‘Dit theekopje is niet mooi, maar ik vind het er goed uitzien’

Door Marc van Oostendorp

Interesse in kunst doet iets met je taal, zo blijkt uit een nieuw artikel van een groep Duitse psychologen en filosofen in het tijdschrift Poetics. Ze lieten in hun onderzoek mensen zinnen beoordelen als de volgende:

  • Deze boom is niet mooi, maar ik vind hem er goed uitzien.
  • Deze boom vind ik er goed uitzien, maar hij is niet mooi.

Die zinnen zijn natuurlijk tegenstrijdig, maar mensen blijken de tweede nog net wat tegenstrijdiger te vinden dan de eerste. Aan de eerste kun je een interpretatie geven, maar al snel kom je dan terecht in de wereld van de kenners: de boom is uiterlijk niet mooi, maar ik als dendroloog zie aan een paar op het oog onbeduidende details dat hij heel gezond is.

Voor de tweede is dat lastiger. Het bewijst volgens de Duitsers dat ‘er goed uitzien’ een noodzakelijke voorwaarde is voor schoonheid (je kunt niet mooi zijn als je er niet goed uitziet), is het geen voldoende voorwaarde (je kunt er goed uitzien en toch niet mooi zijn).

Het verschil tussen de twee zinnen is in het onderzoek overigens betrekkelijk gering en het is de onderzoekers dan ook om iets anders te doen. Via de taal willen ze het oog van de kunstliefhebber bestuderen, want wat blijkt? Als het gaat over kunst, dan zijn in ieder geval zinnen die parallel zijn aan de eerstgenoemde zin hierboven ineens een stuk acceptabeler. En hoe meer iemand weet en geniet van kunst, des te acceptabeler vindt zo iemand de volgende zinnen:

  • Dit theekopje is niet mooi, maar ik vind het er goed uitzien.
  • Deze sculptuur is niet mooi, maar ik vind hem er goed uitzien.
  • Dit abstracte kunstwerk is niet mooi, maar ik vind het er goed uitzien.

‘Schoonheid’ (mooi zijn) is in de kunstbeschouwing een specialistische term, concluderen de onderzoekers, die veel meer los is komen te staan van de sensorische ervaring. Je zou geloof ik ook kunnen zeggen dat ‘er goed uitzien’ juist een betekenis krijgt die los staat van een specifiek idee van schoonheid. Hoe dan ook worden die twee door kunstkenners losgekoppeld.

Dat is een interessante observatie, zij het dat het voorbij gaat aan onze dendroloog (dat voorbeeld komt dan ook niet uit het artikel, maar heb ik verzonnen). De auteurs menen dat zij met hun observatie iets over kunstbeleving hebben gezet en daarom publiceren ze hun artikel in Poetics, maar mij lijkt dat het eigenlijk gaat over alle vormen van gespecialiseerd (en eventueel) professioneel kijken: je ziet meer dimensies en daardoor kunnen dingen er ineens heel goed uitzien zonder dat ze mooi zijn.

Foto: Vijf papieren bootjes, Rotterdam. Bron: Wikimedia
In het eerste nummer van Neerlandia van 2019 is ook een artikel over deze kwestie verschenen, met een iets andere invalshoek.