Marokkanen assimileren wel, maar anders

Door Khalid Mourigh

Eerder schreef ik dat de meeste woorden in straattaal uit het Sranan Tongo afkomstig zijn; waggie ‘auto’, mattie ‘vriend’,  os(so) ‘huis’ en torrie ‘verhaal’ zijn voor grootstedelijke jongeren inmiddels net zo Hollands als stroopwafels en kaas. Het lexicon is ook het eerste waar mensen aan denken bij straattaal. Toch vormt het gebruik van ‘vreemde’ woorden maar een deel van het verhaal.

Het andere deel is het accent. Jongeren spreken vaak staccato, spreken de s als een sj uit, hebben een scherpe en harde g, spreken de r met de tongpunt of rollend uit, om maar een aantal kenmerken te noemen. In de taalkundige literatuur wordt ervan uitgegaan dat de uitspraak is gebaseerd op de Marokkaans-Nederlandse tongval (Nortier & Dorleijn, 2008). En daarin is vooral één element heelopvallend: de stemhebbende z.

In mijn eigen onderzoek naar het Marokkaans Nederlands in Gouda is dat het eerste dat jongeren opmerken:

wij hebben de harde zzz, van zzziek.

Het gevolg van de “harde” z is dat sommige medeklinkers zich aanpassen op een andere manier dan in het Standaardnederlands, en dat is opvallend voor het Nederlandse oor. Luister maar goed naar het volgende Pownews fragment:

In de zin ‘angst, wat ze tegen de islam hebbenwordt ‘wat ze’ als ‘wad ze’ uitgesproken.

Opvallend is onder andere de stemhebbende z en vooral hoe de daaraan voorafgaande medeklinker, de t, wordt uitgesproken als een d. Medeklinkers kunnen stemhebbend of stemloos zijn. In het Nederlands kun je dat bijvoorbeeld horen door de s en de z na elkaar uit te spreken en tegelijkertijd je adamsappel te voelen. Het verschil tussen de s en de z is dat je bij de laatste je stembanden voelt trillen, een stemhebbende medeklinker dus.

Het feit dat andere medeklinkers zich aanpassen aan de z heet assimilatie. Er bestaan twee soorten assimilatie, regressieve en progressieve stemassimilatie. Ik ga alleen in op de laatste. Progressieve stemassimilatie, dus vooruit, betekent in het Nederlands dat als de p, t, k, f, s of g direct voor de z staan, dat de laatste stemloos wordt:
de z wordt een s.

Een voorbeeld daarvan is de zin ‘ik zie je’. Als je ‘zie’ los uitspreekt dan krijg je de stemhebbende z (behalve in Amsterdam) maar in de zin ‘ik zie je’ past de z zich aan de stemloze k aan, vandaar dat je in het Standaardnederlands de uitspraak ‘ik sie je’ krijgt.

Maar dat werkt dus anders in het Marokkaans Nederlands. Daar gaat de stemassimilatie achteruit, stemloze medeklinkers worden stemhebbend. In ‘ik zie je’ blijft de z niet alleen staan, maar de k wordt een stemhebbende consonant, dus in plaats van ‘ik sie je’ wordt het in het Marokaaans-Nederlands
‘ig zie je’ en ‘wat se’ wordt dan ‘wad ze’. Andere veelvoorkomende combinaties zijn:

            Nederlands           Mar. Nederlands

            of so                >>        ov zo

            doet so            >>        doed zo

            op sich            >>        ob zich

            ik seg              >>        ig zeg (tegen hem)

De z is één van de meest voorkomende klanken in het Nederlands. Je zult deze uitspraak van de z dus heel vaak horen. Dat betekent niet dat het één goed is en het ander fout. Het is gewoon anders. Marokkaanse Nederlanders assimileren dus niet verkeerd, maar wel anders.

Bronnen

Nortier J. & M. Dorleijn. 2008. A Moroccan Accent in Dutch. A socio-cultural style restricted to the Moroccan community? In: International Journal of Bilingualism 12(1/2). 125-143. 

Mourigh, K. Gouda Corpus 2014 – 2017

Dit stuk verscheen eerder op het blog van Khalid Mourigh.

Foto: Cassidy Curtis