Bellus imago

Door Marc van Oostendorp

Ik denk soms dat ik de enige ben die nog af en toe op Meldpunt Taal kijkt, maar dat is natuurlijk onzin, want als ik de enige was, was er voor mij ook niets te zien. En er verschijnen nog steeds regelmatig meldingen op. Misschien wel van steeds dezelfden, misschien van telkens anderen, omdat de meldingen anoniem zijn kun je dat niet zien. Maar er zijn pareltjes bij, inkijkjes in leven heel anders dan de mijne maar minstens even geobsedeerd door taal:

Veel organisaties hechten aan een ‘dure’ naam. Meestal is dat tegenwoordig een Engelse, soms nog een Latijnse. Maar omdat de klassieke talen ongeveer vijftig jaar geleden in ons land als onbelangrijk zijn afgeschreven, is de kennis daarvan dikwijls gebrekkig. Dit wordt echter geen beletsel geacht om een instelling toch met een Latijnse naam op te sieren. Met een foutieve naam soms, maar geen haan die daar nog naar kraait. […]

Een Brabantse fotoclub tooide zich ooit met de naam ‘Bellus imago’. Ik wees hun er op dat ‘imago’ – het Latijnse woord voor ‘beeld’ – een vrouwelijk zelfstandig naamwoord is, waardoor het bijvoeglijk naamwoord ook de vrouwelijke vorm moet aannemen. ‘Bella imago’ – met de betekenis ‘mooi beeld’ – zou dus correct zijn. Het antwoord dat ik kreeg luidde: ‘Zoals wij als club er tegenaan kijken: “Bellus Imago” is een eigennaam en staat als zodanig buiten de officiële regels voor spelling. “Alles” is dan toegestaan. Als “Bellus Imago” in een volzin zou zijn gebruikt en in de bedoelde betekenis van schattige foto dan zou u natuurlijk volledig gelijk hebben. Edoch, wij menen de creatieve vrijheid te mogen hebben om dit als woordspeling en eigennaam zo te doen. We handhaven daarom deze 10 jaar geleden gekozen naam, nogmaals onder dankzegging voor uw research.’ [,,.]

Ik [beschouw] de ‘creatieve vrijheid’ van fotoclub Bellus Imago als een eufemisme […] voor gemakzucht en minachting voor tenminste één der klassieke talen. Dat mij dit tegenstaat, is misschien verklaarbaar, omdat ik ooit een volijverige gymnasiast was en als beginsel huldig: je doet iets goed of je doet het niet.

Zoet moet hij zijn, die drang om je te ergeren aan de naam van een Brabantse fotoclub, en dan ook nog een e-mail te sturen aan die club om ze proberen te bewegen om hun naam te veranderen zodat ook zelfbenoemde volijverige gymnasiasten er iets mee kunnen. Het antwoord van die club is ook natuurlijk prachtig – alsof de vervoeging van bellus domus iets met de ‘spellingwet’ te maken heeft – al hebben ze dan wel weer gelijk dat iedereen iedere naam mag gebruiken die hij of zij zelf verkiest.

Een hele psychologische theorie heeft deze melder ontworpen, die zijn tegenstanders in detail beschrijft .– ze hechten aan een dure naam, maar vervuld van gemakzucht en minachting voor het Latijn –, een duidelijk teken dat hij geobsedeerd is door die tegenstanders: hij wil ze begrijpen.

Nu moet ik toegeven dat het mij onduidelijk is hoe iemand precies denkt die zijn fotoclub Bellus imago noemt. Maar hoe volijverig ik ooit ook was als gymnasiast, de obsessie van de melder is mij misschien wel iets nader, maar uiteindelijk toch ook vreemd.