‘De koopman met kersen’ (1822)

Jeugdverhalen over joden (63)

Door Ewoud Sanders

Auteur: onbekend

‘Kersen heb ik bruin en zoet,
Groot en frisch, ook zwart en goed,
Regte zomerkrieken!
’k Geef een goed gewigt daarbij,
Holla, kindren! koop bij mij
Zwarte zomerkrieken.’

Dus roept mousje langs de straat,
Waar de jeugd naar school toe gaat,
Vent zijn zomervruchten.
Ieder koopt, wie koopen kan;
Want men heeft van dezen man
Geene schâ te duchten!

Het gedicht ‘De koopman met kersen’ is opgenomen in de bundel Bloemkorfje voor de Nederlandsche jeugd. Het is niet bekend wie dit boekje, dat naast gedichten ook verhalen bevat, heeft samengesteld. In een ‘Opdragt aan mijne jeugdige lezers en lezeressen’ maakt de samensteller zijn bedoeling duidelijk:

U spelend te leeren, en leerend te stichten,
Was altijd mijn wit [bedoeling; ES],
’k Begeer bij uw vriendschap, mijn jeugdige lezers!
Niets anders dan dit.

Het gedicht ‘De koopman met kersen’, dat vier coupletten telt, eindigt met de waarschuwing om niet teveel kersen te eten, aangezien dit tot ‘maag bederven’ kan leiden. In het eerste couplet wordt de kersenverkoper sprekend opgevoerd: je hoort hem zijn waar aanprijzen. Mousje is een eufemistische verkorting van smous(je), een scheldwoord voor ‘jood’. Joodse kersenverkopers werden in de volksmond geregeld kersenjoden of kersenjoodjes genoemd. De indirecte boodschap voor de jeugd was: goed volk, niets te vrezen.

         Bloemkorfje voor de Nederlandsche jeugd beleefde drie drukken: in 1822, 1823 en 1828. In iedere druk is een afbeelding van de kersenverkoper opgenomen. Het gaat om een litho of ‘steenplaatdruk’ die met de hand en dus telkens anders is ingekleurd.


De kersenverkoper in het Bloemkorfje uit 1822.

De kersenverkoper in het Bloemkorfje uit 1823.

De kersenverkoper in het Bloemkorfje uit 1828.

Receptie

Van het Bloemkorfje voor de Nederlandsche jeugd vond ik één korte bespreking. ‘Kortheid en bevattelijkheid’, aldus Letter-oogst voor de beschaafde jeugd in 1822, ‘onderscheiden dit boekje op eene allezins voordeelige wijze, en maken hetzelve der aanprijzing ten volle waardig.’ Als ‘proefje van den inhoud’ wordt het gedicht ‘De koopman met kersen’ in z’n geheel geciteerd.