Yes! Bijna zes en van Hongaars naar Nederlands

Door Marc van Oostendorp

‘Tuin’. Illustratie: V.N. van Oostendorp

Nene is vijf jaar. of zoals ze zelf inmiddels al maandenlang beweert ‘bijna zes’. Een half jaar geleden is ze bij ons komen wonen en sindsdien groeit haar taal van het Hongaars naar het Nederlands.

Nu is zes bij mijn weten de leeftijd dat kinderen, en vooral meisjes, zich gaandeweg meer op hun leeftijdsgenooties gaan richten en minder op hun ouders, in ieder geval waar het de taal betreft. (Ik weet dit waar het de taal betreft, en neem aan dat dit ook geldt voor de andere aspecten van het leven.) Dat betekent dat je als je een meisje van die leeftijd adopteert, weet dat ze zich zo snel mogelijk in een aantal opzichten niets meer van je aan wil trekken.

En dus dat het Nederlands dat ze spreekt al heel binnenkort niet meer het mijne zal zijn. Het heeft momenteel nog wel wat van mij: nadat ze een paar argumenten heeft gegeven – bijvoorbeeld waarom we vandaag alweer naar het zwembad moeten –, zegt ze “Dus”, en ik vrees dat dit ook een idiosyncratie van mijn taal is.

Maar zeker nu ze sinds de zomervakantie permanent naar school gaat, begint ze dingen te zeggen die ze niet van mij heeft gehoord, en ook niet van haar moeder. Als haar een leuke verrassing wordt voorgeschoteld, zegt ze Yes! en dat precies op de juiste toon. En ze corrigeert me als ik vraag of ze moet plassen, want ze heeft van de juf geleerd dat je moet vragen of je naar de wc moet.

Ze beweert dat ze nog niet meedoet aan kringgesprekken, omdat ze daar te ‘moe’ voor is, wat vermoedelijk een woord is voor ‘verlegen’. Ik verbeeld me inderdaad dat nog niet iedereen haar kan verstaan zoals ik dat kan, en dan vergis ik me ook nog af en toe. Maar toen ik haar onlangs ophaalde van school kwamen er twee jongetjes me vertellen dat Nene als ‘heel goed Nederlands’ kan, zij het ‘nog niet alle woorden’.