Toekenning MNL-fellowship aan Bart Verheijen

De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde heeft op 8 november 2019 een fellowship toegekend aan Bart Verheijen voor onderzoek naar slavernij en abolitionisme in Nederlands-Indië tussen 1814-1848Een MNL-fellow krijgt een beurs om gedurende twee of drie maanden onderzoek te doen. De beurs is een onkostenvergoeding van 1500 euro per maand met een maximum van 4500 euro.

De jury heeft in deze tweede ronde van 2019 maar liefst elf aanvragen ontvangen. Het onderzoeksproject van Bart Verheijen, getiteld ‘Javaanse genootschappen en abolitionisme, 1814-1848’, wil het debat over slavernij en abolitionisme in Nederlands-Indië tussen 1814-1848 onderzoeken op basis van archiefbronnen van Javaanse genootschappen die zich momenteel bevinden in het nationale archief van Indonesië. Deze bronnen worden bovendien gekoppeld aan bronnen uit het Nationaal Archief in Den Haag, zodat zowel het koloniale als het Nederlandse perspectief in de analyse betrokken kunnen worden.

Wat is een MNL-fellowship?

MNL-fellowships zijn zowel bedoeld voor junior- als voor senioronderzoekers, en liggen op het werkterrein van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, dat wil zeggen de Nederlandse taal- en letterkunde, geschied- en oudheidkunde of de onderlinge samenhang van deze gebieden. MNL-fellowships bieden steun aan onderzoekers met goede en originele onderzoeksideeën, maar zonder de toenemende nadruk op innovatie en valorisering die grotere subsidieverstrekkers veelal kenmerkt. MNL-fellowships zijn mede bedoeld om de continuïteit van het werkterrein van de Maatschappij te garanderen. De Maatschappij der Nederlandse Letterkunde, gevestigd te Leiden, werd in 1766 opgericht als een vereniging van letterkundigen, taalkundigen en historici.

Uit het juryrapport:

‘[…] in de historiografie is verhoudingsgewijs weinig aandacht besteed aan slavernij in Nederlands-Indië gedurende de periode 1814-1848, terwijl dit juist de periode was waarin de Javaanse genootschappen zich hard maakten voor het verbod op slavernij. De commissie vindt dit onderzoek niet alleen inhoudelijk relevant en vernieuwend, maar is bovendien zeer te spreken over de kwaliteit van het voorstel. Helder en systematisch wordt zicht geboden op de onderzoeksstappen die nodig zijn, de archiefstukken die geraadpleegd moeten worden, en de hoeveel tijd en geld die daarvoor nodig is. Het onderzoek zal bovendien concrete resultaten opleveren, in de vorm van zowel een wetenschappelijk artikel als populariserende output – een combinatie die de commissie toejuicht.’

Lees het volledige juryrapport hier

De Commissie van voordracht bestond uit Suzanne Aalberse, Feike Dietz (voorzitter) en Wijnand Mijnhardt.