Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan

Door Marc van Oostendorp

Ik geloof niet dat het mij was opgevallen, en ik weet niet of er ook maar één lezer is die me nu gaat begrijpen, maar iemand wees me erop dat er iets vreemds is aan het volgende citaat dat Avans minister Van Engelshoven een tijdje geleden in de mond legde.

Unieke opleidingen, zoals Nederlandse taal- en letterkunde, moeten overeind blijven, vindt minister Van Engelshoven. “Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan.”

Strikt genomen zegt dat citaat dat de minister de vechtlustige houding van de opleidingen afkeurt, maar blijkens de context is dat niet wat ze bedoelt: ze ziet dat de opleidingen moeten vechten voor hun voortbestaan, en ze vindt dat dit op zijn beurt ongewenst is. Ze keurt niet af dat de opleidingen vechten, maar dat ze moeten vechten. Helemaal voluit zou je dus zeggen:

  • Zulke opleidingen zouden niet iedere dag moeten hoeven te vechten voor hun bestaan.

Dat hoeven blijft dus verder onuitgesproken, Dat is misschien ook niet gek, want het vechten wordt ook al gekwalificeerd door zouden: zouden niet moeten hoeven vechten is misschien wel een beetje erg veel modaliteit. Geen wonder dat je er één weglaat.

Het gekke is: behalve degene die dit aan me meldde – de literaire vertaler Auke Leistra – lijkt dit nog nooit iemand opgevallen te zijn. Ik heb de kwestie aan enkele van de beste syntactici van Nederland voorgelegd, en ze vonden het allemaal lastig om te zien wat nu eigenlijk het probleem was met de zin van de minister.

Leistra blijkt het fenomeen overal te zien. Desgevraagd lepelde hij zo een aantal andere voorbeelden op. Neem bijvoorbeeld de laatste zin in het volgende stukje van Trouw-adviescolumniste Beatrijs Ritsema:.

Toen uw vriend onafgebroken zijn smartphone bediende tijdens dat concert, liet hij blijken dat virtuele genoegens voor hem interessanter waren dan samen met u iets meemaken. (…) Te vrezen valt dat het er op dat stedentripje niet anders aan toe zal gaan. (…) Het is voorstelbaar dat het vooruitzicht om afspraken te moeten maken met uw vriend over de intensiteit van zijn smartphonegebruik op reis u bij voorbaat de lust in de vakantie ontneemt. Over het vanzelfsprekende zou niet hoeven te worden onderhandeld.

Ook hier geldt weer: de columniste lijkt te praten over een irreële situatie waarin niet over het vanzelfsprekende hoeft te worden onderhandeld, maar wat ze bedoelt is dat die situatie eigenlijk verplicht moet zijn en dat dit niet zo is. Met andere woorden, voluit bedoelt ze ‘Over het vanzelfsprekende zou niet moeten hoeven te worden onderhandeld’. Ook hier weer drie modaliteiten: zou niet moeten hoeven, en een valt weg, in dit geval moeten.

Of, hier is een heel recente, uit een Zwols huis-aan-huisblad dat staatssecretaris Paul Blokhuis aan het woord liet:

In een welvarend land als Nederland zou geen enkele jongere op straat moeten leven of noodgedwongen steeds op wisselende plekken moeten verblijven.

Nog één, om het af te leren. De volgende kop:

Blijkens het artikel gaat het erom dat sommige scholieren noodzakelijkerwijs thuiszitten. De auteur vindt dit echter een ongewenste situatie. Hij vindt dat het niet nodig zou moeten zijn dat mensen moeten thuiszitten. Het moet niet dat scholieren moeten thuiszitten. De kop zou dus eigenlijk moeten zeggen Thuiszitten zou niet moeten hoeven.

Het feit dat al deze zinnen met zou(den) in de irrealis staan, lijkt relevant. Ik geloof dat je niet zo snel zou tegenkomen (met de bedoelde betekenis):

  • Zulke opleidingen hoeven niet iedere dag te vechten voor hun bestaan. (in plaats van: Zulke opleidingen moeten niet iedere dag moeten vechten voor hun bestaan).
  • Over het vanzelfsprekende hoeft niet te worden onderhandeld. (In plaats van: over het vanzelfsprekende moet je niet hoeven te onderhandelen.)
  • Thuiszitten hoeft niet. (In plaats van: Thuiszitten moet niet hoeven.)

Dat ondersteunt de hypothese dat het hier gaat om een soort overmaat aan modaliteit, mensen kunnen dat niet meer aan. Vandaar dat zelfs getrainde syntactici niet zien dat er iets niet helemaal klopt aan de minister. Tenzij dat komt doordat ze te druk bezig zijn met moeten vechten voor hun bestaan, terwijl dat niet hoeft.

Met dank aan Auke Leistra, Hans. Broekhuis, Gertjan Postma en Ton van der Wouden.
Afbeelding: CoLanguage.Com