Streektaal kun je leren!

Bestuur Stichting Nederlandse Dialecten

Op 11 oktober jl. vond de streektaalconferentie van de Stichting Nederlandse Dialecten plaats in Mechelen (B.). Het thema, streektaal kun je leren, draait om vragen zoals: 

  • Als je dialect wilt leren als volwassene, waar kun je dat dan doen? 
  • Hoe belangrijk is streektaal voor anderstaligen zoals nieuwkomers? 
  • Waarom zingen niet-dialectsprekers toch in het dialect? 

Goesting in spreektaal

In de prachtige Keldermanszaal in het centrum van de stad Mechelen werd onder de hoede van voorzitter Veronique De Tier de dag afgetrapt door Sofie Begine. Zij is zelfstandig taaltrainer Nederlands aan anderstaligen en richtte in 2015 Goesting in Taal op. Dat initiatief wil de Vlaamse spreektaal in al zijn variatie toegankelijk maken voor anderstaligen, zodat zij de Vlamingen uit hun omgeving beter kunnen begrijpen, zich meer op hun gemak kunnen voelen en volop kunnen meedraaien in de Vlaamse en Brusselse samenleving. Vanuit haar werkervaring kon Begine goed uiteenzetten hoe je als nieuwkomer die standaardtaal heeft geleerd in situaties verzeild raakt waar de voertaal toch echt anders is. 

Streektalig en meertalig

Daarna lichtte Elma Blom, hoogleraar Taalontwikkeling en Meertaligheid in Gezin en Onderwijs aan de opleiding Pedagogische Wetenschappen bij de Universiteit Utrecht, de cognitieve voordelen van meertaligheid toe. Zij wees op de nog altijd bestaande gedachtegang dat streektaalsprekers in het onderwijs een taalachterstand lijken te hebben en daardoor een leerachterstand oplopen. 

Blom liet zien dat tweetaligen (streektaal en standaardtaal) weliswaar een kleinere woordenschat in de standaardtaal hebben omdat ze iets minder taalaanbod per taal krijgen, maar in beide talen samen is de woordenschat niet kleiner. Uit haar onderzoek blijkt bovendien dat jonge sprekers van het Fries en het Limburgs geen taalachterstand hebben. Ze hebben een cognitief voordeel doordat hun executieve functies (werkgeheugen, aandacht, planning) beter zijn ontwikkeld. Wel maakt zij onderscheid tussen verschillende modi: in een open modus kunnen talen naast elkaar gebruikt worden (Nederlands en Limburgs) maar een competitieve modus vraagt om het onderdrukken van interferentie (Nederlands en Pools) en dat verlangt meer van de executieve functies.

Dialectcoach voor film en tv

Barbara Vanwelden vertelde over haar ervaringen als dialectcoach voor Het Goddelijke Monster (Hans Herbots) en Rundskop (Michaël Roskam). Als spreekster van een West-Vlaams dialect kon ze de acteurs goed instrueren bij het spreken van streektaal. Toch is er wel wat commentaar op het taalgebruik van de acteurs gekomen. Vanwelden pleitte voor een intensiever en langduriger coachingstraject, om zo de finesses van het dialect beter te kunnen aanleren. 

Theater en muziek in het Brussels

Daarna volgde een presentatie van Robert Delathouwer, streektaalfunctionaris bij be.brusseleir, en Geert Dehaes, directeur van be.brusseleir, de Brusselse koepeldialectvereniging, waarvan onder andere het Brussels Volkstejoeter een belangrijk onderdeel vormt. Zij presenteerden TUUB, een project waarin muziek in het Brussels centraal staat. Ook de Brusselse taallessen, die overigens goed bezocht worden door ‘new speakers’, kwamen aan bod.    

Groningse ontwikkelingen

Na de middagpauze vertelde Goffe Jensma (Centrum Groninger Taal en Cultuur en hoogleraar Friese Taal- en Letterkunde) over het ‘Gronings van nu’ en hoe kunst en wetenschap de Groningse streektaal (on)bedoeld beïnvloedt. Hij schetste kort de ontwikkelingen in de Groninger streektalen in de laatste zestig jaar om uit te komen bij de vraag hoe je met deze streektaal het best kunt omgaan in een periode van veranderende – digitale en multimediale – communicatie. Waar dialect en Nederlands zich ooit tot elkaar verhielden als klompen tot schoenen, is dialect een drager van Groningse identiteit geworden en vindt er commodificering van de taal plaats (taaltoerisme). 

Het Gronings heeft ondanks dat het als iedere streektaal verlies van zijn positie als lokale moedertaal kent, wel toekomst omdat het het uitdrukkingsmiddel van een taalgemeenschap blijft. Daarin is geen plaats voor taalpurisme. Jensma stelde diverse projecten voor (Woordwaark, Stimmen, Vraog en Antwoord e.a.) waarin dialectdata spelenderwijs worden opgehaald en teruggegeven aan de sprekers, streektaal wordt gepromoot en mogelijk ook gerevitaliseerd. Een belangrijke rol daarbij is weggelegd voor ambassadeurs als Marlene Bakker. 

Gronings leren en zingen

Deze Groningse singer-songwriter vertelde vervolgens hoe zij het Gronings gebruikt in haar muziek. Ze heeft het Gronings pas later leren spreken, toen ze na haar studietijd terug in de provincie kwam wonen en besloot in de streektaal te gaan zingen. Met behulp van een woordenboek en een taalcursus ging ze als tweedetaalleerder met de streektaal aan de slag. Hoewel ze nog steeds zelden Gronings spreekt, maakt ze inmiddels furore met haar streektaalrepertoire. 

Haar debuutalbum RAIF is in Nederland veelgeprezen en ontving lovende recensies in o.m. het Dagblad van het Noorden, Heaven Popmagazine en de MusicMaker. “Tot nu toe wat mij betreft het beste album van 2018”, zei Frits Spits op NPO Radio 1 in zijn programma De Taalstaat. Met RAIF won Marlene onder andere de DvhN-Streektaalprijs en de Bosklopper Bokaal voor beste Groningstalige single. Marlene Bakker en Bernard Gepken verzorgden ook het muzikaal intermezzo op deze conferentie. 

Twents leren als Twentse

Vervolgens was het woord aan Ellen Peters, kersvers projectmedewerker cultuur bij het Twentehoes. Ze komt wel uit Twente maar sprak geen Twents, en besloot op 25-jarige leeftijd om Twentse lessen te gaan volgen. Daarbij kwam zij lastige werkwoordsvervoegingen, negatieve stigma’s, prachtige dialectmuziek en onmeunige behulpzaamheid tegen. Ellen legde aan de hand van onderwerpen zoals taalgevoel, leermiddelen, leraren en attitude uit waar haar positieve verwondering over het leren van ‘haar’ taal vandaan komt.

Ook Limburgs kun je leren

Bep Mergelsberg en Esther van Loo van Levende Talen Limburgs rondden de dag af met hun Limburgse verhaal. Mergelsberg regisseert in het Limburgse amateurtoneel en is dramadocent bij verschillende Zuid-Limburgse (theater)scholen. Esther van Loo is opgeleid als slaviste, maar nu ook actief als docent LT2 (Limburgs als tweede taal) en ze zet zich via Levende Talen Limburgs in voor de emancipatie van het Limburgs, door aandacht voor het Limburgs in het onderwijs te vragen. Mergelsberg en Van Loo illustreerden mooi, door zo consequent mogelijk Limburgs met het publiek te spreken, hoe je luistertaal oftewel receptieve meertaligheid kunt inzetten als taaldocent. 

De conferentie werd afgesloten met een debat waarin zowel Vlaamse als Nederlandse dialectdocenten vertelden en met het publiek discussieerden over hun ervaringen met lesgeven. De dag werd voor wie niet onmiddellijk naar huis moest afgesloten met een drankje en een stadswandeling. 

Volgend jaar vindt de conferentie plaats in de omgeving van Zwolle.

Een aantal presentaties en een fotoreportage is binnenkort beschikbaar op de website van de Stichting Nederlandse Dialecten.

Foto: Barbara Vanwelden houdt haar verhaal voor de Streektaalconferentie 2019, bron: SND.