Hierdoor werden demonstranten verhinderd een demonstratie in Dokkum bij te wonen

Door Henk Wolf

Het Openbaar Ministerie heeft kortgeleden een filmpje gepubliceerd waarin het naar aanleiding van de zaak rond de ‘Blokkeerfriezen’ uitlegt dat mensen anderen het demonstreren niet mogen beletten. In dat filmpje kwam de volgende zin voor, in zowel gesproken als geschreven vorm:

  • Hierdoor werden demonstranten verhinderd een demonstratie in Dokkum bij te wonen.

Over die zin is van alles te zeggen: is iemand die een demonstratie niet kan bijwonen een demonstrant? – om maar wat te noemen. Het opvallendste eraan vind ik echter de lijdende vorm.

De lijdende vorm

De bekendste, gebruikelijkste lijdende vorm maak je in het Nederlands door het lijdend voorwerp van de bedrijvende zin tot onderwerp te bevorderen. Daarvoor moet je een van de helpwerkwoorden worden en zijn aan het gezegde toevoegen. Het oorspronkelijke, bedrijvende onderwerp kan eventueel in een door-bepaling in de lijdende zin worden gestopt. Een paar voorbeelden:

  • De boer slaat de ezel. <bedrijvend>
  • De ezel wordt (door de boer) geslagen. <lijdend>
  • De koning heeft alle ministers van hun taak ontheven. <bedrijvend>
  • Alle ministers zijn (door de koning) van hun taak ontheven. <lijdend>

De lijdende OM-zin heeft demonstranten als onderwerp. Dat klinkt en leest voor mij wat raar. Dat is er een aanwijzing voor dat demonstranten in mijn interne grammatica in de bedrijvende variant van de zin geen lijdend voorwerp is.

Die bedrijvende vorm is makkelijk te reconstrueren, die is zoiets als:

  • Iemand verhinderde demonstranten hierdoor een demonstratie in Dokkum bij te wonen.

Die zin lijkt in z’n opbouw in eerste instantie best gewoon, maar bij iets nadere beschouwing is ie dat niet. Zou demonstranten het lijdend voorwerp zijn, dan zou een demonstratie in Dokkum bij te wonen wat anders moeten zijn. De benoeming als voorzetselvoorwerp ligt dan voor de hand. Die benoeming is namelijk ook aannemelijk gemaakt voor de beknopte bijzin in zinnen met verzoeken als hoofdwerkwoord, zoals ‘de reizigers worden verzocht over te stappen’ (zie hier en hier). In zulke zinnen kan de reizigers een lijdend voorwerp zijn, waardoor verklaard wordt dat het lijdende ‘de reizigers worden verzocht over te stappen’ voor veel Nederlandstaligen normaal klinkt.

Lijdend voorwerp + voorzetselvoorwerp?

Bij de verzoeken-zinnen is makkelijk aannemelijk te maken dat de beknopte bijzin een voorzetselvoorwerp is, doordat je een voorlopig voorzetselvoorwerp (ertoe) kunt invoegen en doordat je het zinnetje met een vragend voornaamwoordelijk bijwoord (waartoe) kunt bevragen. Bij de verhinderen-zin wil dat echter niet:

  • De reizigers worden ertoe verzocht over te stappen. <gewoon>
  • Waartoe worden de reizigers verzocht? <gewoon>
  • De demonstranten worden er hierdoor … verhinderd een demonstratie in Dokkum bij te wonen. <raar>
  • Waar… worden demonstranten hierdoor verhinderd? <raar>

Wat je ook voor voorzetsel op de puntjes invult, de zin blijft raar klinken.

Het Woordenboek der Nederlandse Taal noemt wel als constructie ‘iemand aan iets verhinderen’, maar geeft geen voorbeeldzinnen met dat gebruik en noemt als bewijs voor het bestaan ervan alleen een tekst uit 1925 over germanismen en twee oude woordenboeken (1759 en 1808). Het lemma lijkt de constructie ook als ‘vertaald Duits’ te behandelen. Mij is het gebruik ervan niet eigen en het staat me ook niet bij dat ik ze iemand ooit heb horen gebruiken.

Hinderen

Wat wel wil, is het vervangen van verhinderen door hinderen. Die zin klinkt voor mij goed in de bedrijvende vorm, hij klinkt goed in de lijdende vorm met een voorlopig voorzetselvoorwerp (eraan of erbij) en hij klinkt goed in de vragende vorm met waaraan/waarbij:

  • De Blokkeerfriezen hinderden demonstranten er hierdoor aan/bij een demonstratie in Dokkum bij te wonen. <gewoon>
  • Demonstranten werden er hierdoor aan/bij gehinderd een demonstratie in Dokkum bij te wonen. <gewoon>
  • Waaraan/Waarbij werden demonstranten hierdoor gehinderd? <gewoon>

Nou is het hier genoemde hinderen met een een persoon als lijdend voorwerp en daarnaast nog een voorzetselvoorwerp wat schrijftalig en formeel Nederlands. Iets verhinderen is vermoedelijk een stuk gebruikelijker. Dat frequentie-effect kan er weleens toe hebben geleid dat het OM beide constructies heeft verhaspeld.

Helemaal alleen in dit gebruik staat het OM niet. Een kleine zoektocht op internet naar “werden verhinderd” met een beknopte bijzin levert vooral (ver) vooroorlogse en bijbelse vindplaatsen op, maar er zijn ook een paar recente, zoals:

  • Ook het parlementsgebouw werd gesloten en leden van het Europees Parlement werden verhinderd te vertrekken (VTM, 2018)
  • Mensen die voorkwamen op de zwarte lijst van Gülenisten werden verhinderd het land te verlaten. (Algemeen Dagblad, 2017)
  • Politie, hulpverleners van brandweer en ambulances werden verhinderd hun werk naar behoren uit te voeren. (De Telegraaf, 2017)
  • Een woordvoerder van de Rode Halve Maan verklaarde dat hulpdiensten door de Israëlische militairen werden verhinderd het slachtoffer te bereiken. (The Rights Forum, 2017)
  • Gisteren raakten zeker 20 studenten gewond in Surakarta toen zij door soldaten werden verhinderd de straat op te gaan. (NRC, 1998)