‘Die oude Jood met zijn hooge slaapmuts op’ (1849)

Jeugdverhalen over joden (66)


Voor hij zijn mantel heeft uitgedaan wordt Sinterklaas vanwege zijn baard aangezien voor een ‘smous’. Illustratie uit Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849).

Door Ewoud Sanders

Auteur: Cornelis van Schaick (1808-1874)

Kennelijk werden volle, lange baarden lange tijd geassocieerd met joden. Dat kon tot pijnlijke misverstanden leiden. Het boek Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849) van Cornelis van Schaick (1808-1874) bevat een verhaal over de jonge freule Jeannette de Wit. Ondanks herhaalde waarschuwingen van haar moeder blijft dit meisje zich onuitstaanbaar gedragen: ze is hooghartig, trots en buitengewoon zelfingenomen.

         Op pakjesavond heeft vader een verrassing voor de familie De Wit. ‘Papa trad met iemand binnen, dien zij nog nooit gezien had en door ieder der aanwezigen, met de uiterste beleefdheid ontvangen werd.’ Het gaat om een man, gehuld in een grote grijze mantel, met een lange witte baard. ‘O foei!’, roept Jeannette als zij de man ziet, ‘moet die smous hier wezen?’

         Maar zodra de man zijn mantel uitdoet, wordt zijn ‘prachtige bisschops kleeding’ zichtbaar. Het is Sinterklaas, die deze familie voor het eerst bezoekt.

         Overigens komt de Sint niet alleen cadeaus brengen, hij komt ook iemand halen. Na een gesprek met Jeannette gooit hij zijn grote mantel over haar heen en rijdt ‘spoorslags’ met het meisje de stad uit. Buiten de poort zet hij haar in een rijtuig met de boodschap: ‘Als gij verbeterd zijt, ziet gij uwe familie misschien weder!’ De komende drie jaar zal Jeannette op een kostschool doorbrengen.

In een ander verhaal uit dezelfde bundel roept de baard van Sinterklaas vergelijkbare associaties op. Tegen zijn kleine zusje zegt Henri stoer dat hij niet op cadeaus van Sinterklaas zit te wachten. ‘Laat die oude lelijkert met zijn sik, alles maar houden.’ En daarna: ‘Die oude Jood met zijn hooge slaapmuts op! … hij zal er van lusten. Wacht maar! Ik heb ’t nog niet vergeten, dat hij mij, verleden jaar, in zijn zak wou stoppen en meênemen naar Spanje.’

         Later die avond laat Henri de Sint – die is uitgedost met zijn gebruikelijke lange, witte baard – struikelen over een touw. Henri’s vader, een militair, straft zijn zoon met veertien dagen opsluiting op water en brood.


Henri laat de ‘oude Jood met zijn hooge slaapmuts op’ struikelen. Illustratie uit Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd (1849).

Voor zover bekend is Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd het eerste kinderboek waarin Sinterklaas zelf wordt afgebeeld en waarin hij uitvoerig als personage aan bod komt. In oudere sinterklaasuitgaven wordt het sinterklaasfeest slechts gebruikt als aanleiding om een kind in proza of poëzie te prijzen of te berispen. Het boek van Cornelis van Schaick, toen gemeentepredikant in Dwingeloo in Drenthe, gaat voornamelijk over ondeugende kinderen. Sint Nikolaas-vertellingen voor de jeugd is voor zover bekend ook de vroegste bron voor het dreigement dat de kleine Henri zo boos heeft gemaakt: dat de Sint hem ‘in zijn zak wou stoppen en meênemen naar Spanje.

         Dit laatste kan voor de kleine Henri mede aanleiding zijn geweest om de Sint te omschrijven als ‘die oude Jood’. Tot ver in de twintigste eeuw was het gebruikelijk om ongehoorzame kinderen schrik aan te jagen met het dreigement dat ze zouden worden meegegeven aan de boze jood, een man met een zak die bijvoorbeeld oude kleding of lompen kwam halen.