Verschenen: Tiecelijn 32, over hybride helden en Roa en Reynaertbanken

De nieuwe Tiecelijn is klaar. We nemen de kaap van 9000 pagina’s vossenstudie sinds het prille begin in de zomer van 1988. Op zondag 17 november wordt in de Bib van Sint-Niklaas (Hendrik Heymanplein 3) het twaalfde jaarboek van het Reynaertgenootschap voorgesteld. Gastspreker is Niels Schalley, verbonden aan de Phoebus Foundation. Zijn lezing handelt over ‘Kreupele bisschoppen, geuzenemblemen en lepralijders. Vossenstaartenproblematiek in de schilderkunst van de Zuidelijke Nederlanden (circa 1550-1600)’. Meteen ook de titel van zijn bijdrage in het jaarboek.

Tiecelijn 32 telt 350 pagina’s en  is prachtig geïllustreerd. De illustraties vormen een rode draad doorheen het boek, maar ook de Wase polders en de Waaslandhaven (o.a. in de analyse van het gelauwerde ‘Dit is mijn hof’ van Chris De Stoop  en de aan- of afwezigheid van de vos komen in meer dan een bijdrage terug. Reynaert is immers een meester in het verdwijnen.

In het artikel over de vos van de wereldbekende Gentse street artist ROA in het Flanders House in New York, 44 hoog, bespreekt Rik Van Daele een Reynaert die er eind 2016 verscheen, maar in 2018 verdween. ROA werkte ook in Doel en Sint-Niklaas. In het mysterieuze Reynaertwerk van Walt d’Aquavilia hebben alle Reynaertpersonages zich in vrouwen vermomd. In 2020 verovert de vos de Universiteit van Bristol en de Bodleian Library Oxford met een ambitieus project dat de Nederlands-Britse betrekkingen illustreert en luistert naar de naam North Sea Crossings. De vos zal na de brexit probleemloos het Kanaal oversteken.

Maar ook de plaatselijke iconografie staat centraal. In het Land van Reynaert staan ca 65 jaar Reynaertbanken, waarvan recent de oorspronkelijke schetsen van de Lokerse kunstschilder Romain Goeters opdoken. De afscheidnemende Lokerse stadsarchivaris Nico Van Campenhout is een van de medeauteurs van een rijk geïllustreerde bijdrage. Langs de Reynaertroute ontwierp Abdon Van Bogaert zijn eigen iconografische, Verrebroekse Reynaertverhaal. En Rossekoppen lieten zich fotograferen in Lochristi.

In het tijdens de Tuindagen 2018 gepresenteerde vossengedicht van de Oost-Vlaamse plattelandsdichter Paul Demets is de rosse vos als een schim aanwezig. De vos was slechts af en toe zichtbaar in het werk van de betreurde mediëvist Paul Verhuyck. Voorzitter Yvan de Maesschalck brengt een passend eerbetoon aan deze eminente Tiecelijnmedewerker.

Tiecelijn bevat ook recensies van het bejubelde Nederlandse Reynaertboek van Koos Meinderts, prachtig geïllustreerd door twintig kunstenaar en van de Vlaamse luister-Reinaert van Het Geluidshuis, het meest verkochte jeugdboek van de Antwerpse boekenbeurs in 2018 (beide door Hilde Reyniers). En ook de Reineke Fuchs-traditie leeft voort, zoals Paul Wackers kundig analyseert.

Dit jaarboek gaat zoals zijn voorgangers breder dan de matière renardienne. Wilt L. Idema (Harvard) vertaalde een Chinese tekst over een wolf; en zijn Leidse collega Paul J. Smith bespreekt de fabel van de raaf en de schorpioen. Leidenaar Hans Rijns presenteerde op het 23ste congres van de International Reynaerd Society (IRS) in Praag in 2019 een tekst over de rol van het woud in de Reynaert- en fabelstof. Hij brengt in het afsluitende deel een verslag van deze tweejaarlijkse hoogmis van de academische Reynaertstudie. In 2021 komt de IRS voor het eerst sinds het allereerste congres in Leuven (1975) naar Vlaanderen. Antwerpen is gaststad, de Universiteit Antwerpen gastheer.  

Wie Reynaert de vos precies is, blijft onderwerp van studie en interpretatie. Theatermaker Benjamin Van Tourhout opent dit jaarboek met de vraag of de vos een monsterlijke held dan wel een engelachtige schurk is. Of is hij een hybride held? Het oordeel is aan de lezer.

De papieren Tiecelijn 32 wordt vanaf 17 november meteen digitaal gratis ter beschikking gesteld op de website van het Reynaertgenootschap