Sinterklaas en de negentiende eeuw: hallootjes!

Door Marc van Oostendorp

Het is mij onduidelijk of het Sinterklaasjournaal van de NTR wel bestemd is voor kinderen. Het is natuurlijk een bekend aspect van het genre kindertelevisie dat er af en toe een knipoog naar de volwassen meekijker wordt gemaakt, maar zeker in de eerste afleveringen van dit jaar zag je door de knipogen het gezicht niet meer. Ik ken in ieder geval een vijfjarige die al dat gepraat door volwassenen vooral heel saai vond.

Eigenaardig is ook dat er kennelijk van alles kan worden veranderd aan de traditie. Zo is Sinterklaas joviaal op een manier die mij, oude man, tegen de borst stuit en roept hij zelfs onbekommerd ‘hallootjes!’ (een van de weinige taalveranderingen die mij enorm tegen de borst stuit). Maar ook is het kennelijk ineens toegestaan dat er wordt beweerd dat het paard van Sinterklaas (‘Ozosnel’) niet tegen water kan en daarom met een trein vervoerd moet worden.

Fascinerend bij dat alles is dat de negentiende eeuw in ieder geval niet verlaten wordt. Het is bekend dat het Sinterklaasfeest zijn vorm grotendeels tijdens het beschavingsoffensief van de negentiende eeuw kreeg, toen het, net als veel andere ‘volksfeesten’ van een passend jasje werd voorzien. Piet ziet er daarom, zelfs los van zijn huidskleur, uit als een negentiende-eeuwse Moriaan (maillot, pofbroek, enz.), en voor de verandering van dit jaar reisde de Sint niet met een zeilboot of een paard en wagen, maar met een stoomboot, dat moderne vervoermiddel van 150 jaar geleden.

Ook de recente veranderingen moeten eigenaardig genoeg kennelijk binnen dat kader blijven. De trein waarmee de heiligman vanuit Madrid naar Apeldoorn reisde was een stoomtrein. Zoals Piet nu een roetveegkleur heeft omdat hij door schoorstenen gaat. Schoorstenen! Het was eigenlijk te voorspellen dat de regenboogpieten het niet zouden worden: die herinnerden niet zo aan de negentiende eeuw.

Het is de negentiende-eeuw kennelijk gelukt om het prototype te worden van ‘het verleden’ en ‘de traditie’. Wie aan het oeroude Nederland denkt, creëert een beeld dat precies overeenkomt met die tijd; niet eerder en niet later.

Alleen zei toen echt niemand hallootjes. Zeker bisschoppen niet.