Hoe het schoolvak Nederlands in 2020 eindelijk gaat veranderen

Door Marc van Oostendorp

Er zijn allerlei redenen waarom mensen het schoolvak Nederlands willen veranderen.

Sommige mensen willen sowieso ieder schoolvak altijd veranderen, bijvoorbeeld omdat ze denken dat de jaren twintig van de eenentwintigste eeuw natuurlijk radicaal ander onderwijs vergen dan de jaren tien.

Anderen maken zich zorgen om het taalniveau van de leerlingen die de middelbare school verlaten. Of over het feit dat ze nog nooit van W.F. Hermans gehoord blijken te hebben. Of dat ze geen Nederlands meer willen studeren aan de universiteit. En dan zijn er nog de mensen die zien dat het vak van leraar Nederlands er ook niet beter op wordt met de miljoenen eisen die er worden gesteld en de weinige middelen die er worden geboden.

Als er maar genoeg mensen vinden dat iets moet veranderen, gebeurt er misschien wel wat – hoe divers de motieven van die mensen ook zijn.

Het heeft er alle schijn van dat we nu op een dergelijk punt in de tijd zijn aanbeland. Iedereen wil dat er iets verandert: leraren, politici, ambtenaren, hoogleraren. Ze hebben misschien allemaal een ander motief, maar dat het zo niet langer kan, daar zijn ze het in ieder geval over eens.

Dit jaar werden er in Nederland aan de minister al twee belangrijke rapporten aangeboden. Het eerste was Curriculum.nu, dat bestond uit teams van docenten die in opdracht van het ministerie van onderwijs het hele onderwijs – van groep 1 tot en met 6 vwo – doorlichtte. Het tweede was van de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen (KNAW), die gevraagd was een diagnose te stellen voor de vraag waarom de universitaire opleidingen Nederlandse Taal en Cultuur zo’n terugval zagen in de studentenaantallen en die een groot probleem zag in het middelbaar onderwijs.

Uit de bouwstenen van die adviezen, en waarschijnlijk nog een heleboel meer, zal nu binnenkort een nieuwe invulling voor het schoolvak Nederlands worden opgebouwd. Hoe dat precies gaat gebeuren, weet nog niemand.

Curriculum.nu is in de media regelmatig zeer hard bekritiseerd, maar meestal betrof dit andere vakken dan Nederlands. De teams hadden het hoe dan ook niet gemakkelijk: ze bestonden zoals gezegd uit docenten en een enkele schoolleider, die een beperkt aantal dagen waren vrijgesteld om gezamelijk een overkoepelende visie over het hele vak samen te stellen. Ze werden daarbij terzijde gestaan door een aantal deskundigen, onder andere van SLO (de Stichting Leerplanontwikkeling), maar dat stond natuurlijk niet tegenover de absurde omvang van de taak.

Dat er bij Nederlands geen gekrakeel ontstond, had geloof ik te maken met het feit dat iedereen wel aanvoelde dat er inderdaad iets moest gebeuren, en dat grote ruzies alleen maar zouden leiden tot mogelijke vertraging.

Het ontwikkelteam Nederlands kwam bovendien met een mooi pakket aan ‘grote opdrachten’ voor het schoolvak, die er op neer kwamen dat leerlingen mondige, goed geïnformeerde, verstandige taalgebruikers moesten worden en dat grondige kennis van taal en letterkunde op alle niveaus daarbij kan helpen. De ‘grote opdrachten’ – een term die gelukkig niet door de ontwikkelteams is verzonnen, maar door iemand die vast heel hoog is bij het ministerie – zijn daarbij ook algemeen genoeg om op allerlei manieren te kunnen worden geïnterpreteerd.

Allerlei belangrijke organisaties hebben zich dan ook lovend uitgelaten over de plannen die Curriculum.nu met het schoolvak had, van lerarenvereniging Levende Talen tot en met de overheidsorganisatie de Nederlandse Taalunie.

Het zal dus nog wel aankomen op de vraag hoe die algemene mooie woorden precies gaan worden ingevuld. Daar komt nog bij dat het docententeam voor Nederlands heeft besloten zich uiteindelijk uit tijdgebrek te beperken tot het primair onderwijs en de onderbouw van de middelbare school.

Er kan dus nog van alles veranderen. In het politieke jargon heet het ook dat Curriculum.nu ‘voortbouwt’ op de door ongeveer iedereen rampzalig geachte plannen Onderwijs 2032 van de commissie Schnabel. En dat schijnt te betekenen dat niemand meer naar die oorspronkelijke plannen omkijkt.

Ook de aanbevelingen van de KNAW-commissie zijn algemeen. Zij constateert dat het schoolvak door leerlingen weinig uitdagend wordt gevonden en zelfs saai en stelt vooral voor daar wat aan te doen door meer samenwerking tussen universitaire neerlandici en de school. Zij richt zich daarmee dus primair (zij het niet uitsluitend) op juist de bovenbouw, maar tot heel concrete plannen komt het niet.

Eén min of meer concreet puntje wil ik er wel uitlichten omdat ik hoop dat het ervan komt: dat universitaire neerlandici, vakdidactici en leraren samen de opdracht zouden krijgen om een open access-methode voor het hele middelbare onderwijs op te zetten. Naar mijn overtuiging zit een van de grote conservatieve kranten op dit moment bij de uitgevers van de lesmethoden, die geen enkele zin hebben in dure en ingrijpende wijzigingen en waarvan de marktleider, Noordhoff, een gigantische greep op de markt heeft.

Een open access-methode zou gratis op het internet kunnen worden gezet. Uitgevers die er brood in zagen zouden toestemming moeten krijgen om een en ander dan ook nog op glanspapier en met mooie plaatjes af te drukken. De methode zou kunnen laten zien hoe mooi en inspirerend en uitdagend het vak kon zijn. Er zijn naar mijn indruk genoeg mensen met een warm hart voor het vak Nederlands om dat samen tot een succes te kunnen maken.

Maar over wat er in die methode zou moeten staan, zwijgt ook de KNAW-commissie. Toch zijn daar gelukkig ook her en der al plannen over ontwikkeld, al hebben die nog niet de status van adviezen aan de minister gekregen. (En misschien hoeft de minister over dat onderwerp ook niet geadviseerd te worden.) Te denken valt aan plannen van Levende Talen en van het zogeheten Meesterschapsteam, waarin al een aantal jaren vakdidactici en inhoudelijk experts nauw samenwerken om het academisch onderzoek dichter bij het middelbaar onderwijs te brengen.

Vermoedelijk zal het woord nu eerst zijn aan een speciale commissie die de huidige plannen omzet in concrete nieuwe eindtermen, en zullen er daarna allerlei mensen aan de slag moeten. Het zal nog niet meevallen want als een en ander concreter wordt, ligt onenigheid misschien alsnog op de loer. Maar als iedereen blijft zien dat het zo niet kan, zal het schoolvak Nederlands vanaf 2020 hopelijk eindelijk veranderen.

Dit stuk verscheen eerder in VakTaal.
Foto: Kai Stachowiak, Public Domain Pictures