De porseleinkast

Foute boeken? Uit de kast (7)

Door Nico Keuning

De grenzen tussen fictie en werkelijkheid zijn niet altijd duidelijk. Het wordt nog complexer als het gaat om gepubliceerde faxen van schrijfster Nicolien Mizee: ‘Faxen aan Ger’, die inmiddels in drie delen zijn verschenen, telkens onder een andere titel. ‘Faxen aan Ger 2’ zijn gebundeld in De porseleinkast (2018). De moeder, Clara Mizee-Andriessen (81), spande een kort geding aan tegen haar dochter Nicolien. De moeder voelde zich ‘diep gekwetst’ door het boek en wilde dat het boek uit de handel werd genomen. Haar eis werd afgewezen. Een van de argumenten van de voorzieningenrechter betrof de schrijfstijl van de auteur: ‘Gezien het literaire karakter van het boek en gezien de schrijfstijl van de auteur zal de gemiddelde hedendaagse lezer begrijpen dat niet ieder in het boek gepresenteerd feit ook daadwerkelijk zo hoeft te zijn gebeurd.’ De feiten zijn ‘op een literaire wijze (…) ingekleurd met haar verbeelding en emoties,’ aldus de rechter. Het werk ‘bevat dus niet de waarheid, maar haar waarheid.’

Ger is in werkelijkheid Ger Beukenkamp. Mizee leerde hem kennen toen zij in de jaren ’90 bij hem een cursus scenario- en toneelschrijven volgde. Ger is levensecht. Mizee is dol op hem. Bij het schrijven van de faxen ontleent zij inspiratie aan zijn zwijgzaamheid, al gaan ze wel eens samen uit eten. Maar hij reageert nooit op haar faxen, die handelen over haar leven, familie, vrienden, artsen en instellingen. Zij spaart zichzelf daarbij absoluut niet. In de toon en de overdrijving worden ervaringen grotesk, absurdistisch en komisch.

‘De zaak draait om een zevental passages in het boek, waarin Mizee herinneringen ophaalt aan haar moeder en enkele negatieve ervaringen over haar deelt,’ aldus Meyke Rietveld in Media Report (18 oktober 2018). De moeder van Mizee voerde tevens als argument aan dat bepaalde passages bovendien feitelijk onjuist zijn.’ De passages worden niet geciteerd, maar na lezing van De porseleinkast is het niet moeilijk om er citaten uit te plukken die de moeder waarschijnlijk als kwetsend heeft ervaren. Ik beperk me tot enkele typeringen.

Tegen de helft van het boek, op pagina 193 brengt Mizee haar karakter ter sprake in de verhouding ‘nurture’ en ‘nature’ als ze weer gelukkig moet zijn ‘met iets waar ik niks aan vind’: ‘Nu moet ik zeggen dat mijn opvoeding het er niet makkelijker op heeft gemaakt. Het enig streven van mijn moeder is namelijk lief en aardig gevonden te worden en zo heeft ze ons ook opgevoed. Ook nu nog kijkt ze nooit naar wie ik ben, maar uitsluitend naar wat andere mensen van me vinden. Misschien is het moeilijk van jezelf te houden als je het gevoel hebt dat je moeder niet van je houdt, ik weet het niet.’

De ‘ik’ is zich er pas sinds kort van bewust dat de opmerkingen van de moeder ‘over lesbische vrouwen, mensen die niet werken en ga zo maar door, geen onhandigheden zijn, maar een doelbewust kleineren, altijd maar door. Het is moeilijk te bevatten dat je eigen moeder werkelijk niets van je moet hebben, dat ze misschien van je gehouden heeft toen je in je wiegje lag, maar dat ze een afkeer heeft van alles wat jou jezelf maakt.’
Op pagina 387 komt Mizee terug op de opvoeding: ‘Pas nu zie ik met ontzetting met hoeveel hardheid en raffinement ze getracht heeft ons naar haar hand te zetten, ’t is inderdaad zoiets als een sekte, waar je gehersenspoeld wordt. Ook nu, op mijn drieëndertigste jaar, is het me bijna onmogelijk na te denken over wat ik zelf wil.’
Mizee vond het ‘verschrikkelijk’ dat haar moeder naar de rechter stapte. ‘Dit is een nachtmerrie, zowel voor mijn moeder als mij,’ citeerde Sander Becker de auteur in Trouw (8 oktober 2018). Ze week niet voor de aanklacht en staat nog volledig achter het boek.
Dat de dagboekvorm van het boek bij de gemiddelde lezer de indruk wekt op feiten te zijn gebaseerd, doet niets af aan het oordeel van de rechter dat deze feiten literair worden ingekleurd tot de waarheid van de auteur. De ‘moeder’, zegt de rechter impliciet, is niet de moeder Clara Mizee-Andriessen. Zij wordt in het boek nergens bij naam genoemd, in tegenstelling tot vele familieleden, vrienden en personen uit de literatuur. In ‘Paul W.’ is Paul Witteman te herkennen en in ‘Geerten M.’ Geerten Meijsing. Maar zij zijn getekend met de pen van de auteur.

En alleen voornamen? Leiden die tot problemen? Han, Jochem, Kees, Piet, Ank, Fits, Charlie, Armgard, Louise, Emma, Geurt, Frits, Fiep? Dat kan natuurlijk iedereen zijn. Bovendien geldt ook hier de wet van de verbeelding. In een van de faxen aan Ger schrijft Mizee over ‘Sybren’: ‘Zoals ik je al vertelde, is Sybren al verschillende keren over het schrijven begonnen, “Ik wurg je als je ook maar één woord over mij of mijn familie schrijft, Clien, ik wurg je!”’, waarop nog een passage volgt ‘met zijn geschreeuw’. Zo’n vervolg wordt tegen het licht van de gewonnen rechtszaak alleen maar grappiger.

Al in 2004 verscheen Toen kwam moeder met een mes, waarin de moeder terugkeert uit de ‘inrichting Vogelenzang’. In dit boek ‘vertelt de 28-jarige Ida over het verstikkende gezin waarin ze opgroeit en hoe ze als kind door allerlei dwangneurotische en zelf aangeleerde religieuze handelingen vat probeert te krijgen op de onbegrijpelijke wereld om zich heen,’ schreef Katja de Bruin in de VPRO Gids (5 april 2004). ‘Dat klinkt zwaar op de hand, maar Nicolien Mizee maakte er een droog-hilarisch verhaal van, waarin tal van bizarre familieleden opdraven. De schrijfster kon wederom putten uit eigen ervaring, want haar moeder stamt uit de bekende Haarlemse familie Andriessen die onder meer componisten en schilders voortbracht.’

Aan het eind van het boek komt de moeder met een ‘broodzaag’ het huis uit en ze prikt ermee in de trui van dochter Ida. De moeder wordt door twee agenten in een politiewagen afgevoerd en teruggebracht naar Vogelenzang. De vader heeft ook zijn eigen waarheid, zo blijkt uit De porseleinkast: ‘“Jullie moeder is een heilige,” zei mijn vader als ze haar koekje doormidden brak en mij en An de helft gaf. “Weten jullie wat een heilige is? Iemand die zich opoffert voor een ander.’

Onlangs verscheen Allesverpletterende, ‘Faxen aan Ger 3’.