

Zitten zonder te zitten

Hoe zit het dan met zitten? Dat is op het eerste gezicht een onwaarschijnlijkere kandidaat voor quotatief gebruik, aangezien het in de eerste plaats een houding beschrijft waarin mensen zich kunnen bevinden. Het wordt daarom wel tot de vijf centrale ‘werkwoorden van lichaamshouding’ gerekend, naast staan, liggen, hangen en lopen. Goed, je kunt prima ‘zitten op een stoel’, maar wat is dan ‘zitten echt zo van’?

Het leuke van het Nederlandse zitten is echter juist dat het lang niet altijd ‘zitten’ hoeft te betekenen in de ‘gezeten houding’-betekenis. De betekenis is sterk verbleekt, oftewel breder en algemener geworden. Als iemand voor z’n vakantie ‘in Griekenland zit’, hoeft hij daarvoor Athene niet geheel in een zetel te doorkruisen. Daarnaast wordt zitten in diverse constructies gebruikt, waar eveneens geen moment ‘gezeten zijn’ aan te pas hoeft te komen. ‘Ik zat te lopen naar school’ is een voorbeeld van de ‘zitten te + infinitief’-constructie waarin van zitten geen sprake kan zijn. En als je met de ‘zitten + voltooid deelwoord’-constructie zegt dat iemand ‘in de kamer zit opgesloten’, dan kan de opgeslotene op enig moment ook staan, liggen of lopen. Zitten heeft zich in het Nederlands dus zo ver uitgebreid, dat je kunt zitten zonder te zitten.

Het lijkt er nu op dat het uitbreidingsproces van zitten nu ook de Nederlandse quotatiefconstructies heeft bereikt. Daarbij is een eerste observatie dat zitten – net als het algemene zijn – gezichten, gedachten en gesprekken kan typeren. Dat laten de tweets hieronder zien, wederom met de disclaimer dat het onderscheid tussen ‘gedacht’ en ‘gesproken’ niet altijd duidelijk is, maar gelukkig ook niet nodig om quotatieve werkwoorden in algemene zin te beschrijven.

De eerste tweet is hierbij trouwens een voorbeeld van het gebruik van GIFjes – bewegende afbeeldingen die zich eindeloos herhalen – bij wijze van quotatieve ‘uiting’. Vooral voor gezichtsuitdrukkingen, maar ook wel voor gedachten, is dat op Twitter een veelvoorkomende, expressieve en vaak komische manier om quotatieven in te zetten. Omdat een steeds herhalend GIFje in een tekst nogal afleidt, heb ik er drie screenshots uit genomen die de strekking weergeven.

  • mijn moeder zei ‘kankeren’ in een zin ik schrok ik zat echt zo van  (@shreksuelemeid, 30 november 2018)
  • die plot was echt zo mind blowing he!! kzat daar echt zo van.. wow (@kooksangel, 12 mei 2018)
  • Me, ik ging toen ook pannenkoeken eten bij mijn vriend toen ik er de eerste keer was, zat echt zo van: maar het is geen avond eten (@MevrouwtjeMuts, 25 oktober 2018)

Net als bij de verbleekte voorbeelden van zitten die we net zagen (‘zitten te lopen’, ‘zitten opgesloten’), is ‘gezeten zijn’ ook bij deze quotatieve gevallen geen noodzaak. De twitteraar die schrok van haar moeders onverwachte grofheid kan haar dramatische reactie ook staand hebben tentoongespreid. Sterker nog, van de mevrouw in het GIFje van wie de twitteraar de gezichtsuitdrukking ‘leent’, is het duidelijk dat ze niet zit, maar staat. De verbleking van zitten lijkt zijn frequente gebruik met quotatieven te hebben gefaciliteerd, of daar in elk geval aan te zijn voorafgegaan.

Het is nog aardig om te vermelden dat naast zitten ook de houdingswerkwoorden staan en liggen in de top 10 quotatieve werkwoorden op Twitter voorkomen. Daar is echter wél steeds sprake van de bijbehorende houding, zoals in de volgende tweets.

  • Ik kom beneden Mijn moeder: ha, jou had ik nog niet gezien En ik stond daar echt zo van “ik heb 10 minuten geleden nog met je gepraat” (@Robkleuskens, 11 juni 2018)
  • Hij ligt er ook echt zo van paint me like one of your French Phils. (@Shitmybuufsays, 27 juli 2018)

In de eerste tweet, met staan, is bijvoorbeeld duidelijk dat de beschreven interactie plaatsvond toen de twitteraar net de trap af was gekomen, en dus bij de onderste tree stond. En de tweede reageert op een foto van een hond (Phil) die op een bank ligt, wat de twitteraar kennelijk deed denken aan een bekende quote uit de film Titanic (‘paint me like one of your French girls’). Het quotatieve gebruik van houdingswerkwoorden spiegelt hier hun gedrag elders, in de zin dat staan en liggen ook in andere constructies vaker en sterker hun houdingsbetekenis behouden dan zitten.

Metonymie

Zitten is dus net als zijn een abstractie over kijken, denken en zeggen, en in tegenstelling tot staan en liggen ook een abstractie over de houding van het onderwerp. Zijn zitten en zijn hier dan simpelweg uitwisselbaar? Toch niet helemaal: bijeen quotatiefconstructie met zitten moét het onderwerp namelijk de persoon zijn aan wie de uiting wordt toegeschreven. Zijn biedt daarentegen meer vrijheid: eerder zagen we al een ‘lachje naar de camera’ als onderwerp, maar ook andere niet-bezielde, en zelfs abstracte entiteiten worden door zijn als onderwerp geaccepteerd. Hieronder bijvoorbeeld ‘de sfeer’, een gebeurtenis (het nieuws van een onverwacht hoog cijfer) simpelweg aangeduid door ‘het’, en het platform Twitter als geheel:

  • Ja, de sfeer was echt zo van: whatever en je kon de dienst beleven en meedoen zoals je dat zelf het best vond. (@HaroldProst, 24 oktober 2011)
  • Het was echt zo van; Oh God ik heb een melding Oh God het is voor Engels WTF HET IS EEN 8!!!! Wacht welke toets had ik ook alweer voor Engels? Oh ja mondeling! WTF IK HEB EEN 8 VOOR MIJN MONDELING!!! (@Eva_DDG, 5 december 2018)
  • Twitter is voor mij echt zo van als je niemand hebt om mee te praten dat je dan maar trash gaat tweeten. Nou bij deze joe (@CasperNelissen, 19 augustus 2018)

In deze tweets wordt een quotatiefconstructie ingezet om iets te typeren waar de uiting op de een of andere manier onderdeel van uitmaakt. In de eerste tweet zou iemand die ‘de sfeer’ in kwestie ervaart, ‘whatever’ kunnen zeggen of denken om die in één woord te vangen. In de tweede wordt de hele situatie nagespeeld met een reeks uitingen. En in de derde wordt de uiting ‘als ik niemand heb om mee te praten, dan ga ik maar trash tweeten’ voorgesteld als een gedachte die door het hoofd van menig twitteraar gaat, hun gedrag op het platform drijft, en daarmee een bepaalde dynamiek op het platform veroorzaakt.

Met een term uit de lexicale semantiek kunnen we deze gevallen ‘metonymisch’ noemen: de uiting heeft een nabijheidsrelatie tot de situatie waarin ze geuit wordt, en kan daarom voor de situatie als geheel gaan staan. Zo kan het gebeuren dat, in de eerste tweet, ‘de sfeer’ niet slechts een ‘whatever’ oproept, maar ‘whatever’ is.

Op zoveel metonymie kunnen we zitten niet betrappen: in de drie tweets hierboven zijn ‘zat’, ‘zat’ en ‘zit’ echt uitgesloten. Hetzelfde geldt trouwens voor de specifiekere werkwoorden kijken, denken en zeggen. Toch is ook bij deze werkwoorden sprake van metonymie, zij het minder sterk. Sterker nog: quotatieven, of ze nu met zijn, zitten, zeggen of een ander werkwoord gevormd zijn, kunnen in principe altijd in bepaalde matemetonymisch zijn.

Het is bij het toeschrijven met quotatieven namelijk meestal zo dat een gezichtsuitdrukking, gedachte of gesproken uiting niet letterlijk, of zelfs helemaal niet als zodanig geuit is. Dat is voor taalgebruikers ook geen vereiste: om een quotatief te kunnen begrijpen en acceptabel te vinden, is het voldoende als de toegeschreven uiting bij benadering met de beschreven uiting overeenkomt, of tot hetzelfde type als de beschreven uiting gerekend kan worden. Die kenmerken – benadering en type – worden in de literatuur wel ‘approximatie en ‘typificatie’ genoemd (bv. Coppen & Foolen 2012).

Wat wordt daarmee precies bedoeld, en wat heeft het met metonymie te maken? Laten we daarvoor terugkeren naar de tweede The Voice-tweet van het begin, die Lil Kleines reactie op Maya Shanti’s auditie becommentarieert. Zoals te zien is in het filmpje waarop de tweet reageert, zei Lil Kleine letterlijk tegen Shanti: ‘Je ziet er goed uit, hoe heet je, hoe heet je ook alweer?’ De tweet beschreef dat moment daarentegen zo:

  • Hahaha hij is echt “wauw u cute, maar ik care niet genoeg om je naam te onthouden”

Door het algemene karakter van zijn zou hier evengoed ‘zit’, ‘kijkt’, ‘denkt’ of ‘zegt’ kunnen staan. In het geval van ‘denkt’ kunnen we niet nagaan of Lil Kleine inderdaad deze gedachte had; in het geval van ‘zegt’ kunnen we aantonen dat deze woorden niet door de rapper gezegd zijn. Maar in beide gevallen is de quotatief acceptabel, en dat komt doordat de toegeschreven uiting volgens de twitteraar een benadering is van wat Lil Kleine dacht of zei (‘approximatie’), of tot hetzelfde type gedachte of gesproken uiting behoort (‘typificatie’). Deze approximatieve en typificerende dimensies zijn een onderdeel van de betekenis van de quotatieven, en daarom kan de twitteraar ‘wegkomen’ met haar toeschrijving, zelfs als die regelrecht wordt tegensproken door het filmpje waar de tweet onder staat.

Dit is ook een vorm van metonymie: doordat een uiting in dezelfde situatie gedaan had kunnen worden, kan deze gaan staan voor de uiting die daadwerkelijk gedaan is. In het geval van zitten, kijken, denken en zeggen reikt die metonymie echter maar ‘van uiting tot uiting’: de ene uiting staat voor de andere. Bij zijn gaat dat zoals we hebben gezien nog een stap verder: de uiting gaat staan voor de situatie in reactie waarop zo’n uiting gedaan zou kunnen worden.

We zouden daarom kunnen zeggen dat quotatief zijn zich van de rest onderscheidt doordat het een situationeel-metonymisch potentieel heeft dat bij de rest ontbreekt. Een andere manier om hier tegenaan te kijken (die op hetzelfde neerkomt) is dat alleen zijn synecdoche toelaat, een subtype van metonymie dat deel en geheel uitwisselt: uiting en situatie. Maar het brede metonymische karakter is, door de approximatie en typificatie die aan quotatieven inherent zijn, iets wat al deze werkwoorden gemeen hebben.

Sturende kracht

Dat metonymische karakter – of het nu approximatie of typificatie betreft – stelt taalgebruikers in staat om met quotatieven in de richting van bepaalde conclusies te sturen. Hoewel iedereen het er over eens zal zijn dat Lil Kleine niet letterlijk geciteerd mag worden zoals in de tweede The Voice-tweet, roept deze tweet wel het idee op dat de uiting (‘ik care niet genoeg om je naam te onthouden’) zijn daadwerkelijke uiting (‘hoe heet je ook alweer?’) voldoende benadert om hem te beoordelen alsof hij de fictieve uiting gedaan had. Of: dat de twee uitingen tot hetzelfde type behoren, en dus dezelfde reacties rechtvaardigen. Met alle conclusies die je uit ‘ik care niet genoeg’ zou mogen trekken: dat Lil Kleine zich nogal oppervlakkig toonde, of zich zelfs onaardig uitliet tegenover de auditant. En dat terwijl de twitteraar maar moeilijk van onnauwkeurigheid beticht kan worden, allemaal dankzij één quotatief elementje in de tweet: ‘echt’.

Quotatieven hebben in deze analyse dus een ‘sturende kracht’ (Boogaart 2015): ze sturen erop aan de conclusies te trekken die horen bij de benadering van de uiting die beschreven wordt, of bij het type waartoe die uiting volgens de spreker behoort. Zoals we hebben gezien, kunnen Nederlandse quotatiefconstructies ingezet worden om op zo’n sturende manier gezichtsuitdrukkingen, gedachten en gespreksbeurten te beschrijven, en zelfs om de situaties te typeren waarin die gezichten, gedachten dan wel gesprekken zouden kunnen voorkomen.

Maar niet elk quotatieve werkwoord dat is voorbijgekomen, is voor dezelfde quotatieve doeleinden geschikt. Als we ons beperken tot het koppelwerkwoord (zijn), de houdingswerkwoorden (zitten, staan, liggen) en de ‘traditionele’ quotatiefwerkwoorden (kijken, denken en zeggen), dan kunnen we deze werkwoorden onderscheiden in termen van drie eigenschappen: of ze het toelaten om een uiting voor een situatie of gebeurtenis te laten staan (situationele metonymie/synecdoche), of ze abstraheren over de houding van het onderwerp, en of ze abstraheren over de aard van de uiting. De tabel hieronder vat nog even samen welke eigenschappen op welke werkwoorden van toepassing zijn.


situationele metonymie abstractie over houding abstractie over gezicht/gedachte/gesprek
zijn + + +
zitten + +
staan +
liggen +
kijken +
denken +
zeggen +

Bij deze tabel geldt: hoe meer plussen, hoe groter het gebruikspotentieel, want de aanwezigheid van elke eigenschap impliceert een minder specifieke betekenis van het werkwoord in de quotatiefconstructie. Dit laat zien dat zijn, met drie plussen, het breedst inzetbare quotatieve werkwoord is, gevolgd door zitten. De overige houdingswerkwoorden (staan en liggen) en de traditionele quotatiefwerkwoorden (kijken, denken en zeggen) hebben de specifiekste betekenis, want bovenop hun ongeschiktheid voor situationele metonymie ligt ofwel de houding ofwel de aard van de uiting bij deze werkwoorden vast. Afhankelijk van je behoefte om een specifiek aspect van een uiting te typeren, of een en ander juist in het midden te laten, is er dus voor elk geval een geschikte quotatief.

Om de sturende kracht van quotatieven maximaal uit te buiten, moet je echter wel bij zijn of zitten zijn. Doordat je in het midden kunt laten of je een gezicht, gedachte of gesprek bedoelt, kun je aan de ene kant aansturen op de conclusies die je wilt, terwijl je je aan de andere kant niet hoeft te committeren aan de precieze aard van je toeschrijving – mocht de hoorder moeilijk gaan doen. Laten we om dit punt te illustreren nog eenmaal de The Voice-tweet erbij halen die Lil Kleine in een nogal slecht daglicht zette:

  • Hahaha hij is echt “wauw u cute, maar ik care niet genoeg om je naam te onthouden”

Stel dat daarop een lastige reactie komt als: ‘Dat heeft hij helemaal niet gezegd. Hij vroeg alleen wat haar naam ook weer was.’ Dan zou de twitteraar kunnen tegenwerpen: ‘Ik zei ook helemaal niet dat hij dat heeft gezegd. Maar zo dééd-ie wel.’ En daar is inhoudelijk dan weer knap weinig tegenin te brengen. Behalve dan misschien een typische uiting van machteloosheid: echt zo van WTF.

Verwijzingen

Augustinus, Liesbeth (2018). ‘Het bos van de Nederlandse zinsbouw? Ik dacht van ik weet de weg wel.’ Presentatie tijdens Dag van de Nederlandse Zinsbouw 12, Gent, 21 december. Abstract en presentatie.

Bogaards, Maarten (2019). ‘Posture verbs combined with past participles in Dutch: Fixed or productive patterns?’ In: J. Berns & E. Tribushinina (red.), Linguistics in the Netherlands 2019, 67-82. Amsterdam: John Benjamins. https://doi.org/10.1075/avt.00024.bog

Boogaart, Ronny (2015). Een sprinter is een stoptrein zonder wc. De sturende kracht van taal. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Buchstaller, Isabelle & Ingrid van Alphen (red.) (2012). Quotatives: Cross-linguistic and cross-disciplinary perspectives. Amsterdam: John Benjamins.

Coppen, Peter-Arno & Ad Foolen (2012). ‘Dutch quotative van: Past and present.’ In: I. Buchstaller & I. van Alphen (red.), 259-280.

Foolen, Ad, Ingrid van Alphen, Eric Hoekstra, Henk Lammers, Harrie Mazeland & Esther Pascual (2006). ‘Het quotatieve van. Vorm, functie en sociolinguïstische variatie.’ Toegepaste Taalwetenschap in Artikelen 76, 137-149. https://doi.org/10.1075/ttwia.76.13foo

Dit stuk is een ingekorte en hier en daar herziene versie van een paper dat ik in 2018 schreef over quotatieven in het Nederlands. Het paper (nog een manuscript), dat zich uitgebreider inbedt in de literatuur en meer eigenschappen van het hier genoemde Twitter-corpus analyseert, is hier toegankelijk.