Groenkapje en de bekeerde wolf: hoe sprookjesfiguren zich weten te emanciperen

Adnan Uddin: White Mosque (free stock photo)

Door Iris Stofberg

‘De mensenrechtenjurist in mij zei: eis je rechten op, hier is vrijheid, breek los uit de gemeenschap. Ik verwachtte dat de meeste moslimvrouwen zich zouden aanpassen aan de dominante groep in het Westen. Dat ze als individuen voor hun eigen keuzes zouden gaan en bijvoorbeeld de hoofddoek minder zouden dragen en zouden breken met tradities als het gearrangeerde huwelijk.’

Bovenstaand citaat is afkomstig van Naema Tahir – advocate, schrijfster, moeder, en moslima. In het citaat beschrijft Tahir haar vroegere houding jegens de positie van de moslima binnen de islam. Het was een kritische houding, waar ze – naar eigen zeggen – de moslima veroordeelde in plaats van probeerde te begrijpen. Deze kritische houding dateert echter van tien jaar geleden en volgens Tahir is haar mening sindsdien grondig veranderd. Zelf zegt ze dat deze omwenteling het gevolg is geweest van haar zwangerschap, waardoor ze zich verbonden voelde met alle vrouwen in haar Pakistaanse familie. Tahir beschrijft haar nieuwe houding tegenover de moslimvrouw als volgt:

‘Je losmaken uit tradities heeft grote consequenties voor het welzijn van de familie. Liever dan losbreken wil een migrantenvrouw in de groep blijven. Ze kiest ervoor haar ouders gelukkig te maken. Dat doet ze niet uit angst, maar uit een opofferende liefde. Laat moslimvrouwen in Europa die een hoofddoek dragen en meegaan in een gearrangeerd huwelijk in hun waarde. Zij kiezen er bewust voor om rekening te houden met hun familiecultuur. Het respect en vertrouwen dat ze daarmee winnen, geeft hun de bewegingsvrijheid zich te ontwikkelen en in hun tempo te emanciperen.’

Groenkapje en de bekeerde wolf is het sprookjesboek dat Tahir heeft geschreven voordat ze van mening veranderde over de moslima en haar positie binnen de islam. Hoewel Tahir de boeken die ze heeft geschreven voor de geboorte van haar dochter niet meer als representatief acht voor haar huidige opvattingen, is het nog steeds relevant om dit sprookjesboek te analyseren. Na grondige bestudering van het sprookjesboek blijkt namelijk dat de herschreven sprookjes dichter bij Tahir’s huidige opvattingen liggen dan bij oppervlakkige lezing gedacht zou worden.

De sprookjes in Groenkapje zijn ironisch. Tahir’s humor is scherp, venijnig en soms provocerend. Na een eerste lezing, en een tweede, en derde, blijft een zwartgallig beeld van de islam hangen. De mannelijke sprookjesfiguren zijn gewelddadig, hypocriet en autoritair. De islamitische prinsessen daarentegen zijn passief, minderwaardig en hun betekenis wordt ontleend aan hun kuisheid. Door het uitvergroten van ongelijke man-vrouwverhoudingen en het blijven herhalen van stereotypen, weet Tahir de aandacht te vestigen op de positie van de moslima in de islam. Het is lastig om door alle ironie en zwartgalligheid heen te prikken en zo een geëmancipeerde moslima in de sprookjes te ontwaren. Het is des te meer ingewikkeld door mijn Westerse blik. Want hoe kan ik emancipatie ontdekken in sprookjes waarin de ondergeschiktheid van de vrouw herhaaldelijk benadrukt wordt? Sprookjes waarin – al dan niet ironisch – wordt gesteld dat seksueel geweld aan de vrouw zelf te wijten valt en de man vanwege zijn man-zijn zichzelf onrechtmatig verkregen plezier kan toe-eigenen?

Betekent dat dan dat Tahir in de bundel Groenkapje geen ruimte laat voor de geëmancipeerde moslima? Natuurlijk niet. Wanneer elke laag ironie en venijn van de sprookjes in Groenkapje wordt afgepeld en de lezer zich ontdoet van zijn of haar Westerse blik – hoe moeilijk ook – blijkt dat wel degelijk sprake is van emancipatie. Het is echter een ander soort emancipatie dan wij in de Westerse wereld graag zien, en vandaar dat we ons van onze Westerse blik moeten ontdoen.

Samen met de vrome (stief-)moeders maken autoritaire vaders de dienst uit in de bundel Groenkapje. Het zijn deze sprookjesfiguren die de loop van het verhaal bepalen, en dus ook wat uiteindelijk met de vrouwelijke hoofdpersoon zal gebeuren. In sommige sprookjes weet de vrouwelijke hoofdpersoon zich echter aan autoritair ouderschap te onttrekken door eigen keuzes te maken en daardoor de leiding over haar eigen leven te nemen. In ‘Assepoester en haar zusters’ neemt Assepoester het heft in eigen hand tijdens haar queeste naar een geschikte huwelijkskandidaat. Zoals ook in het traditionele sprookje is de prins op zoek naar een bruid en daarom wordt een groot feest georganiseerd waar ongetrouwde vrouwen naar toe kunnen komen. Assepoester mag van haar stiefmoeder alleen naar het feest wanneer ze de Koran helemaal uit leest, wat ondanks Assepoester’s enthousiasme, een onmogelijke taak blijkt te zijn. Als Assepoester in slaap valt, wordt ze bezocht door een engel die haar zegt naar het feest te gaan in de bruidsjurk en sluier van haar overleden moeder. Waar ze aanvankelijk luisterde naar de onmogelijke eis van haar stiefmoeder en de Koran probeerde uit te lezen, kiest Assepoester er toch voor om naar het feest te gaan zonder aan de eis van haar stiefmoeder te voldoen. Tahir benadrukt Assepoester’s ongehoorzaamheid: ‘Nu stond ze op het punt om te vertrekken terwijl ze de Koran nog nauwelijks had gelezen. Maar al lag ongehoorzaam zijn niet in haar aard, ze besloot dat ze maar ongehoorzaam moest zijn’. De wens om met een prins te trouwen is belangrijker dan het aanvaarden van ouderlijk gezag. De zelfredzaamheid van Assepoester toont zich ook wanneer ze een geschikt vervoersmiddel moet regelen. In Tahir’s versie van het sprookje komt geen pompoenkoets voor en Assepoester is op zichzelf aangewezen om bij het kasteel te komen: ‘Slim als ze was verzon ze een manier om ongemerkt en veilig naar het paleis te reizen. Ze drapeerde een zwarte hijab om haar lichaam en klom zachtjes over de muur van de buren […] en voegde zich bij de versluierde maagden, de vele dochters van de buurman, die zelf niet meer wist hoeveel hij er eigenlijk had.’ Op het feest weet Assepoester de aandacht van de prins op zich te vestigen door haar sluier iets omhoog te trekken, waardoor de prins verliefd op haar wordt. Aan het eind van het sprookje trouwt niet alleen Assepoester met haar prins, maar haar twee oudere stiefzusters ook, wat hun vader drie keer een enorme bruidsschat oplevert. Maar dat maakt voor Assepoester niet uit: haar doel is een huwelijk met een prins en dat is, door eigen optreden, gelukt.

In het sprookje ‘Groenkapje en de bekeerde wolf’ is Groenkapje aanvankelijk van plan om te trouwen met de dromedarishoeder ‘aan wie haar vader haar zou uithuwelijken.’ Wanneer ze echter tijdens haar wandeling de afvallige wolf tegenkomt en hem vervolgens samen met oma in bed aantreft, besluit Groenkapje een ander levenspad te bewandelen. Groenkapje richt samen met grootmoeder en de boze wolf de organisatie ‘Steuncomité van Voormalige Afvalligen en Voorheen Ongesluierde Bejaarde Moslima’s’ op, met als doel de sluiering van alle moslima’s. Als we het debat over het dragen van een hoofddoek buiten beschouwing laten, moeten we vaststellen dat het in dit sprookje vooral gaat om Groenkapje, een jonge vrome moslima, die ervoor kiest om niet te trouwen, maar een organisatie op te richten waar ze uiteindelijk veel rijkdom en roem mee vergaart. Kortom, ze gaat tegen de uithuwelijksplannen van haar vader in en maakt de keuze om haar eigen dromen waar te maken: ‘ze [vertelde] blozend wat haar dromen waren, en die waren vrij verstandig voor een moslima die bijna nooit buiten kwam.’ Door haar overredingskracht – of manipulatie – weet ze grootmoeder en de boze wolf voor haar karretje te spannen en zodoende haar plan succesvol ten uitvoer te brengen: ‘want daar leefden Groenkapje, oma en de Wolf van veel geld voorzien, lang en gelukkig samen.’

“O,” wenste Schoonheid, “had ik maar de gave om een verrukkelijk parfum te maken dat mij roem zou geven en mijn horizon zou verbreden!”. Het sprookje ‘Schoonheid en de niet-moslim die Beest werd genoemd’ gaat over een intelligente en ambitieuze jonge moslima die – zoals bovenstaand citaat onderstreept – graag haar horizon wil verbreden. Deze droom verwezenlijkt ze door het opzetten van een succesvol parfumbedrijf: en van heinde en verre komen mensen Schoonheid’s parfum kopen. Wanneer haar vader, aangestuurd door Schoonheid’s vrome en jaloerse zusters, besluit dat een vrouw zich moet voorbereiden op een toekomstig huwelijk en dus geen bedrijf kan leiden, raakt het bedrijf failliet en de familie aan de bedelstaf. Ten einde raad, besluit haar vader op bedevaartstocht naar Mekka te gaan. Schoonheid’s vader verdwaalt, ontmoet het Beest na het plukken van een roos en verkrijgt zijn vrijheid in ruil voor die van zijn dochter. Weer thuis aangekomen laat hij Schoonheid zelf kiezen: thuis blijven en haar bedrijf weer opstarten of naar het Beest in het Westen. Ondanks dat Schoonheid ervoor kiest om bij haar autoritaire vader te blijven en niet de wijde wereld in te trekken, doet ze uiteindelijk toch precies wat zij zelf wil: het leiden van een eigen en succesvol bedrijf.

Wie Tahir’s ironie bloedserieus neemt, zal blijk geven van een andere lezing. Want hoe kan gesproken worden van emancipatie als Assepoester in een harem verdwijnt, Groenkapje pleit voor de versluiering van alle vrouwen en Schoonheid niet publiekelijk haar eigen bedrijf mag leiden?

Desondanks liggen de vrouwelijke sprookjesfiguren er niet meer slapend bij, mijmerend over prinsen. Assepoester, Groenkapje en Schoonheid nemen de verantwoordelijkheid over hun lot in eigen hand. En nee, zij werpen niet opeens hun hoofddoek af als teken van bevrijding. In plaats daarvan creëren ze een levenspad die in lijn ligt met de islam. Misschien dat je als lezer het niet eens bent met de richting die Assepoester, Groenkapje en Schoonheid zijn ingeslagen. Maar is dat niet wat emancipatie is? Het maken van eigen keuzes, óók als die niet overeen lijken te komen met Westers feminisme? In Groenkapje en de bekeerde wolf weten sommige sprookjesfiguren zich te onttrekken aan hun autoritaire vader en vrome stiefmoeder. We kunnen van alles vinden van de manier waarop ze dit doen, maar emancipatie is het zeker.

Bronnen

Tahir, N., Groenkapje en de bekeerde wolf (Amsterdam 2008).

Tahir, N, ‘Migratie is mooi, maar ook een drama’ (De Volkskrant, 25 november 2017; laatst bekeken op 2 oktober 2019).