’n Boek is oprecht en ’n mensch niet

De Multatulileescursus (67)

– We zijn met dit deel 20 van de Volledige Werken toch wel echt in de periode Hans van den Bergh en Berry Dongelmans beland, die de redactie hadden overgenomen na de dood van Stuiveling.

– Huh?

– Waar de eerste geen kwaad woord over Multatuli kon horen en er bij ieder conflict voetstoots van uit leek te gaan dat Douwes Dekker gelijk had, permitteert Van den Bergh zich regelmatig een wat minder eerbiedige opmerking. Hij durft de beroemde schrijver zelfs ‘wereldvreemd’ te noemen en uit te leggen hoe het écht zit:

Mathilde Opdecoul had inmiddels aan Haspels voorgesteld, als blijk van bewondering de prijs der toegangsbiljetten [voor voordrachten van Multatuli] te verhogen tot f 10 of f20,-. In een reaktie aan Mimi van 11 januari toont Multatuli zijn wereldvreemdheid op dit punt. Wie hem eer wil bewijzen, meent hij, zou immers een veelvoud aan plaatsen kunnen kopen; blijkbaar realiseert hij zich niet dat een groot aantal stoelen onbezet zou blijven indien weldoeners inderdaad zo’n gebaar maakten, terwijl men wellicht potentieel publiek zou moeten afwijzen dat hetzelfde bedrag had neergeteld als het werd toegelaten.

– Ja, dat zijn de jaren tachtig, he, zo gaan we inmiddels met de grote schrijvers om: ironisch. Natuurlijk was Multatuli een belangrijk schrijver, maar dat wil niet zeggen dat we zijn feilen niet zien, en zelfs voortdurend vertederd op dat feilen wijzen.

– Ondertussen laat Multatuli zelf zich in dit deel dan ook van zijn pedantste kant zien. Hij ontdekt knobbeltjes bij zijn borst en gaat er meteen vanuit dat het kanker is.

– Ja, leuk! Een dokter wil hij niet raadplegen, want die zegt toch niet de waarheid.

En dat ik meer op eigen nasporing vertrouw dan op ’t zeggen van ’n dokter is omdat ’n boek oprecht is en ’n mensch niet.

– En dan is er natuurlijk de idiote affaire waarin er in Den Haag een moord wordt gepleegd en Douwes Dekker zonder enige rationele reden denkt dat die door zijn zoon is gepleegd. Ja, de moord heeft volgens hem iets ‘italiaans’, dat is eigenlijk de enige reden dat hij zijn zoon verdenkt, want die is immers in Italië opgegroeid. Douwes Dekker reist onmiddellijk af naar Den Haag om zijn zoon aan te geven. En zelfs als dan blijkt dat de echte moordenaar allang bekend heeft, gelooft hij het maar half:

Was ’t nu door voorbeschikking tot miszien… dit weet ik niet, maar zeker is ’t dat ik by ’t vernemen van den moord te ‘sHage terstond aan hem dacht! Verbeeld U myn toestand gedurende die presumtie. En toen ’t facsimile van den brief my onder de oogen kwam meende ik daarin zyn (verdraaide) hand te herkennen! Dat was verleden Zondag. Oogenblikkelyk schreef ik aan den Off. v. Justitie te ‘sHage dat ik daar komen zou. En dit heb ik gedaan. De gang was zwaar! Maar ik meende dat het m’n plicht was. Ofschoon die heer my gerust stelde (een ander heeft bēkend dien vervloekten brief geschreven te hebben) ben ik nog niet gerust. De geheele zaak is italiaansch.

– Ook Mimi zou ineens overtuigd zijn geweest dat Edu het gedaan had toen ze het handschrift van de brief zag:

– Terwijl het handschrift van Edu zelf ook afgedrukt staat in dit deel:

– Ja, op zulke momenten kun je toch ook niet anders dan ervan overtuigd zijn dat we in deze grote schrijver te maken hebben met een krankzinnige?

– Vermakelijk vind ik ook hoe hij zich bemoeit met een correspondentieschaakpartij die hij voor Mimi organiseert voor een periode dat hij weer eens door Nederland reist met zijn causerieën. Van den Bergh interpreteert dat nog gunstig: eindelijk lijkt hij zich een beetje te kunnen verplaatsen in het feit dat Mimi zich gaat vervelen….

– … met haar pas geadopteerde zoontje!…

– … gaat vervelen. Maar als je de brief leest waarbij hij die partij op touw zet, blijkt hij in ieder geval alvast de eerste zet voor beide spelers te hebben vastgelegd:

Om maar terstond te beginnen stel ik dat gy witte stukken en den zet hebt. Uw eerste houd ik voor: Koningspion twee schreden.
1) E2 – E4
Haar antwoord is
1) E7 – E5
Ze wacht dus uw tweeden zet pr briefkaart.’

– Misschien had Mimi die zet al tegen haar man gezegd?

– Nee, hij was bezig dit achter haar rug om te organiseren. Waarom dan niet meteen de hele partij alvast uitgeschreven, vraag je je af.

– Ondertussen schrijft Mimi een ontroerende brief aan haar zoontje Wouter, voor later, als hij volwassen is en wil weten hoe de overgang is gegaan:

Myn lieve beste jongen. Je bent nu nog myn ‘pneu’ ‘papa’s lieve jongen en mama’s zoete hart’ zooals je je zelf noemt, en op ’t oogenblik ben je bezig booten te maken van je tafeltje en de lâ van je tafeltje en de deksel van myn naaimachine, die bindt je aan elkaer, en dan ben jy beurt om beurt de schipper of de conducteur, en we kunnen je geen grooter dienst doen dan in je boot plaats te nemen en ons te laten brengen n[aa]r Wiesbaden, Amsterdam of Rudesheim, om ’t even. De paarden worden ook voorgespannen en als we plaats nemen geef je ons een billet en ook ’t geld voor ’t billet (kleine stukjes papier) ontvangen we van jou. Och je spel is nog zoo jong, je bent ook nog geen 4 jaar en terwyl ik je nu zoo zie spelen is ’t me zonderling te moede aan je te schryven, tegen den tyd dat je volwassen zult zyn, althans groot genoeg om te begrypen wat ik je zeggen wil.

– Ja, zulke kleine inkijkjes in het intieme dagelijks leven van 150 jaar geleden geven altijd een extra dimensie.

– Multatuli geeft er zelf ook één, als hij in een hotel verblijft waar hij ooit eerder is geweest:

Verbeelje reeds voor 54, 52 of 50 jaar heb ik in dit zelfde logement met m’n moeder gelogeerd. Misschien in deze zelfde kamer! Ik herinner me nog wat ’n man die als dokter voer op ’n koopvaardyschip, van Japan vertelde. En hoe ’n paar zeeofficieren billard speelden. En hoe voornaam ik dit vond. En hoe gek ik ’t vond (op de ‘barge’) dat ’n overste van de marine tot den hofmeester zei: ‘Geef hier de sla, jy hebt er geen gezicht na om sla aantemaken.’ Ik begreep ’t verband niet tusschen gezicht en sla aanmaken!

– Ja, dat doet je beseffen dat Multatuli 200 jaar geleden ook een klein jongetje was met kleinejongetjesgedachten.

– En 150 jaar later een man die zich die gedachten met verwondering herinnerde.

– Mensen, er is een nieuw nummer binnen van het Multatuli-Jaarboek! Zullen we dat volgende week bespreken!

– Prachtig idee!

Foto: Edu Douwes Dekker, Het Geheugen van Nederland