Opnieuw Robert

Door Marc van Oostendorp

Hoe zit het nu met Robert? Vorige week schreef ik daar hier een stukje over, maar volkomen ten onrechte vergat ik daarbij de historische taalkunde. Gelukkig wees Cor van Bree, de mens geworden historische taalkunde van het Nederlands daarop, met een verwijzing zelfs naar de relevante paragraaf in zijn meesterlijke Leerboek voor de historische grammatica.

Het Nederlands heeft historisch gezien geen b’s na lange klinkers.

Arbeid

Woorden die in bijvoorbeeld het Duits een b hebben (leben, rauben, oben, weben) hebben in het Nederlands ooit een v gekregen. Hetzelfde is trouwens gebeurd na r en l (erben, halbe) Dat is een heel begrijpelijke verandering, de v maak je net als de b met je lippen waarbij je je stembanden laat trillen, alleen laat je tijdens de uitspraak van de v al wat lucht uit je mond ontsnappen zodat je die klank anders dan de b (die gekarakteriseerd wordt door een eenmalige explosie) die klank wat makkelijker kunt aanhouden. Tussen allemaal klanken die je ook al kunt aanhouden, zoals klinkers, r en l, heeft dat kennelijk de voorkeur.

Het Nederlands heeft later, vooral uit het Frans, nog wel wat woorden geleend die in het gaatje passen, zoals jubel en kabel, maar dat is niet genoeg om het gevoel weg te nemen dat Robert met een lange o niet echt Nederlands aanvoelt.

Het eigenaardige is dan nog dat Roberta bij mijn weten wel makkelijker met een o wordt uitgesproken. Dat heeft misschien te maken met het feit dat de b daar in een beklemtoonde lettergreep staat – net als in arbeid, een woord dat Van Bree noemt als een voorbeeld van een Germaans woord dat ook altijd die b behouden heeft. Kennelijk dragen we die lange geschiedenis nog steeds met ons mee in het taalgevoel.

Foto: Robèrt van Beckhoven; Voor zoete koek