De nieuwe taalregel 2019

Door Marc van Oostendorp

Het is ieder jaar natuurlijk weer spannend: welke nieuwe taalregel zal nu weer aan de officiële voorschriften van het Nederlands worden toegevoegd? Hoe kunnen wij deskundigen het leven van anderen nu weer zuur maken?

Het was voor de jury dit jaar enerzijds wel heel eenvoudig: slechts één van de ingestuurde regels voldeed aan de reglementen. Eigenaardig genoeg betroffen bijna alle inzendingen namelijk vereenvoudigingen van de taal, en zoiets kan natuurlijk nooit de bedoeling zijn. Anderzijds was de ingestuurde regel misschien niet helemaal perfect. Hieronder stellen we een definitieve versie voor.

Sommigen zullen overigens zeggen dat de prijswinnaar eigenlijk niet mocht meedoen. Hij is immers de auteur van het boek Maar zo heb ik het geleerd, waarin hij bestaande taalregels genadeloos ontleeT. Maar wij vinden het juist goed dat iemand die soms zo kritisch is op taalregels, laat zien dat hij ze ook kan bijdragen.

Applaus daarom voor Wouter van Wingerden! Zijn regel luidt in zijn versie als volgt:

‘Ik heþ een honđ en een lieƒ poeƶje, zij heþþen twee honđen en twee lieƒe poeƶen.’

Het is natuurlijk van de gekke dat we ‘hep’ en ‘hont’ zeggen, maar ‘heb’ en ‘hond’ schrijven. Dat is de beruchte spellingsubregel van de gelijkvormigheid. Gek genoeg gaat die voor bijvoorbeeld ‘lief’ en ‘kaas’ niet op: het is wel ‘lieve’ en ‘kazen’, maar we schrijven niet ‘liev’ en ‘kaaz’. Verwarring alom, onleerbare spelling enzovoort. Dat kan natuurlijk veel makkelijker en wetenschappelijk meer verantwoord. (…)

De nieuwe regel luidt:

Schrijf een klank die we etymologisch kunnen beschouwen als stemloze of stemhebbende allofoon van hetzelfde onderliggende foneem (b/p, d/t, f/v, s/z) telkens met hetzelfde teken: þ, đ, ƒ, ƶ.

Dit levert een heel consequente spelling op:
oud: heb, hebt, hebben; nieuw: heþ, heþt, heþþen
oud: hond, honds, honden; nieuw: honđ, honđs, honđen
oud: wrijf, wrijven, wrijving; nieuw: wrijƒ, wrijƒen, wrijƒing
oud: baas, bazen, bazig; nieuw: baaƶ, baƶen, baƶig

De letters b, d, f, v, s en z mogen alleen nog in ‘zuivere’ gevallen gebruikt worden: ‘bodem’, ‘vazal’, ‘slof’.

Er zijn wel een paar problemen met deze regel. In de eerste plaats zijn de tekens þ, đ, ƒ, ƶ niet per se gemakkelijk te vinden op een toetsenbord. Het is weliswaar de bedoeling dat de regels moeilijk zijn, maar die moeilijkheid moet wel liggen in de taaltechniek, niet in de ICT. Ook is niet helemaal duidelijk wat de hoofdletters van deze tekens zijn.

We vervangen deze tekens daarom door de hoofdletters P, T, V en Z en schrijven dus heP, honT, wrijV en baaZ. Als het woord helemaal in hoofdletters staat schrijven we daarentegen een kleine letter b, d, f en s: HEb, HONd, WRIJf, BAAs. Dit alles komt het woordbeeld ten goede, want ieder woord wordt altijd op dezelfde manier gespeld (althans in hoofdletters of in kleine letters).

In de tweede plaats kan de regel nog iets ingewikkelder. Van Wingerden past de regel alleen toe op het einde van het woord, maar hij geldt minstens ook voor het achtervoegsel van de verleden tijd: hij leeVTe, IK PAsdE. Ook bij assimilatie in samenstellingen heeft de regel invloed: huiZVuil, oBBellen. Buiten de samenstelling schrijven we wel vuil en bellen.

In deze licht aangepaste vorm wordt de regel opgenomen in de Neerlandistiek styleguide. Wij adviseren een ieder de regel voortaan zo goed mogelijk toe te passen, al is het maar om te voorkomen dat men uitgelachen wordt.

Afbeelding: Sportprijzen, door Erik Baas. Bron: Wikimedia