Is er juridisch iets te doen tegen het taalbeleid van de Universiteit Twente?

Door Henk Wolf

Tot nu toe was het protest tegen de verengelsing van Nederlandse universiteiten vooral gericht tegen het gebruik van het Engels als voertaal in het onderwijs. De organisatie Beter Onderwijs Nederland heeft geprobeerd daar via de rechter een einde aan te maken. Dat deed ze met de aanklacht dat Engels als voertaal bij de studie pyschologie aan de universiteiten van Twente en Maastricht een overtreding zou zijn van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Die wet schrijft het Nederlands als onderwijstaal voor, maar laat ruimte voor uitzonderingen. De rechter vond dat BON niet voldoende aannemelijk had gemaakt dat de betreffende studies geen uitzondering konden zijn.

De Universiteit Twente schrijft haar medewerkers sinds kort voor bij alle formele interne communicatie de Engelse taal te gebruiken. Daarmee gaat ze een stap verder dan andere universiteiten. Ook allerlei vergaderingen van docenten, opleidingscommissies, examencommissies en verder alle interne mails moeten Engelstalig zijn.

Het zou misschien de moeite lonen om te kijken of daar iets aan te doen is door een ander juridisch pad te bewandelen, namelijk dat van de openbaarheid van bestuur.

Dat is mogelijk op basis van drie principes:

1. informatie van Nederlandse bestuursorganen moet openbaar zijn;
2. universiteiten gelden in Nederland als bestuursorganen;
3. openbaarheid veronderstelt voor de Nederlandse wet Nederlandstaligheid.

Hieronder licht ik elk van die principes kort toe:

1. Informatie van Nederlandse bestuursorganen moet openbaar zijn

De openbaarheid van Nederlandse bestuursorganen heeft een wettelijke basis in de  Wet openbaarheid van bestuur. In het belang van transparantie heeft iedereen het recht om na te gaan wat de overheid doet. Dat recht kan worden uitgeoefend door beleidsinformatie bij bestuursorganen op te vragen. Een direct persoonlijk belang bij de informatie hoeft de aanvrager niet aannemelijk te maken of zelfs maar te hebben. Het bestuursorgaan is verplicht het informatieverzoek binnen vier weken (of in uitzonderingsgevallen binnen acht weken) in te willigen.

2. Universiteiten gelden in Nederland als bestuursorganen

Universiteiten zijn geen onderdeel van de bestuurlijke hiërarchie in Nederland, maar in veel opzichten worden ze wel als overheid beschouwd. Tot voor kort werden arbeidsconflicten binnen openbare universiteiten zelfs door de bestuursrechter afgehandeld. Universiteiten horen ook bij de bestuursorganen die krachtens de Wet openbaarheid van bestuur tot transparantie over bestuurlijke aangelegenheden verplicht zijn. Voor meer informatie daarover, zie hier en hier.

Daar komt bij dat een heleboel organen van universiteiten verplicht zijn hun vergaderingen openbaar te houden. Opleidingscommissies zijn daar een voorbeeld van. In de praktijk komt er bijna nooit een buitenstaander, maar dat neemt niet weg dat er een plicht tot openbaarheid bestaat – en die plicht is niet beperkt tot studenten en medewerkers van de universiteit.

3. Openbaarheid veronderstelt voor de Nederlandse wet Nederlandstaligheid

Nederlandse bestuursorganen en de onder hun verantwoordelijkheid werkzame personen zijn in beginsel verplicht de Nederlandse taal te gebruiken. Dat is een voorschrift uit de Algemene wet bestuursrecht. Uitzonderingen zijn alleen mogelijk:

1. bij wettelijk voorschrift, of:
2. als het gebruik van een andere taal doelmatiger is en tegelijk de belangen van derden niet onevenredig schaadt.

De enige taal waarvoor op grond van een wettelijk voorschrift een systematische uitzondering op de Nederlandstaligheid van het openbaar bestuur wordt gemaakt, is het Fries. Dat wettelijke voorschrift is de Wet gebruik Friese taal. Die uitzondering is heel beperkt: als iemand het Fries niet verstaat en verzoekt om het Nederlands te gebruiken, dan moeten bestuursorganen aan dat verzoek gehoor geven. Verder zijn ze op verzoek verplicht om Nederlandse vertalingen van Friese stukken te leveren en moeten alle stukken van enig belang naast in het Fries ook in het Nederlands worden opgesteld. Voor die zeer beperkte ruimte om het Fries naast het Nederlands te gebruiken zijn blijkbaar al wetsartikelen nodig.  

De genoemde taalwetgeving houdt dus rekening met persoonlijke belangen en met de wensen van de Friese beweging, maar het beginsel van de Nederlandstaligheid van het openbaar bestuur blijft overeind en lijkt voornamelijk het openbare karakter van dat bestuur te dienen.

Dat openbaarheid Nederlandstaligheid vereist, volgt ook uit het zogenaamde AETR-arrest van de Hoge Raad uit 1997. Een paar beroepschauffeurs die ervan werden beschuldigd de verplichte rusttijd niet in acht te hebben genomen, werden vrijgesproken omdat de betreffende wet niet in het Nederlands was opgesteld en dat zou voor de noodzakelijke openbaarheid van het recht wel noodzakelijk zijn. In hetzelfde arrest werd ook bevestigd dat vanwege de openbaarheid rechtszittingen in het Nederlands moeten plaatsvinden.

Op de Nederlandstaligheid van het recht zijn een paar uitzonderingswetten gemaakt, die ook enkele specifieke Engelstalige internationale verdragen kracht van (straf)wet geven. In de memorie van toelichting bij het voorafgaande wetsvoorstel wordt nog eens bevestigd dat de regeling een uitzondering is en dat openbaarheid in principe Nederlandstaligheid vereist.

Het taalbeleid van de Universiteit Twente

Nu de Universiteit Twente heeft besloten alle formele communicatie in het Engels te laten verlopen, tot verslagen van vergaderingen aan toe, wijkt ze af van het voorschrift om Nederlands te gebruiken. Van de eerste uitzondering – een wettelijk voorschrift zoals de Wet gebruik Friese taal – is daarbij geen sprake. Mogelijk beroept de universiteit zich op de tweede uitzondering op de verplichte Nederlandstaligheid van het bestuur, namelijk die waarbij het gebruik van een andere taal doelmatiger is en de belangen van derden niet onevenredig worden geschaad.

Die doelmatigheid is misschien wel te verdedigen, maar de belangen van derden zijn al snel geschaad. De Wet openbaarheid van bestuur geeft namelijk aan iedereen het recht om besluiten van organen binnen de Universiteit Twente in te zien. Het daaraan ten grondslag liggende principe van openbaarheid van bestuur is volgens de wet gekoppeld aan Nederlandstaligheid.

Dat kan een aanknopingspunt zijn om juridisch bezwaar te maken tegen in het Engels gevoerde vergaderingen en in het Engels opgestelde stukken binnen de Universiteit Twente.

Mogelijke acties

Het opvragen van agenda’s van vergaderingen van opleidingscommissies van de Universiteit Twente en het bijwonen van hun vergaderingen zou een actie kunnen zijn. Zijn de stukken niet in het Nederlands of vinden de vergaderingen niet in het Nederlands plaats, dan is de gang naar de bestuursrechter een mogelijkheid.

Verder zijn ook universiteiten verplicht alle verzoeken om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur binnen vier weken af te handelen (met in uitzonderlijke gevallen de mogelijkheid van verlenging tot acht weken). Komen de opgevraagde stukken te laat of blijken ze door de gebruikte taal niet openbaar te zijn, dan is wellicht ook de stap naar de bestuursrechter mogelijk.

Waarom vind ik dit belangrijk? Niet omdat ik universiteiten met extra werk wil opzadelen, verre van. Maar het nieuwe taalbeleid van de Universiteit Twente degradeert het Nederlands in Nederland van de ongemarkeerde algemene omgangstaal tot een etnische taal. En als één universiteit daarmee begint, kunnen de andere volgen. Die degradatie van het Nederlands intra muros wil ik keren.

Met dank aan Frank de Boer voor zijn vakkundig
juridisch commentaar op een eerdere versie van dit
stuk. Alle eventuele onjuistheden en slordigheden
zijn volledig voor mijn eigen rekening – HW.

Foto: Bayke de Vries (Wikimedia Commons CC BY-SA 4.0)